Hij wilde eerlijk kijken naar zijn land

Mehmet Ülger (1962-2017), die sinds 1985 in Nederland woonde, koos de kant van de onderdrukten maar bleef daarbij altijd journalist.

Mehmet Ülger, links met zijn vrijgevochten oma, bij wie hij als kind woonde in Turkije. Foto rechts Astrid van Unen

Een half jaar voor zijn dood begon Mehmet Ülger, journalist, „wereldburger met een Turkse achtergrond”, aantekeningen te maken over zijn jeugd.

En daar doemde in zijn Rotterdamse huis een wereld op die niet meer bestaat. Van het bergdorp in het district Pinarbasi bij Kayseri. De abrikozenbomen, de akkertjes die hij als jongen met een ezel bewerkte. De havik die hij met blote handen ving. De nacht die hij alleen in de berghut doorbracht bij de schapen. Hij leerde de saz bespelen, een soort citer.

Zijn ouders verhuisden naar de zuidkust. Mehmet bleef bij zijn grootmoeder. Een vrijgevochten vrouw, lang genoeg weduwe om lak te hebben aan sociale conventies. Ze rookte hasj en behandelde als medicijnvrouw haar dorpsgenoten. Een geval van geelzucht genas ze door de lipriem van de patiënt door te snijden.

Niet alleen zij, het hele dorp was vrijzinnig. De godsdienst was licht: alevitisch. Vrouwen hadden vaak geen hoofddoek op, de mooie schooljuf droeg broeken. De jongens voetbalden met de imam.

Maar arm waren de bewoners wel, en socialistisch. Een oom werd vermoord omdat hij niet in militaire dienst wilde. Dat was de tijd dat Mehmet in verzet kwam – gesteund door zijn grootmoeder. Hij eiste dat op 1 mei, de Dag van de Arbeid, zijn middelbare school zou sluiten en kreeg dat voor elkaar.

De Turkse staat verstarde na de militaire coup in 1980. „Je kon twee kanten op”, zegt zijn vriend Nuri Karabulut. „Of je deed of je neus bloedde en hield je aan de nieuwe wetten, of je rebelleerde.” Mehmet sprak extreemrechtse schooljongens aan en werd vervolgens na school opgewacht.

Maandenlang liepen hij en zijn vrienden met een boek in hun tas waarin tussen de uitgescheurde bladzijden een pistool zat verstopt. Zijn zucht naar rechtvaardigheid ging hand in hand met een verkwikkende sensatie. Dat vertelde hij aan zijn vrouw Astrid van Unen. „Hij was kritisch. Hij zei: ‘Niets mag je belemmeren op een eerlijke manier naar je land te kijken.’”

Toen zijn vrienden, die lid waren van de communistische arbeiderspartij, werden opgepakt, zeiden zijn ouders: duik onder en vertrek. Hij reed met een kennis naar Duitsland en ging in Enschede wonen. Dat was in 1985.

Hij ging naar de Academie voor Journalistiek. Toen hij zijn oude vijanden van de fascistische MHP, de Grijze Wolven, ook in Nederland herkende, onderwierp hij ze met collega-journalist Stella Braam aan een onderzoek. Ze onthulden in Grijze Wolven dat de door de Nederlandse overheid gesubsidieerde Turkse Federatie Nederland een mantelorganisatie was van de MHP. Kopstukken van de Grijze Wolven waren betrokken bij de georganiseerde misdaad. Na publicatie werden Braam en Ülger bedreigd en moesten ze enige tijd onderduiken. Ülger maakte zich zorgen over de veiligheid van zijn vrouw en dochtertje.

Hij schreef voor De Groene Amsterdammer en was correspondent voor Turkse dagbladen. Maakte reportages voor onder andere EenVandaag. Toen zijn vriend, journalist Metin Göktepe, in 1996 in Istanbul werd doodgemarteld, riep hij in een internationale actie op om de 48 betrokken politieagenten aan te klagen. Het kwam tot een veroordeling. „Dat je een mensenmacht op de been kunt brengen en iets bereikt, dat sterkte hem enorm”, zegt Nuri Karabulut.

Maar hij was als activist altijd een journalist, benadrukt Karabulut. „Hij koos de kant van de onderdrukten, maar verloor de feiten nooit uit het oog.” Samen met Astrid van Unen bracht hij in de documentaire Kinderen van het seizoen het leven van Zara in beeld, een minderjarig meisje dat hazelnoten moet plukken. De Turkse overheid is schuldig, Zara’s werkgever, maar Mehmet Ülger sprak ook de vader van het meisje aan. „Waarom help je je vrouw en je kinderen niet”, vroeg hij.

„Hij was bepaald geen allemansvriend”, zegt Van Unen. „Nieuwsgierig en vriendelijk, maar gereserveerd, een gesloten jongen.” Toen een nieuwe editie van het Grijze Wolven-boek verscheen, werd hij midden in de nacht gebeld: „Hoerenjong leef je nog?” Astrid van Unen: „Die bedreigingen achtervolgden hem. Maar hij vond het erger dat er nog steeds Grijze Wolven-organisaties in Nederland worden gesubsidieerd.”

Mehmet Ülger is in de bergen van Pinarbasi begraven. Bij het afscheid werd niet gebeden of uit de Koran gelezen.

    • Jutta Chorus