Opinie

    • Arjen Fortuin

Ajouad, Eva, Jan, Danny én Arnout

Zap Onze tv-recensent ergert zich aan de potsierlijke voornamificatie van de Nederlandse programmanaam. Voor Arnout van de VRT maakt hij graag een uitzondering.

Stel, je hebt een idee voor een televisieprogramma. Dan zijn er drie mogelijkheden. Als het een heel goed idee is, dan maak je het programma. Als het een slecht idee is, dan maak je het programma niet. Als het een middelmatig programma is, dan neem je een handvol televisieberoemdheden, voeg je die toe en voer je zo het middelmatige idee alsnog uit en probeer je zo veel mogelijk aandacht te trekken met de naam van de bekende figuur.

Een neveneffect daarvan is de potsierlijke voornamificatie van de Nederlandse programmanaam, waarbij er inmiddels ook allemaal uitstekende programma-ideeën zijn waaraan de beleidsbepalers uit gewoonte snel een eigennaam hebben toegevoegd.

Uit mijn hoofd kon ik voor deze herfst dit rijtje opstellen: Ajouad: kaaskop of mocro?, Andries, Chantal blijft slapen, &Chantal, Che (oh nee, die niet), Danny demonstreert, De Verenigde Staten van Eva, Gordon gaat trouwen… maar met wie?, Ilse’s veranda, Jan de Belastingman, Jan wordt vader (dezelfde Jan – eerst het geld, dan het gezin, verstandige jongen), Lauren en het geld, Linda’s zomerweek, Hotel Sophie, De Tiende van Tijl, De tafel van Tijs.

Bij amusementsprogramma’s rondom echte beroemdheden begrijp ik het wel. Janzen, De Mol en Heuckeroth – dat klinkt meer als een detectivebureau in liquiditeitsproblemen dan als iets waar je bij wilt horen. Maar dat de publieke omroep het ene na het andere journalistieke programma zo nadrukkelijk koppelt aan de namen van de presentatoren, wekt een vreemde indruk: namelijk die dat deze mensen méér geïnteresseerd zijn in zichzelf dan in het onderwerp van hun reportages. Dat doet journalisten als Ghosen, El Miloudi en Kiris onrecht; zij zijn geen handelaren in gezelligheid, maar in informatie – en hun programma’s zijn uitstekend.

De voornamificatie is geen exclusief Nederlands probleem. Zo stuitte ik op de tweede avond van mijn loopbaan als televisierecensent bij de VRT op De helden van Arnout. Arnout wie? En welke helden? Achteraf is het het beste programma waar ik niet over heb geschreven. De presentator heet Hauben en maakte in Vlaanderen naam met Man bijt hond en een reisprogramma over de Eerste Wereldoorlog. De helden in De helden van Arnout zijn geen helden in de klassieke zin: het zijn hooguit halfbekende Belgen uit het verleden, die als grootste prestatie hebben dat ze een dagboek of ander geschrift hebben nagelaten, waardoor Hauben hun spoor kan volgen.

In de schitterende eerste aflevering (van 28 augustus) volgde hij de route door Rusland die twee eeuwen geleden werd afgelegd door Joseph Abbeel, soldaat in het leger van Napoleon. Hauben doet dat liftend of stappend door de sneeuw. Intussen praat hij met de Russen die hij tegenkomt. Soms persoonlijke gesprekken over gestorven kinderen. Even verder staat hij tegenover een Rus die glimt van trots, alsof hij zelf heeft meegevochten: „Die Napoleon van jullie is hier als een dief in de nacht vertrokken.” En tegen de tolk: „Vertaal dat!” Zo’n historisch bewustzijn - kom daar eens om bij ons.

Er komt geen echte ruzie van, zoals Hauben ook in een Marokkaans bergdorp heel soepel omgaat met de bejaarde dorpelinge die de onbekende indringer met stenen bekogelt. Maar goed, wij kunnen deze prachtige historische reis-tv in Nederland niet zomaar terugkijken (al is er wel een boek). Maar voor de NPO is het een cadeautje. Ik zou zeggen: eerst deze reeks aankopen en uitzenden en dan Hauben vragen of hij alstublieft, alstublieft, zou willen overwegen om ook eens wat vergeten Nederlanders na te reizen.

    • Arjen Fortuin