Van de ene mediahype naar de andere

Mediajaaroverzicht 2017

Trumphaat, #MeToo, vluchtelingenangst; de mediahype is geen natuurverschijnsel, maar vaak opzettelijke manipulatie.

Illustratie Olf de Bruin

Wat een ‘mediabubbel’ is, ook wel bekend als ‘echokamer’, dat weet in 2017 langzamerhand elke mediaconsument. Meer nog dan in de tijd van de verzuiling, neigen we ertoe alleen kennis te nemen van meningen en feiten die ons eigen wereldbeeld bevestigen en versterken. Wie er een andere mening op nahoudt, moet zich laten nakijken; onwelgevallige feiten worden vervangen door wat de mediamachine van president Donald Trump zo effectief definieerde als ‘alternatieve feiten’.

Dit jaar groeide echter ook het inzicht dat het bubbelfenomeen geen natuurverschijnsel is, maar het resultaat van opzettelijke manipulatie door bepaalde afzenders. Er zijn de bewuste leugenaars, die ons aan het twijfelen willen brengen. Een door het Kremlin geleide trollenfabriek in Sint-Petersburg tracht met wisselend succes via gefingeerde Twitteradressen de Nederlandse pers te halen, bijvoorbeeld omdat het nog lang niet zeker zou zijn dat een Russische Boek-raket de MH17 uit de lucht schoot.

Het stadje Veles in Macedonië blijkt de herkomst van grote aantallen berichten op sociale media die in 2016 de campagne van Trump ondersteunden en die van zijn tegenstander Hillary Clinton ondermijnden. Een bewuste poging om de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden? Het leek meer op een ordinair gevalletje van oplichting, want Facebook beloont, net als YouTube, hits met harde advertentiepegels.

Omdat mensen graag lezen wat ze al denken te weten, is het een verdienmodel geworden om ze dat genoegen te schenken. Facebook en YouTube doen er alles aan om onze bubbel alleen maar te versterken, ons verslaafd te maken en te houden. Toen Twitter constateerde dat het gebruik begon af te nemen, werd het maximum aantal woorden per bericht verdubbeld van 140 naar 280, om zo de drempel te verlagen voor verbaal uitgedaagde gebruikers.

De Amerikaanse president Trump. Manuel Balce Ceneta/ AP

De traditionele media (drukpers, radio, televisie) betonen zich in toenemende mate actief in het opsporen en bestrijden van ‘fake news’. We zien een snelle groei van rubrieken die feiten checken en onderzoeksjournalistiek die nieuwsmanipulatie onderuit haalt. Er zijn ook aanwijzingen dat nieuwsconsumenten weer meer belang hechten aan kwaliteitsjournalistiek en dat bijvoorbeeld The New York Times zakelijk wel vaart bij de gevolgen van de verkiezing van Donald Trump.

Schuttersputjes

Je hoort ook steeds vaker de mening dat de sociale media slechts een zeer klein deel van het maatschappelijke veld beslaan, en dat de extreme polemieken, die vanuit schuttersputjes op Twitter worden gevoerd, geen enkele betekenis zouden hebben voor de werkelijke opvattingen in de samenleving.

Het is waar dat slechts een klein deel van de Nederlandse bevolking zich herkent in de nucleaire meningenoorlogen op Twitter. Maar de invloed ervan blijft onevenredig groot, ook en vooral in de oude media.

Thierry Baudet mag dan klagen over het zogeheten mediakartel, als lijsttrekker van het Forum voor Democratie kreeg hij in de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen in maart veel meer spreektijd op televisie bij de publieke omroep dan zijn resultaat (twee zetels) zou doen vermoeden, zo bleek uit een in NRC gepubliceerde telling van de aanwezigheid van kandidaten in talkshows. Geert Wilders (PVV) bleef wel achter bij de andere partijen (vooral de door de kiezers gedecimeerde PvdA), maar die had zelf de luwte verkozen.

Alle grote mediahypes van de laatste jaren zijn begonnen in de sociale media. In 2015 leidde de ophef over ‘de tsunami van vluchtelingen’ tot politieke maatregelen en een effectieve ‘indamming’ van de stroom, nadat de traditionele media waren meegegaan in het creëren van een angststemming. Een jaar later was het de verkiezing van Trump die vooral op internet werd georkestreerd en de rest van de wereld met verbazing vervulde.

Een #MeToo- protestmars tegen seksueel misbruik van vrouwen in Hollywood, Los Angeles. Lucy Nicholson/ REUTERS

In 2017 was het een hashtag, #MeToo, die tot een verandering in de echte wereld zou leiden. Revoluties breken niet meer uit op straat, maar worden op een toetsenbord in gang gezet. Omdat de ontmaskering van filmproducent Harvey Weinstein de aanleiding vormde voor een wereldwijde protestbeweging tegen seksueel getint machtsmisbruik, waren het vooral personages uit de wereld van het entertainment die het in eerste instantie moesten ontgelden. Je zou kunnen beweren dat deze derde feministische ‘golf’ dankzij de sociale media veel sneller een bredere bedding vond dan de eerste en de tweede.

Personen van het jaar

Deze drie mediahypes herkennen we ook in de afgelopen drie ‘Persons of the Year’ van Time Magazine. De #MeToo-beweging is dit jaar ‘Person of the Year’, Trump was het vorig jaar, en daarvoor was het de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Zij is niet alleen de machtigste vrouw ter wereld, maar ook de duidelijkste exponent van de beweging die vluchtelingen toen juist wilde verwelkomen in Europa.

De drie grote mediahypes hangen ook samen: ze draaien om het groeiend zelfvertrouwen van mensen met een migratie-achtergrond en van vrouwen, en het felle verzet hiertegen. De bezwaren tegen vluchtelingen hadden vaak seksuele connotaties: bij de immigranten waren ‘onze vrouwen en meisjes’ niet veilig.Vrouwen die het tegendeel beweerden werden onthaald op spreekkoren als ‘daar moet een piemel in’. Donald Trump speelde in zijn verkiezingscampagne in op de angst voor verkrachters uit Latijns-Amerika, maar werd zelf ontmaskerd als iemand die zei vrouwen in het kruis te tasten. Desondanks verhinderde hij dat Hillary Clinton de eerste vrouwelijke president werd.

Syrische vluchtelingen in een kamp bij Bkaida in Libanon. Sam Tarling/ AP

Met de #MeToo-beweging is de tegenstelling tussen emancipatie enerzijds en seksisme en racisme anderzijds niet eens meer onderhuids. De traditionele media waren desalniettemin blij met de mogelijkheid om emoties en seks breed uit te meten, want dat zijn onderwerpen waar de kijkers wel pap van lusten.

    • Hans Beerekamp