Over de positie van Camiel Eurlings gaat alleen hijzelf

Zes vragen over de zaak-Eurlings

Onder druk van medebestuursleden van NOC*NSF kwam oud-minister Eurlings met een verklaring over de mishandeling van zijn ex-vriendin. Die lijkt een averechts effect te hebben.

Camiel Eurlings als lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Rio De Janeiro. Foto Olaf Kraak

De druk op Camiel Eurlings om op te stappen als bestuurslid van sportkoepel NOC*NSF neemt toe. Kamerleden dringen aan op zijn aftreden en ook de atletencommissie van NOC*NSF eist meer openheid.

Kamerleden uitten zaterdag in het AD flinke kritiek op de verklaring van de oud-minister van Verkeer en Waterstaat over de mishandeling van zijn ex-vriendin, waaraan hij zich schuldig zou hebben gemaakt. Het bestuur van NOC*NSF had er bij Eurlings op aangedrongen publiekelijk uitleg te geven over de zaak. Via zijn advocaat Geert-Jan Knoops reageerde Eurlings donderdag op de „onjuiste en suggestieve berichtgeving” in de media waardoor de indruk was ontstaan dat het zou gaan om een „zware” mishandeling. Knoops benadrukte dat het in de zaak gaat om een „eenvoudige” mishandeling.

De atletencommissie van NOC*NSF heeft een brief gestuurd aan Eurlings. De twaalf sporters, die de belangen van sporters in Nederland vertegenwoordigen, vinden de uitleg van Knoops onvoldoende laten ze weten via sociale media. „Wij staan voor transparantie en een veilig sportklimaat”, schrijft de commissie.

Het lijkt erop dat de poging van Knoops om de beeldvorming van de zaak positief te beïnvloeden averechts heeft gewerkt. Knoops wil nu niet verder ingaan op de zaak, laat hij aan NRC weten. Zes vragen over de zaak-Eurlings.

  1. Waar gaat de zaak ook al weer over?

    Eind 2015 deed de ex-vriendin van Eurlings aangifte van mishandeling. De oud-topman van KLM zou zijn ex eerder dat jaar geslagen hebben. Het OM stelde dat na onderzoek sprake was van „een bewijsbare eenvoudige mishandeling”, maar zonder zwaar of blijvend lichamelijk letsel. In overleg met Eurlings en zijn ex-vriendin bood het OM mediation aan.

  2. Waarom mediation?

    Justitie wilde daar destijds niet op ingaan. Maar het is niet ongebruikelijk dat dit gebeurt in zaken waarbij het ‘first offenders’ betreft of lichte overtredingen. Door een schikking wordt een gang naar de rechter voorkomen, iets wat uit het oogpunt van efficiëntie voor alle betrokken partijen aantrekkelijk kan zijn.

    Eurlings schikte zijn zaak in maart 2017: in ruil voor een taakstraf van veertig uur zag justitie af van vervolging. De schikking betekende niet dat Eurlings ook schuld bekende. Wel dat hij ondanks het ontbreken van een strafrechterlijke veroordeling formeel een aantekening heeft in het Justitieel Documentatie Systeem.

  3. Maar als hij niet werd veroordeeld, waarom staat zijn positie bij NOC*NSF dan toch ter discussie?

    Officieel zei NOC*NSF dat de zaak voor het bestuur met de schikking was afgedaan. Maar intern worstelde het bestuur ermee dat iemand die een boegbeeld voor de sport moet zijn, gewelddadig zou zijn geweest. Daarbij speelde het misbruik in de sport dat de afgelopen tijd naar buiten is gekomen, ook mee. In de Volkskrant zeiden anonieme bestuursleden dat Eurlings’ gebrek aan openheid over de zaak de sport schade toebrengt, juist nu de sportkoepel zelf om openheid vraagt over seksueel misbruik. Het bestuur kreeg ook een brief van een ouder wier dochter slachtoffer was van seksueel misbruik in de sport, waarin deze zich afvroeg hoe bestuursleden het moreel kunnen verantwoorden met Eurlings in hetzelfde bestuur te zitten.

    De andere acht bestuursleden zouden Eurlings al voor de schikking gevraagd hebben te vertrekken om schade aan het imago van de sportorganisatie te voorkomen. Toen Eurlings bleef zitten, besloot de sportkoepel dat bestuursleden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moesten hebben. De verwachting was dat dit moeilijk voor Eurlings zou kunnen zijn, omdat hij nu een aantekening heeft in het Justitieel Documentatie Systeem. Maar bij het afgeven van een VOG bekijkt men of de gepleegde feiten relevant zijn voor de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Eurlings kreeg toch een VOG en kon daarom aanblijven als bestuurslid. Daarop drong het bestuur er bij hem op aan met een verklaring te komen over de mishandeling.

  4. Kan NOC*NSF Eurlings niet gewoon uit het bestuur zetten?

    Nee, dat gaat niet. Eurlings is namelijk geen gewoon bestuurslid. Omdat hij sinds 2013 ook een permanent lid is van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), is hij automatisch lid van NOC*NSF. Daardoor is de enige die over zijn bestuurslidmaatschap van NOC*NSF gaat, Eurlings zelf. En de voormalige CDA-minister lijkt vooralsnog niet gevoelig voor de toenemende druk om op te stappen. Als permanent lid van het IOC zit hij tot zijn zeventigste in het Olympisch Comité. En daarmee zit hij dus ook, tenzij hijzelf anders besluit, tot zijn zeventigste in het NOC*NSF-bestuur.

  5. Heeft de politiek iets te zeggen over zijn lidmaatschap?

    Ook niet. Eurlings is dan wel lid van het IOC, maar daarmee is hij geen vertegenwoordiger van Nederland. Volgens het Olympisch Handvest word je wel geacht het ‘olympisme’ te verspreiden in je land, maar een rechtstreekse afgevaardigde ben je daar niet mee.

    In het AD uiten verschillende Kamerleden kritiek op de verklaring waarmee Eurlings in hun ogen de mishandeling probeert te bagatelliseren en weg te zetten als een „beetje mishandeling”. ook premier Rutte zei dat hij zich „goed kan voorstellen” dat NOC*NSF het gesprek aangaat met Eurlings. Maar dit is alles wat de politiek kan doen: morele druk uitoefenen op Eurlings om de eer aan zichzelf te houden. Noch de Kamer, noch de premier kan Eurlings dwingen te vertrekken.

  6. Hoe groot is de kans dat het IOC Eurlings afzet als lid vanwege de onrust rondom zijn positie in Nederland?

    Niet zo groot. Officieel kan de ethische commissie van het IOC een lid uit zijn functie ontheffen. Eurlings heeft het IOC destijds zelf geïnformeerd over de zaak. Maar omdat er nooit een strafrechtelijke veroordeling volgde, is de zaak nooit voorgelegd aan de ethische commissie van het IOC. Het IOC beschouwt het daarom als een privékwestie. De algemene indruk is bovendien dat Eurlings het goed doet binnen het IOC; hij zit binnen het comité in verschillende commissies.

    Het IOC telt 115 leden, waarin de nationale olympische comités, ex-sporters en internationale sportfederaties worden vertegenwoordigd. 75 leden zijn permanente leden; in de praktijk zijn dit invloedrijke individuen of personen uit belangrijke sportlanden. Nogmaals: IOC-leden zijn geen vertegenwoordiger van hun land. Als land kan je het geluk hebben dat je meerdere IOC-leden hebt omdat een ingezetene ook toevallig de voorzitter is van een internationale sportfederatie.

    In het IOC zaten in het verleden meerdere Nederlanders, maar nu is Eurlings de enige Nederlander.

    Dit zou overigens ook een overweging kunnen zijn voor Eurlings om te blijven zitten bij NOC*NSF. Als hij vertrekt als bestuurslid van de sportkoepel, kan dat wellicht zijn status binnen het IOC aantasten.

  7. Met medewerking van Henk Stouwdam