Column

Voor bij de oliebollen: de oorlog in Jemen

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Ik heb een mooi, somber eindejaarsonderwerp voor u voor bij de oliebollen: Jemen. Ik had ook Syrië kunnen nemen als ik per se somber wil zijn, want hoewel het algemene geweldsniveau het afgelopen jaar duidelijk is verminderd, is de situatie in specifieke gebieden nog steeds verschrikkelijk. Assads vatbommen op Idlib. Hongerbeleg bij Damascus.

Jemen dus. 1) Omdat er nóg minder aanwijzingen zijn dan in Syrië dat de belangrijkste oorlogvoerende partijen, de Saoediërs, zijn geneigd tot enige oplossing die niet de totale overgave van de tegenpartij, de Houthi’s, inhoudt. 2) Omdat de humanitaire ramp die synoniem is geworden met Jemen, intussen alleen erger wordt. En 3) omdat de buitenwereld er geen wezenlijke belangstelling voor heeft. Er komen immers geen vluchtelingenstromen vandaan die hier de gemoedsrust verstoren.

Het was zojuist 1.000 dagen oorlog. Hulp- en andere betrokken organisaties hebben die mijlpaal aangegrepen om wat cijfers van de oorlog en de humanitaire ramp op een rij te zetten. Zo heb ik van het Yemen Data Project dat de Saoediërs en hun bondgenoten sinds 26 maart 2015 tot 15 december 2017 per maand gemiddeld 474 luchtaanvallen hebben uitgevoerd, waarvan een derde op niet-militaire doelen, waaronder 386 op boerderijen, 183 op markten, 102 op water- en elektriciteitsinstallaties en 62 op voedselopslagplaatsen. U kunt op yemendataproject.org lezen waarop die cijfers zijn gebaseerd. De eerste helft van deze maand telde het YDP zelfs twee keer zoveel luchtaanvallen op civiele als op militaire doelen, namelijk 98 versus 46. Bij een paar aanvallen op civiele doelen kan je zeggen: slecht gemikt, maar deze aantallen weerspiegelen een gerichte strategie. Oorlogsmisdrijven dus.

Voor alle zekerheid maar weer: de Houthi-rebellen maken zich eveneens schuldig aan oorlogsmisdrijven en dragen ook verantwoordelijkheid voor de Jemenitische ellende. Maar met haar luchtaanvallen richt de Saoedische coalitie veruit de meeste schade aan, en juist aan infrastructuur die kwaliteit van menselijk leven bepaalt. Met haar zee- en luchtblokkade, officieel om Iraanse wapens voor de Houthi’s tegen te houden, knijpt de coalitie bovendien de toevoer van voedsel en brandstof af.

Volgens het Internationale Rode Kruis hebben 21 van de 27 miljoen Jemenieten onvoldoende voedsel, water, brandstof en gezondheidszorg

Volgens het Internationale Rode Kruis hebben 21 van de 27 miljoen Jemenieten onvoldoende voedsel, water, brandstof en gezondheidszorg. Volgens de Verenigde Naties zijn 8,4 miljoen van hen „één stap verwijderd” van hongersnood. Of die stap al dan niet wordt gezet hangt af van de bereidheid van de Saoedische coalitie om de blokkade van met name de havenstad Hodeida op te heffen. Die blokkade verscherpte de coalitie juist vorige maand als straf voor de Houthi-raket die bij de luchthaven van Riad terechtkwam. Heel schandelijk, vonden de Saoediërs die raket (hoewel ik zou zeggen dat wie kaatst de bal moet verwachten). Aanvankelijk werd helemaal niets meer doorgelaten. Na internationale druk mocht hulp weer. Maar geen brandstof of commerciële levensmiddelen.

Jemen was altijd al voor 90 procent afhankelijk van voedselimport. Hodeida is de belangrijkste invoerhaven. Resultaat van de blokkade is dat nu nog maar ongeveer de helft van de normale voorraad voedsel en brandstof het land binnenkomt. Dat betekent enorme prijsstijgingen waardoor een steeds groeiend aantal Jemenieten zich het nog beschikbare voedsel niet kan permitteren. De uitkomst hoef ik niet te spellen.

Amerika, dat de oorlog volop met wapens en andere diensten steunt, eist nu opheffing van de blokkade. Zij het met name omdat Iran, dat aan de kant van de Houthi’s staat, er garen bij spint. Maar waar blijft de internationale druk op de Saoediërs om deze hele oorlog te beëindigen?