Opinie

Ministers Rutte III maken een coöperatieve start

Rutte II vertrok, Rutte III kwam. Zo kan in al haar essentie de nationale politiek in het jaar 2017 worden samengevat. Een jaar waarin het land zich een zeven maanden durende kabinetsformatie kon veroorloven. Met 225 dagen werd het formatierecord uit 1977 met zeventien dagen gebroken.

De voorbije maanden maakten de nieuw aangestelde ministers stuk voor stuk hun opwachting in de Tweede Kamer om de nog door hun voorgangers opgestelde begrotingen te verdedigen. Hoewel het op de premier na allemaal ministeriële debutanten betrof ging de eerste grote confrontatie met de Kamer hun allemaal redelijk goed af.

Kanttekening hierbij is dat het échte werk voor de meesten nog moet beginnen. Zij verdedigden als gevolg van de demissionaire status van het vorige kabinet beleidsarme begrotingen. De in het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie uiteengezette voornemens moeten nog in concreet beleid worden omgezet. Deze fase volgt nu. Veel tijd heeft de nieuwe ploeg hier niet voor. Als het kabinet met zijn minieme meerderheid van één zetel in zowel Tweede als Eerste Kamer op zeker wil spelen, zorgt het ervoor dat de grote zaken voor maart 2019 zijn geregeld. Dan zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten, waaruit een nieuwe Eerste Kamer wordt samengesteld. Het is onzeker of de coalitie daarna nog over een meerderheid beschikt.

Het ‘gemeen overleg’ met de Tweede Kamer over de diverse begrotingen heeft overigens laten zien dat het kabinet bereid is de oppositie serieus te nemen. Wat dat betreft werken de gunstige economische omstandigheden natuurlijk mee. De relatief goedgevulde schatkist – relatief, want er is nog altijd sprake van een torenhoge staatsschuld – leidt ertoe dat het maken van harde keuzes minder noodzakelijk is. Veel kan worden afgekocht.

Behalve een nieuw kabinet zit er sinds de verkiezingen van 15 maart ook een grotendeels nieuwe Tweede Kamer. In totaal zijn er dit jaar tachtig nieuwe Kamerleden aan de slag gegaan. Dat is meer dan de helft en een verontrustend hoog aantal. Voor zover de wisselingen het gevolg zijn van gewijzigde politieke verhoudingen valt hier weinig aan te doen. Maar voor zover de mutaties worden veroorzaakt door de haast onophoudelijke hang naar vernieuwing is zorg wel op zijn plaats. Er gaat te veel parlementaire ervaring verloren. Dat is funest voor het leveren van voldoende weerwerk tegenover de regering, die nog altijd grotendeels beschikt over het kennismonopolie.

Juist in een tijd waarin feiten steeds meer ter discussie staan dan wel gemanipuleerd worden, is het van het grootste belang dat het parlement zich een zelfstandig oordeel kan vormen. Dat begint bij parlementariërs die over kennis van zaken beschikken en niet al vanaf de eerste dag voor het kortetermijnsucces gaan, op weg naar hun herverkiezing.

Nederland zit sinds 26 oktober met een coöperatief kabinet onder leiding van een premier die in de persoon van Mark Rutte heeft aangetoond dat collegiaal bestuur in verschillende coalities zeer werkbaar is. De groslijst van de verkiezing van politicus van het jaar haalt hij hier niet mee. Maar in dit geval zegt dit aanzienlijk meer over de publieke opinie dan over hem.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.