Opinie

    • Lucette Mascini

‘Haal het woord ‘pikpraat’ uit de campagne over seksuele straatintimidatie’

Stelling Vanaf 1 januari is ‘seksuele straatintimidatie’ – nafluiten, lastig vallen – verboden. De gemeente is een campagne begonnen.

De gemeente startte deze week een campagne tegen de seksuele intimidatie van vrouwen op straat, en betaalde reclamebureaus Bijl PR en Vuurrood 50.000 euro voor – onder andere – het bedenken van het woord ‘pikpraat’. Vrouwen zouden straatintimidatie moeten gaan melden via een app die na een druk op de knop doorgeeft in welke straat de intimidatie plaatsvindt. Vraag is of het woord ‘pikpraat’ niet zo grof en vrouwonvriendelijk is dat deze de bestrijding van straatintimidatie onderuit haalt. De stelling is: ‘Haal het woord ‘pikpraat’ uit de campagne tegen seksuele straatintimidatie.’

Anne (50), staat met de fiets op de stoep voor het Kruidvat in het centrum van Rotterdam: „Huh, pikpraat? Daar bedoelen ze toch geen geslachtsdeel mee? Ze bedoelen toch dat mannen op straat bepaalde vrouwen eruit pikken om lastig te vallen? Dan vind ik het namelijk wel een goede term. Maar als het verwijst naar hun geslachtsdeel, hoeft het voor mij niet. Dan vind ik het ordinair.”

Daan Vilders (17), leerling Erasmiaans Gymnasium: „Ha ha ha, pikpraat! Ja, ik heb op het journaal gezien dat de gemeente met dat woord een campagne tegen straatintimidatie begonnen is. Ik weet waar dat op slaat, natuurlijk: op het geslachtsdeel van een man. Dat is toch juist grappig. Ik zeg toch ook ‘hé pik’, tegen mijn vrienden. Dat vind je toch ook niet beledigend? Iedereen weet meteen waar je het over hebt: dat je niet ‘hé schatje’ moet roepen tegen meisjes op straat. Door dat woord blijft hangen waar de campagne over gaat.”

Jan (61), socioloog, aan het wandelen naar metrohalte Eendrachtsplein: „Luister: als je alleen maar welgevoeglijk taalgebruik hanteert in een pr-campagne dringt het doel ervan niet tot de mensen door. Seksuele intimidatie op straat ís grof. Dat ze dat met een grof woord als ‘pikpraat’ aan de kaak willen stellen, vind ik dus eigenlijk niet meer dan logisch.”

Diane Versteeg (36), verkoopster modezaak: „Pikpraat? Dat klinkt als prietpraat. Alsof het helemaal niet erg is dat een man je op straat lastig valt. Alsof ze niet anders kunnen dan zich laten regeren door hun geslachtsdeel. En dáár ben ik het dus niet mee eens! Wie zo’n woord bedenkt, redeneert echt alléén maar vanuit de man. Ze zouden beter een slogan kunnen bedenken waarin ze mannen de vraag stellen waarom ze het normaal vinden om vrouwen op straat lastig te vallen.”

    • Lucette Mascini