Hoe ‘echt’ is het onderwaterleven in Blue Planet II?

Natuurserie Dramatiseren mag, ingrijpen niet, zegt de maker van de nieuwe BBC-serie Blue Planet II. „We bieden de lipvis geen kokkel aan.”

Een zuigbaars heeft zich met de zuignap op zijn kop, vastgezogen aan een potvis, en reist zo met het dier mee. Beeld uit Blue Planet II/BBC

Spitsbergen, Noorwegen. Een kolonie walrussen is zojuist het water in gejaagd door een ijsbeer. De camera volgt een moeder die haar uitgeputte jong op het droge probeert te krijgen. Steeds verder zakken hun kopjes naar beneden. „Geschikte plekjes zijn al ingenomen door anderen”, treurt de voice-over als de twee bij de zoveelste schots bot vangen. Een andere moeder beukt zich een weg naar boven. En dan, in een even ontroerend als waanzinnig onderwatershot, zien we hoe de walrusmoeder van haar vinnen een kommetje maakt. Alsof ze haar baby wiegt. Hoe lang houden moeder en kind dit nog vol?

Producer Mark Brownlow is zichtbaar geraakt als hij het podium van de Amsterdamse bioscoopzaal beklimt. Met de verzamelde pers heeft hij zojuist de eerste aflevering van Blue Planet II bekeken, over het leven in de oceanen. Zestien jaar na de eerste serie, is er nu een vervolg, in zeven delen. In het Verenigd Koninkrijk ging de serie in oktober in première en trok 10 miljoen kijkers. In Nederland is de eerste aflevering donderdag te zien.

Waarom hij vol schoot? „Het was gekkenwerk”, zegt Brownlow. De opnames namen vier jaar in beslag, de makers brachten meer dan 1.500 dagen door op zee, en 6.000 uur onder water. Over budgetten wordt alleen in algemeenheden gesproken: traditiegetrouw claimt de BBC dat de serie duurder is dan ooit. Het resultaat: haarscherpe, indrukwekkende beelden van bizarre natuurverschijnselen. Het is de spanning, zegt Brownlow, of het publiek het net zo mooi vindt als hij. Al biecht hij na afloop op, dat óók de film zelf hem weer ontroert. „Ik zou misschien een koele professional moeten zijn”, zegt hij. Maar zo’n scène als met de walrus raakt hem. „Het is een universeel verhaal: een ouder die zijn kind beschermt.”

De close-ups van het koraal werden gefilmd in een watertank

Met de walrus en haar jong loopt het goed af. Zoals het in Blue Planet heel vaak goed afloopt. Blue Planet is een serie waarvan de kijker vooral ontzag krijgt voor de natuur. Dieren zijn hier vaak slim, vindingrijk, aandoenlijk of buitengewoon grappig.

Zo filmde de crew voor de kust van Australië een scene met daarin de hoofdrol voor een lipvis, die ze Percy noemen. Het oranjegestippelde visje klemt de kokkels die hij vindt tussen zijn kaken, en mept ze stuk op steeds dezelfde plek in het rif: een klein pilaartje in een komvormig koraal. „Best lastig als je geen handen hebt”, concludeert David Attenborough in de voice-over als de zoveelste poging mislukt. Maar ‘Percy the persistent’ is een volhouder: wel vijftig keer kan hij dit ritueel herhalen. Tot de schelp breekt. Attenborough: „Zie hier: een vis die gereedschap gebruikt.”

Te veel menselijkheid

De vraag dringt zich op: dichten de makers de dieren niet te veel menselijkheid toe? En: hoe ver mag je gaan bij het filmen van de natuur?

Brownlow legt uit dat de scènes vóóraf geschreven worden. Dat moet wel, zegt hij, anders breng je nooit de juiste apparatuur mee. In het geval van Percy meldde zich een lokale wetenschapper, die woont op Lizard Island, Australië. Brownlow: „Hij is er opgegroeid. Zwemt dagelijks in het rif. Hij kent er individuele vissen, wat best uitzonderlijk is.” Hij bracht het territorium van Percy in kaart. Daarna is de crew op pad gegaan, met speciale duikuitrusting zodat geen (luidruchtige) bellen ontstaan. Toen hebben ze net zolang gewacht tot Percy terugkwam met een kokkel. „Natuurlijk is het proces dynamisch. Je krijgt nooit exact het verhaal dat je vooraf hebt vastgelegd. Soms vertoont een dier nu eenmaal totaal ander gedrag.” Brownlow denkt dat scènes als die van Percy onze kijk op vissen – die we niet als bijzonder intelligent beschouwen – wellicht verandert: „We weten dat chimpansees gereedschap gebruiken, dat kraaien het doen. Maar het is geen vaardigheid die we aan vissen toeschrijven.”

“Natuurlijk is het proces dynamisch. Je krijgt nooit exact het verhaal dat je vooraf hebt vastgelegd”

Observeren, niet ingrijpen

Observeren is de hoofdtaak, ingrijpen mag niet, zegt Brownlow. Zo staat dat in de ‘gedragscode’ van de BBC. Geen dieren lokken. Geen prooi naast een roofdier zetten. De lipvis géén kokkel aanbieden. Wat wél mag is dramatiseren. En precies daar wordt het zo nu en dan wat glibberig. Want welk verhaal vertel je dan?

Neem de fragmenten in aflevering één over horsmakrelen. De makers filmden voor de kust van de Seychellen hoe deze enorme vissen jonge sternen uit de lucht grijpen en in één hap opschrokken. In de sleutelscène volgt de kijker één van de jonge vogels, die juist leert vliegen. We zien het beestje stuntelend opstijgen en weer te water storten. Onder het wateroppervlak loeren de makrelen. Tot een van hen zijn kans grijpt, springt én beet heeft. Net wanneer de kijker denkt: het is gedaan, worstelt het vogeltje zich los. Gered.

Hoe ‘echt’ is die scene? Brownlow legt uit dat het niet om één vogel gaat. In de montage is van shots van verschillende vogels en vissen één verhaal gemaakt. De makers willen een meeslepende serie maken, dat het publiek gegrepen wordt. Dat ze voor een goede afloop kiezen – de vogel ontsnapt – is verdedigbaar, vindt Brownlow. „In werkelijkheid ontsnapt de meerderheid van de sternen.” Daarom kijken wetenschappers mee: alle verhaallijnen, zegt Brownlow, zijn natuurgetrouw.

Iets vergelijkbaars gebeurde in de BBC-documentaireserie Planet Earth II. Een filmpje waarin een zeeleguaan uit de kaken van slangen ontsnapte ging vorig jaar viral. Toen bleek dat er geknipt en geplakt was – meerdere leguanen smolten samen tot een personage – werd de BBC misleiding verweten. Om die reden wordt in het script zorgvuldig in algemeenheden gesproken, zegt Brownlow. „Tenzij we een individu filmen, zoals bij lipvis Percy.”

Lees ook: Een bloedstollende achtervolging in Planet Earth II - maar is-ie wel echt?

Niet alle beelden in Blue Planet II werden overigens in het wild opgenomen. Zo ziet de kijker koraal ‘verbleken’: door de opwarming van het zeewater verliest het kleur. De close-ups werden gefilmd in een watertank. Dat kan ook niet anders, legt Brownlow uit. „Je moet zo sterk vergroten en je hebt zoveel licht nodig.”

De makers hebben ervoor gekozen die beelden „zo transparant als mogelijk” op de website te verantwoorden. Brownlow: „Kijkers willen niet dat je bij ieder shot vertelt hoe het gemaakt is. Ze willen niet dat we de betovering doorbreken.”

Het gaat er uiteindelijk om, vindt Brownlow, dat de kijker geraakt wordt, dat hij gééft om de oceaan. Opgewekt: „Wij filmen wat vissen doen. En jij gaat dan opeens de overeenkomsten zien.” Zo anders, zegt hij, zijn we helemaal niet.

Blue Planet II (EO), vanaf donderdag 28 december, NPO 1, 20.35u.
    • Lineke Nieber