Antony Burgmans: „Ik zou mezelf niet dominant noemen, maar betrokken. Als alles fantastisch gaat, kan ik afstand houden. Als er crisis is, ben ik betrokken.”

Foto Andreas Terlaak

‘Het feit dat ik Mark Rutte ken, is een toevalligheid’

Antony Burgmans President-commissaris Burgmans leidde AkzoNobel door een zware overnamestrijd en werd het mikpunt van rechtszaken. Het bracht hem niet van de wijs. „Ik zit bijna 50 jaar in het bedrijfsleven, waarvan 25 in de top.”

Antony Burgmans laat koffie serveren in elegante witte koffiekopjes. Zelf drinkt hij uit een stevige mok met groot oor. Het is een persoonlijke mok: Burgmans staat er zelf op afgebeeld, samen met zijn kersverse vrouw. Vorig jaar is Burgmans (70) voor de tweede keer getrouwd. Het stel heeft gelukkig genoeg tijd gehad om van hun wittebroodsweken te genieten, zegt Burgmans. „We zijn getrouwd voordat dit allemaal speelde.”

‘Dit’ is de overnamestrijd om AkzoNobel, het verf- en chemiebedrijf waar Burgmans president-commissaris is. In zijn afscheidsjaar – Burgmans’ termijn loopt in april af – kwam de Amerikaanse concurrent PPG ineens met een bod. Het was het begin van hectische maanden waarin de druk steeds verder opliep, door hogere biedingen van PPG, matige eigen resultaten, kritische beleggers, rechtszaken en continue media-aandacht. Tussendoor moest Burgmans bovendien in allerijl een nieuwe topman én financieel directeur zien te vinden – beiden stapten in de zomer op, respectievelijk wegens de druk en om persoonlijke redenen. Deze „menselijke momenten” vond hij het moeilijkste in het afgelopen jaar.

Lees ook het profiel over Burgmans: Veteraan op de bres voor Akzo

Burgmans bleef overeind, ook toen het overnamegevecht uitmondde in een persoonlijke aanval op hem. Grootaandeelhouder Elliott wilde hem weg hebben en spande twee rechtszaken aan om dat voor elkaar te krijgen. „Het lost niets op als ik wakker lig. Dat heb ik al heel lang geleden afgeleerd”, zegt hij bij hem thuis in Den Haag, nu de rust weer wat is teruggekeerd. Hij zorgt dat hij voldoende ontspant, bijvoorbeeld met vliegvissen, zijn grote hobby. Op de vleugel in zijn woonkamer staat een ingelijste foto van Burgmans in viskostuum, visnet in zijn hand.

Het scheelt ook dat Burgmans als oud-topman van Unilever en veelvuldig commissaris de nodige ervaring had om op terug te vallen bij AkzoNobel. „Ik zit nu bijna 50 jaar in het bedrijfsleven waarvan 25 jaar in de top.”

Waarom denkt u dat Elliott zijn aanval op u heeft gericht?

„Ze dachten mij iets te kunnen verwijten. Ik weet niet of u de uitspraken van de rechter heeft gelezen, maar daar staat heel helder in dat wij juist gehandeld hebben.”

De rechter had ook kritiek op AkzoNobel.

„In een hele kleine toevoeging stond: het is natuurlijk ook de bedoeling dat u de verstandhouding met uw aandeelhouders zo goed mogelijk probeert te houden. Maar we hebben voor 95 procent juist gehandeld.”

Elliott noemde u onder meer archaïsch. Hoe kijkt u nu, met iets meer afstand, naar hun kritiek?

„Daar heb ik helemaal niets mee. We hebben het bod van PPG om drie redenen afgewezen: de prijs was te laag, er waren mededingingsbezwaren, en de bedrijven passen totaal niet bij elkaar. Zij waren het daar niet mee eens.”

Veel aandeelhouders vonden dat u wél moest gaan praten met PPG.

„U zegt het alsof u ze allemaal zelf heeft geteld. Maar ik kan u verzekeren: ik heb aandeelhouders gesproken die het volledig met ons eens waren. Alleen die hoor je niet. Het zijn enkel de activistische partijen die zich uitspreken.”

Wat vindt u van zulke aandeelhouders?

„Ze kunnen het bed opschudden als de boel te veel ingeslapen is. Maar ik verwacht wel dat ze de grenzen van het betamelijke niet overschrijden. Dit niveau van agressie was nieuw.”

Moest AkzoNobel worden opgeschud?

„Het is onzin om te beweren dat Akzo slecht presteert. Maar het kan beter. Dat blijkt wel uit de doelstellingen die we hebben gesteld voor 2020.”

Waren die doelstellingen net zo ambitieus geweest zonder het bod van PPG?

„Het is de vraag of het verstandig is het achterste van je tong te laten zien. Maar aandeelhouders zeiden: nu willen we echt weten wat je kan, want met het bod van PPG lag er een alternatief.”

Hebt u de positie van aandeelhouders eerder onderschat?

„Absoluut niet. Ik opereer al tientallen jaren met het fenomeen aandeelhouder. Ik weet wat ze willen, wat ze ambiëren.”

U heeft zelf bij Unilever ook eens zo’n ambitieus meerjarenplan gelanceerd en bent daar later hard op afgerekend toen niet alle doelen werden gehaald.

„Als ik het over mocht doen, zou ik die doelstellingen misschien niet meer zo precies formuleren. Meer de richting aangeven. Een strategie van meer waarmaken dan je belooft. Maar daar hadden we nu bij AkzoNobel geen tijd voor.”

De strijd om AkzoNobel werd een zaak van nationaal belang. Was dat in uw voordeel?

„Ik heb steeds gezegd dat ik daar geen mening over had, wij hebben geprobeerd het altijd feitelijk te houden. Maar ik kon de emoties wel begrijpen.”

AkzoNobel twitterde onder de hashtag #DutchPride en regelde bussen voor medewerkers die tegen PPG wilden demonstreren voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering in de RAI.

Burgmans zit niet op Twitter, de werknemers met oranje AkzoNobel-petjes bij de RAI heeft hij wel gezien: „Die mensen hebben de wens uitgesproken om te komen, omdat ze zich zorgen maken over dit bedrijf en hun eigen baantje. Iedereen heeft het recht om te demonstreren. Moet ik mijn eigen medewerkers dat recht dan ontzeggen?”

U kent Mark Rutte uit uw Unilever-tijd. Heeft u met hem gesproken over deze kwestie?

„Nee. Ik zeg het nog maar eens: we hebben geprobeerd deze slag op feiten te winnen. U verzint er allemaal dingen bij die wat mij betreft niet gespeeld hebben. Het feit dat ik Mark Rutte ken, is een toevalligheid die met de Akzo-zaak niets te maken heeft.”

Interviews geven is geen liefhebberij van Burgmans. „Het hoort bij de job, maar hoe minder hoe beter”, zegt hij. Dat betekent niet dat topbestuurders zich wat Burgmans betreft kunnen verschuilen. Integendeel, ze hebben een „enorme verantwoordelijkheid” om naar buiten te treden. Ze moeten „draagvlak creëren” voor de rol van het bedrijfsleven in de samenleving.

Dat draagvlak is volgens Burgmans broos door de „onbedoelde bijeffecten” van globalisering, zoals toegenomen ongelijkheid en migratie. „Het gevoel leeft dat de buit niet eerlijk wordt verdeeld”, zegt hij, wat weer leidt tot kritiek op multinationals en hun bestuurders die de vruchten van globalisering wél plukken.

Daarom pleit Burgmans voor moreel leiderschap van topbestuurders. In oktober gaf hij daar nog een toespraak over op uitnodiging van de Universiteit van Lancaster, waar hij zelf ooit marketing studeerde. „Hoe groter je verantwoordelijkheid, hoe groter de noodzaak tot nederigheid”, citeerde hij paus Franciscus in zijn speech.

U vindt het belangrijk dat het bedrijfsleven niet als noodzakelijk kwaad wordt gezien. Hoe verstandig is het dat de politiek de dividendbelasting afschaft en bedrijven topbeloningen laten oplopen?

„Ik ben er heel erg voor dat hardwerkende mensen goed verdienen, maar als het excessief wordt, gaat het zich tegen je keren. De dividendbelasting is een heel ander dossier. Dat gaat om het vestigingsklimaat. Afschaffing vind ik een prima maatregel.”

Houdt moreel leiderschap ook in dat AkzoNobel de chemietak niet verkoopt aan een partij die enkel uit is op financieel gewin?

„Ja, het moet een goed huis zijn. Ik heb in mijn tijd bij Unilever ook veel bedrijven gekocht en verkocht. We keken bij verkoop altijd of we te maken hadden met een partij die verantwoordelijk zou opereren.”

Ter voorbereiding op dit interview hebben we gebeld met een aantal mensen die met u gewerkt hebben…

„Dat heb ik gehoord, ja. Ik betwijfel of je op die manier een reëel beeld krijgt.”

Mensen waren lovend, en op punten kritisch. Ze noemen u een stevige commissaris die bij vlagen erg dominant is. Zit die dominantie u wel eens in de weg?

„Nee hoor, helemaal niet. Ik zou mezelf ook niet dominant noemen, maar betrokken. Als alles fantastisch gaat, kan ik afstand houden. Als er crisis is, ben ik betrokken. Er zijn mensen die dan opstappen, dat vind ik geen echte commissarissen.”

U heeft in een eerder interview wel eens gezegd dat u niet zo goed kunt luisteren.

Burgmans zucht. „Dat is alweer zo lang geleden. Dat is dan zo’n journalist die iets wil horen wat niet zo goed is. En dan verzin je eens iets. Als ik niet zou luisteren, kreeg ik onmiddellijk gedonder. Ik geef toe dat ik soms wel het gevoel heb: hier kan ik beter niet naar luisteren.”

De druk op topbestuurders is hoog. Hoe zorgt u dat die bij de bedrijven waar u toezicht houdt niet te groot wordt?

„Je moet een omgeving creëren waarin mensen de balans kunnen bewaken. Je moet ze bijvoorbeeld niet lastig vallen in het weekend. Ik had ooit een baas die je op vakantie opbelde en zei: je hebt er een puinhoop van gemaakt, je moet terugkomen. Ik heb hem gezegd dat hij dit niet meer moest flikken. Je moet ook je baas managen.”

Een overnamestrijd is een extreme situatie. Hebt u met de bestuurders van AkzoNobel gesproken over de werkdruk?

„Als er aanleiding voor zorg is, vraag ik daarnaar. Afgelopen jaar moesten we natuurlijk aan de bak, het was niet het moment om drie weken naar Corsica te gaan. Maar iedereen moet zelf weten hoe die zijn ontspanning krijgt. Ik ben ook geen kinderjuffrouw.”

Bekijk ook deze video: Een Nederlands bedrijf in buitenlandse handen, moeten we dat wel willen?

    • Teri van der Heijden
    • Joris Kooiman