Stekels en rotsblokken tegen zwervers

Frankrijk De clochard hoort bij Parijs – maar de houding tegenover daklozen verhardt. Ze worden op creatieve manieren overal geweerd.

Foto Jacques Demarthon/AFP

Parijzenaars worden steeds vindingrijker in hun pogingen het toenemend aantal daklozen op afstand te houden. Een ‘douche’ bij de ingang van een particuliere parkeergarage nabij Les Halles leidt sinds enkele dagen tot brede verontwaardiging. Wie zonder auto en speciale afstandsbediening het portiekje voor de garagedeur betreedt, krijgt van alle kanten koud water over zich heen.

Een van de bonkige mannen die op de hoek van de Rue de Rivoli verveeld op en onder hoopjes slaapzakken bivakkeren, wil het systeem desgevraagd wel even demonstreren. De Rus, hij noemt zich Dimitri, steekt zijn hand uit en maakt aan de rand van het nisje wat schoppende gebaren.

Na een paar seconden spuiten uit de buizen boven de garagedeur stevige stralen helder water. „Zonde”, zegt hij in verzorgd Engels. Een van zijn Bulgaarse maten voegt er met dubbele tong aan toe dat hij zich niet kan voorstellen dat het drinkwater is.

De ‘daklozendouche’ kwam voor het eerst in het nieuws toen de Fondation Abbé Pierre eerder deze maand haar gebruikelijke eindejaarscampagne begon. Onder de noemer ‘#SoyonsHumains’ (laten we menselijk zijn) roept de hulporganisatie Fransen op om op een website foto’s te uploaden van aanpassingen aan straatmeubilair en architectuur die louter bedoeld zijn om zwervers te weren. Directeur Christophe Robert van Abbé Pierre sprak, verwijzend naar het sproeisysteem, van „een toename van installaties die je soms koude rillingen op de rug geven”.

Meest opvallend is het nieuwe meubilair in veel metrostations. Bankjes zijn vaak vervangen door losse stoeltjes met hoge zijleuningen, om te voorkomen dat mensen languit kunnen liggen. Op station Stalingrad zijn nog wel bankjes, maar het draagvlak is zo schuin dat je er alleen half hangend op kan zitten.

Veel winkeliers hebben verloren hoekjes rond hun zaak afgezet met stalen tralies. En sommige appartementencomplexen hebben in recente jaren balkons op de begane grond afgesloten met hekken of glaswerk. Nisjes in chiquere gebouwen zijn voorzien van metalen stekels, wonderlijk uitgelegde stenen of fantasierijke cactusbegroeiing.

Het zichtbaarst zijn de aanpassingen in het noordoosten van Parijs, rond het Canal Saint-Martin. Vooral na de ontruiming van het migrantenkamp in Calais, eind 2016, hadden vele duizenden vluchtelingen hier hun kamp opgeslagen. Nu staan er her en der nog wat tentjes onder bruggen, maar de politie ziet erop toe dat er geen nieuwe nederzetting ontstaat. Onder het spoor van metrolijn 2, bij ‘Stalingrad’, heeft de gemeente Parijs honderden immense rotsblokken laten plaatsen om de tentjes te weren.

Dit soort praktijken wordt „steeds algemener”, zei Robert van Abbé Pierre tegen Le Monde. En: „Je moet geen oorlog voeren tegen de armen, maar tegen de armoede.”

Toch zijn Fransen van oudsher tamelijk tolerant voor daklozen. De klassieke clochard, bezongen in het werk van Victor Hugo, hoort net zo bij Parijs als de Eiffeltoren of de Notre-Dame. Ieder buurtje heeft zijn eigen vaste clochards, veel bewoners kennen ze bij naam en voorzien in alcohol- of andere behoeften.

Fransen, zo bleek in 2007 uit EU-onderzoek, denken meer dan andere Europeanen dat armoede niet je eigen schuld is: 86 procent was het eens met de stelling „Armoede kan iedereen in zijn leven overkomen”. Ter vergelijking: in Nederland was dat 50 procent, in Zweden 43.

Maar immigratie, uit Afrika en het Midden-Oosten maar vooral ook uit Oost-Europa, heeft het debat verhard. Volgens de Fondation Abbé Pierre is het aantal mensen sans domicile fixe tussen 2001 en 2012 door de crisis en verarming in Frankrijk verdubbeld tot ongeveer 145.000 mensen. Hoeveel immigranten precies op straat leven, weet niemand.

„Vroeger had je clochards, maar dit zijn criminelen”, roept een bewoner van het pand waartoe de garage met het sproeisysteem behoort.

De eigenaar van het aanpalende supermarktje – die niet met zijn naam in de krant wil – is woedend over de publiciteit. Volgens hem bestaat de ‘douche’ al zo’n vijftien jaar. „We zijn heel lang tolerant geweest, maar het was niet meer mogelijk”, zei parkeergaragebeheerder Éric Lafontaine tegen Le Parisien. De supermarkteigenaar: „Weet u hoe deze straat genoemd wordt? De Rue de la Pisse!”

    • Peter Vermaas