Liefdadigheid? We hebben gewoon mensen nodig

Arbeidsmarkt De werkloosheid daalt snel, vacatures staan langer open. De installatiebranche zet vluchtelingen in om het schreeuwende tekort aan monteurs tegen te gaan.

In Syrië was Zohrab Kosayan ook elektromonteur. In Brabant sluit hij brandmelders en rookmelders aan. Foto Merlin Daleman

De Syrische elektromonteur Zohrab Kosayan (36) had zijn diploma’s niet bij zich toen hij naar Nederland vluchtte. „Niet aan gedacht.” En nog altijd kan hij niet altijd alles verstaan in het Nederlands, vooral de snelle praters niet. Toch had hij begin dit jaar al een baan – ongeveer een jaar nadat hij zijn inburgeringsexamen had gehaald. De reden: er is zo’n grote behoefte aan monteurs en installateurs dat zijn werkgever de nadelen voor lief nam.

Kosayan kon na een snelle opleiding aan het werk als elektromonteur bij Rijndorp Installaties, net als acht andere vluchtelingen met een verblijfsstatus. Dat kun je liefdadigheid noemen of maatschappelijk verantwoord ondernemen. „Maar dat was voor ons niet het belangrijkste”, zegt Parveen Dudock, personeelsfunctionaris van dat bedrijf. „We hebben gewoon mensen nodig.”

In een groeiend aantal sectoren wordt personeel schaars. De werkloosheid daalt snel en vacatures blijven langer openstaan. Een op de drie vacatures is voor bedrijven moeilijk te vervullen, meldde De Nederlandsche Bank deze week. Vooral bedrijven in de bouw, logistiek en ICT ervaren problemen.

De krapte zal alleen maar verder toenemen. De centrale bank verwacht dat er volgend jaar 1 procent meer beschikbare werknemers zijn dan nu. Het aantal banen groeit dubbel zo hard, met 2 procent.

De arbeidsmarkt is nog niet zo krap als vlak voor de economische crisis, in 2008. Toen stonden tegenover elke openstaande vacature 1,2 werklozen. Nu zijn dat er nog 1,8. Op het dieptepunt van de crisis, in 2013, waren er bijna zeven werklozen per vacature.

Klussen weigeren

Maar in een aantal sectoren zijn de tekorten al groot. Installateurs en monteurs moeten regelmatig klussen weigeren. „We merken dat heel veel aannemers bellen om een klus met ons te doen”, zegt Dudock van Rijndorp Installaties. „We hebben tien à vijftien aannemers met wie we vast werken, maar ook anderen bellen ons nu. Dan moet je af en toe nee verkopen, want we hebben er de mensen gewoon niet voor.”

Lees in deze reportage hoe bedrijven proberen om personeel aan zich te binden: Bonussen en opleidingen om personeel te paaien

„Het werk klotst tegen de plinten op”, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI, de werkgeversorganisatie van de installatiebranche. Niet alleen omdat er meer gebouwen worden neergezet. Ook omdat daar steeds meer slimme techniek in komt. En omdat zonnepanelen populairder worden. „De krapte zal daarom alleen maar groter worden”, voorspelt Terpstra.

Middelbare scholen leveren lang niet genoeg mensen af voor die groeiende vraag, zegt Ron van Stralendorff, directeur van het opleidingsbedrijf Installatiewerk in Nijmegen. Ook uit de kaartenbakken van uitkeringsinstantie UWV hebben de installatiebedrijven allang de werklozen geselecteerd die „willen en kunnen werken” in de techniek, zegt Van Stralendorff.

Foto Merlin Daleman

Dus zoeken bedrijven nu personeel onder vluchtelingen. „Als deze mensen nog op de bank moeten blijven zitten, is dat zonde”, zegt Dudock. Honderdvijftig vluchtelingen worden nu opgeleid in de installatiebranche. Vijftig zijn al aan het werk in een bedrijf.

Over de Syriër Zohrab Kosayan waren zijn leidinggevenden al snel enthousiast. „Ik zag dat hij alles snel oppikte. Hij is heel slim en werkt hard”, zegt hoofdmonteur Pravesh Sital op de bouwplaats van een groot overheidsgebouw in aanbouw in Brabant, waar ook Kosayan op dat moment aan het werk is. Hij is de brandmeldinstallatie en rookmelders aan het aansluiten.

In Syrië was Kosayan ook al elektromonteur, zegt hij, maar daar werkte hij met andere materialen en werden er andere vaktermen gebruikt. „Dat was hier in het begin wel moeilijk.” Nu is hij allang gewend.

Niet alle vluchtelingen gaat het zo gemakkelijk af. Er zijn er die vroeger een kantoorbaan hadden, zegt Dudock. „Zij ontdekken soms tijdens de opleiding dat je hier toch wel hard moet werken en vroeg moet opstaan.” Weer anderen vallen af omdat ze het gewoon niet snappen. Dudock: „Dat vind ik dan wel écht heel jammer voor ze.”

Gewoon doorwerken

Concurrerende bedrijven waren tegenover Dudock weleens negatief over het aannemen van vluchtelingen, zegt ze. „Die vonden het gevaarlijk, omdat de communicatie dan niet goed genoeg is als er iets gebeurt.”

Ook binnen haar eigen bedrijf hadden sommige monteurs hun bedenkingen. „Die jongens willen gewoon doorwerken en vinden dat ze met een vluchteling geen volledige partner hebben.” Toen de monteurs begrepen dat de vluchtelingen tijdens het inwerken niemand vervangen, maar ‘extra’ zijn, werden ze milder. „En nu zijn ze blij met hen”, zegt Dudock. „Kijk maar naar Zorab. Ze willen echt niet dat hij weggaat.”

Bij het opleidingsbedrijf Installatiewerk in Nijmegen is de eerste klas van tien vluchtelingen nog in opleiding. Zij hebben allemaal een technisch beroep gehad in hun land van herkomst, zegt directeur Van Stralendorff. „We zijn hier voorzichtig begonnen. Maar ik weet dat er in Nijmegen zeshonderd vluchtelingen met een verblijfsstatus zijn opgevangen. Dus als dit aanslaat en als het werkt voor de bedrijven waar zij heengaan, weet ik zeker dat het een vervolg gaat krijgen.”

    • Christiaan Pelgrim