De Goelag vond hij een interessante ervaring

Foto website Memorial

Dertig jaar lang zocht ik hem op als ik in Moskou was. Voor politiek inzicht, scherpe grappen en goede wodka. Hij was voor niemand bang. Op 18 december stierf Arseni Roginski aan de gevolgen van kanker.

Als directeur van Memorial, de oudste post-communistische ngo, is Roginski van onschatbare betekenis geweest voor het onderzoek naar het stalinisme. Zijn vader kwam in 1951 om in de Goelag. Dat wekte zijn levenslange belangstelling voor de Stalinterreur. Eind jaren zestig begon Roginski, die zelf in een kamplazaret ter wereld was gekomen, als jonge historicus met het opzetten van een historisch archief in Leningrad. De eerste ondervraging door de KGB was in 1973.

Hij drong door in gesloten staatsarchieven en kreeg daarvoor in 1981 vier jaar strafkamp. De bebrilde joodse intellectueel wist zich in de genadeloze Goelag niet alleen staande te houden tegenover de maffia, hij verwierf zich als pleitbezorger voor betere omstandigheden in de kampen een sterke positie. Roginski behoort tot de categorie Russen die het kampleven beschouwden als een „interessante maatschappelijke ervaring”.

Ik leerde hem kennen toen ik als correspondent van NRC Handelsblad de perestrojka van Gorbatsjov versloeg. Bij onze eerste ontmoeting werd ik aan een kruisverhoor onderworpen, zodat hij vast kon stellen of het zin had tijd aan mij te verspillen. Ik mocht blijven.

De wet op de ngo’s, die Memorial verplicht zich wegens subsidie uit het buitenland te tooien met het stigma ‘buitenlands agent’, beschouwde hij als een effectief middel om de kiemen van een burgerlijke samenleving te doden. „Langzamerhand wordt dit land zo ingericht dat elk onafhankelijk maatschappelijk initiatief wordt gedood”, zei Roginski. „Ik noem dat een imitatiedemocratie.”

Wat bon ton was onder de Moskouse intellectuele bohème interesseerde hem niet. Hij werkte samen met iedereen die iets voor de mensenrechten kon betekenen. Maar zijn oordeel was scherp: „De scheiding der machten is door Poetin opgeheven.” Zijn hele leven ijverde hij voor monumenten voor de slachtoffers van het stalinisme. In Moskou staan er nu drie.

Vorige week was ik in Moskou. Ik wist hoe slecht het met Roginski ging. Als moedige mensen sterven, voel je jezelf altijd direct iets kwetsbaarder. Ook voor mij is Moskou zonder Arseni een unheimlichere plek geworden.