De opluchting van Wüst gaat ten koste van haar vriendin

1.000 meter vrouwen

Ireen Wüst is bijna zeker van een startplek op de olympische 1.000 meter. Dubbel gevoel: het ging ten koste van haar vriendin.

Ireen Wüst plaatst zich op de 1.000 meter zo goed als zeker voor de Winterspelen in Pyeongchang. Foto Jerry Lampen/ANP

Ireen Wüst gaat toch al even mee, maar ze had zich nog niet eerder zo gevoeld. Opgelucht, ja, dat was ze vaker geweest. Dat was ze na haar ondermaatse seizoen tot nu toe nu ook: derde op de 1.000 meter tijdens het olympisch kwalificatietoernooi, zo’n afstand die de ene keer heel goed, de andere keer heel slecht gaat. Nog niet officieel zeker van een startplek op de Winterspelen, vanwege de lage plek op die ingewikkelde prestatiematrix, maar wel zo goed als. Die had ze maar gehad.

Maar nu was er dat andere gevoel, verpakt in een innige omhelzing op het ijs vlak na haar rit, haar mondhoeken licht omlaag. Eéntiende was ze sneller geweest dan nummer vier Letitia de Jong, haar vriendin. Die had uitstekend gereden, maar werd de Spelen – althans op de 1.000 meter – ontnomen. „Normaal zou ik alleen maar opluchting hebben, had het me totáál niet uitgemaakt wie er vierde werd. En nu is het toch een beetje, een beetje...”

Olympische droom

Ze hadden met z’n tweeën besloten het niet te veel over het OKT te hebben. Allebei een olympische droom, allebei spanning. Voor de 31-jarige Wüst, winnaar van vier keer olympisch goud, altijd een reële droom. Voor de 24-jarige De Jong een stuk minder. „Maar na haar goede 1.000 meter in Calgary wist ze dat als ze een goede zou rijden op het OKT, ze erbij kon zitten. Ik had in principe ook niet echt een heel snelle laten zien. Dus wisten we: die 1.000 is spannend”, zei Wüst. „Ik probeerde het haar ook elke keer voor te houden: ‘je kunt je gewoon plaatsen, op de 1.000 heb je de meeste kans, die staat het hoogst in de matrix, je bent hartstikke goed bezig’.”

Het koppel had nog wel wat scenario’s doorgesproken. 1. Als ze maar niet tegen elkaar zouden rijden, dat leek beiden verschrikkelijk. Gelukkig was dat niet aan de orde. 2. Wat als De Jong tweede zou staan en Wüst in de laatste rit zou zitten en daarin achter zou liggen: wat te doen? „Toen besloten we: het is topsport, hoe dan ook ga je.” En zo kickte Wüst haar vriendin eruit, zoals ze dat zelf dinsdag noemde.

Een zesje

Haar eigen rit vond Wüst niet veel woorden waard. Een zesje, vond ze het, die 1.16,29. Daarin was ze niet de enige. De nummers één en twee, Jorien ter Mors (1.15,38) en Marrit Leenstra (1.16,03), reden ook onder hun kunnen. Misschien was het de spanning, misschien het ijs. Dat maakte de schaatssters ook niet uit, dat ticket voor de Spelen was binnen. Ook al hadden ze daar al wel op gerekend.

Wüst ook, op basis van hoe goed ze hoort te zijn, maar de worsteling met de vorm is niet weg. En daar kwam nu de worsteling met dat dubbele gevoel bij over haar vriendin. „Je leeft toch al een heel seizoen naar dit toernooi toe”, zei ze. De Jong was redelijk nuchter. Balen, natuurlijk, maar als er íemand die plek van haar moest afpakken, dan Wüst maar. „En ze kan zich nog plaatsen op de 500”, zei Wüst. „Alleen staat die dan weer heel laag op de matrix.”