Column

Pikpraat

De Engelsen noemen het catcalling: het naroepen, fluiten of sissen naar vrouwen op straat. Altijd gedacht dat het een verwijzing was naar het woord pussy, maar The Oxford Dictionary beschrijft een heel andere, onvermoede herkomst. De term stamt namelijk uit de 17de eeuw, toen het gebruikelijk was om tijdens theatervoorstellingen acteurs uit te fluiten, als het publiek zijn afkeuring over een bepaalde scène kenbaar wilde maken. Hoe dan ook, in Engelstalige landen is de moderne betekenis van het woord catcalling voor iedereen – jong en oud – in ieder geval duidelijk. En ook daar vinden ze dit respectloze gedrag irritant en intimiderend en wordt gezocht naar een doeltreffende aanpak.

In Nederland moesten we het tot nu toe doen met het woord ‘straatintimidatie’. Een nogal armoedige term die de lading niet dekt. En dus wordt daar voor de volledigheid ook wel ‘seksuele straatintimidatie’ van gemaakt. Maar ook dat klinkt wollig en is weinig aansprekend. Onbruikbaar dus voor een campagne, moeten ze ook bij de gemeente Rotterdam hebben gedacht. En dus huurde de gemeente, onder leiding van wethouder Joost Eerdmans, een duur reclamebureau in en werd afgelopen week een nieuw woord geïntroduceerd: ‘pikpraat’. Geen bestaand woord of straattaal, maar helemaal zelf bedacht door die reclamejongens. Volgens de wethouder is er nog goed over nagedacht ook. De doelgroep (Eerdmans zegt het niet hardop, maar zijn partij wijst ook in dit geval richting Marokkaanse jongens) zal zich er door aangeproken voelen, zo verwacht hij.

Om de strijd aan te gaan met de ‘pikpraters’ van onze stad heeft de wethouder nu allerlei acties en maatregelen aangekondigd. Er is een speciale app ontwikkeld („Meld pikpraat nu!”), waar vrouwen de exacte locatie, aard en tijdstip van de pikpraat kunnen aangeven. En per 1 januari geldt in Rotterdam ook een ‘sisverbod’ oftwel ‘pikpraatverbod’, waar een sanctie van 190 euro op staat. Ook gaan vier in pikpraat gespecialiseerde handhavers de straat op en zet de gemeente zonodig ‘lokboa’s’ (vrouwelijke handhavers in korte rok) in om pikpraters op heterdaad te kunnen betrappen. En dan is er ook nog een campagne-slogan bedacht: „Pikpraat van straat.”

Los van de vraag of een en ander wel gaat helpen en of de handhaving ervan haalbaar is, kan ik me – ondanks mijn overtuiging van de noodzaak en het belang van zo’n campagne – maar niet verzoenen met die term. Pikpraat. Ik vind hem slecht gekozen, want hij is ordinair, nog veel te soft tegelijk en hij doet bovendien geen recht aan wat vrouwen zoal overkomt op straat. Wanneer mannen het woord pik in de mond nemen, is dat vrijwel altijd in liefkozende of vergoelijkende zin („Hé pik!”, of: „Tja, er was een tijd dat ook ik mijn pik achternaliep”). En gecombineerd met ‘praat’ krijgt het allemaal wel iets héél sussends. Bakerpraat, ouwewijvenpraat, kletspraat, roddelpraat, kinderpraat, pikpraat – ja doei! Pikpraat=leuterpraat?

Zijn die app en de posters al gemaakt? Zoniet, dan stel ik gewoon voor: „Pssstt…? Hoer…? Je zal je moeder bedoelen!” Als het dan toch op z’n ordinair Rotterdams moet.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.