Inwoners lopen door een wijk die is verwoest door de storm op de Filipijnen.

Foto Richel V. Umel/Reuters

‘Mensen zijn koppig, ze dachten dat de tyfoon zou meevallen’

Richard Gordon

Veel evacuatiecentra op dit eiland záten al vol, zegt de voorzitter van het Filippijnse Rode Kruis. In het gebied dat is getroffen door een tropische storm, werd eerder dit jaar gevochten tussen de regering en islamitische extremisten.

De tropische stormen op de Filippijnen zijn iets waar de bevolking mee moet leren leven, zegt Richard Gordon, voorzitter van het Rode Kruis in de Filippijnen telefonisch. Zo om de twee jaar vindt er een desastreuze storm plaats, jaarlijks zijn er zo’n twintig kleinere. Vrijdag was het weer raak: toen raasde de tyfoon Tembin (lokaal heeft die de naam Vinta gekregen) over de Filippijnen, vooral over het zuidelijke eiland Mindanao.

Inmiddels zijn meer dan 200 dodelijke slachtoffers gevallen, nog minstens 150 mensen zijn vermist. Volgens het Rode Kruis moesten 70.000 mensen hun huis ontvluchten. „We richten ons nu in de eerste plaats op het vinden van de vermisten, het bij elkaar brengen van families, het zorgen voor schoon drinkwater, voedsel en de opvang van mensen die aan de storm ontsnapt zijn”, zegt Gordon.

De overheid had al gewaarschuwd voor de komst van Tembin en riep bewoners op zichzelf in veiligheid te brengen. Veel van de mensen die zijn omgekomen, sloegen dit advies in de wind. Gordon: „Mensen zijn koppig, ze dachten dat de tyfoon wel zou meevallen of een andere plek zou treffen. In enkele gevallen waren mensen ook domweg op de verkeerde plek op het verkeerde moment.”

Het getroffen gebied bestaat hoofdzakelijk uit platteland – Cagayan de Oro is de enige stad die is getroffen – en de (grotendeels islamitische) bevolking is er armer dan in de rest van het land, waardoor ook niet iedereen de middelen had om op tijd te vertrekken. „De communicatie is ook slecht, niet iedereen was bereikbaar. En daar lopen we nu weer tegenaan: we hebben moeite om overal te komen, veel bergpassen zijn onbegaanbaar geworden.”

Inwoners lopen door een wijk die is verwoest door de storm op de Filipijnen.
Foto Richel V. Umel/Reuters
Inwoners lopen door een wijk die is verwoest door de storm op de Filipijnen.
Foto Richel V. Umel/Reuters
Een wijk die werd verwoest door de storm op de Filipijnen.
Foto Richel V. Umel/Reuters

Klimaatverandering

Inmiddels zijn 50.000 mensen geëvacueerd. Een wrang gegeven, meent Gordon, als je bedenkt dat het eiland Mindanao dit jaar al veel geëvacueerden moest opvangen vanwege de gevechten tussen het regeringsleger en de aan IS-gelieerde Maute-groep, in en rond de stad Marawi. Die gevechten begonnen in mei dit jaar, met volgens de officiële cijfers bijna 350.000 mensen op de vlucht. „Veel evacuatiecentra op dit eiland zitten nog vol hier vanwege dat conflict.”

Dat deze storm zoveel slachtoffers heeft gemaakt, komt door de ontbossing en de mijnbouw die al jaren in het gebied plaatsvinden. Het lijkt erop dat de zware regenval zorgde voor landverschuivingen in de bergen die het regenwater tijdelijk tegenhielden, zei een medewerkster van het Filippijnse rampenagentschap tegen persbureau AP. Toen die ‘natuurlijke dammen’ doorbraken, overstroomden vloedgolven van regenwater de dorpen onderaan de berg. Binnen een uur stond in enkele dorpen het water drie meter hoog, meldt Reuters.

„Onderschat de invloed van klimaatverandering niet”, waarschuwt Gordon. „De Filippijnen liggen geïsoleerd in zee en kampen met moessonwinden van verschillende kanten, dat is een gegeven. Maar de kracht van de stormen neemt de laatste jaren toe, net als de gevolgen.”

In 2013 vielen maar liefst 6.300 doden toen het land werd getroffen door de tyfoon Haiyan – anders dan nu werden er toen meerdere steden getroffen. Hoewel het land dat soort stormen nooit zonder schade zal doorkomen, denkt Gordon dat wel degelijk verbetering mogelijk is. Het aantal doden is nu volgens hem al minder hoog dan je vooraf had kunnen vrezen, omdat veel mensen wel gehoor hebben gegeven aan de waarschuwing en op tijd zijn vertrokken. „In de toekomst zal de regering meer maatregelen vooraf nemen. Niet alleen de mensen nog tijdiger waarschuwen, maar ook denken aan de lange termijn en ontbossing tegengaan.”