Opinie

    • Japke-d. Bouma

Zijn we anders gaan praten in 2017?

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: de woorden uit de krant, van de afgelopen 20 jaar.

Hoe is onze taal veranderd de afgelopen 20 jaar? Om dat te bekijken, maakte het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) van de Universiteit Leiden in samenwerking met het Vlaams-Nederlands Huis deBuren een inventarisatie van de woorden die de afgelopen twintig jaar het meest gebruikt werden in NRC en de Vlaamse krant de Standaard. Dit is wat ze ontdekten, in vijf categorieën:

1. Vroeger had je ‘vaders’, ‘moeders’ en ‘kinderen’, tegenwoordig is het gezin zó op de kop gezet, dat we allemaal nieuwe woorden voor ze hebben bedacht. ‘Laatstekansmoeder’ bijvoorbeeld, maar ook ‘thuisblijfmoeder’ (de ‘thuisblijfvader’ bestaat ook), ‘patchworkgezin’ (dat is een gezin met ouders en kinderen uit eerdere relaties) en ‘spitsuurgezin’ (‘tweeverdieners’ die het heel druk hebben met de planning). Ook nieuw is de voorraad woorden rond het ‘online daten’, een verschijnsel dat tien jaar geleden nog amper bestond. Een speciale vermelding krijgt hier ‘Tinderella-syndroom’. Dat is, vrij naar ‘Cinderella’, het verschijnsel dat je via Tinder zó hard naar een partner zoekt, dat je niet meer kan kiezen.

2. Op het gebied van veiligheid en milieu rukken de woorden ‘groen’ en ‘duurzaam’ op zonder dat de planeet dat overigens geworden is. Het ‘broeikaseffect’ is niet verdwenen, maar het woord wel, net als ‘zure regen’. ‘Zinloos geweld’ wordt nooit meer gebruikt. Volgens het INT zijn we sinds de aanslag op de Twin Towers in 2001 alle aanslagen ‘terreur’ gaan noemen. De aanslagen van de RAF en IRA werden vroeger niet zo genoemd.

3. In de media waren ‘#metoo’ en ‘fake news’ dit jaar allesoverheersend. Het zijn volgens het INT symbolen geworden van de kracht van de sociale media. Over de veel langere termijn valt op dat 20 jaar geleden ‘software’ nog een van de meest gebruikte woorden in de media was. Nu is dat ‘virtuele’.

4. In de categorie politieke woorden heeft de ‘gate’, 45 jaar na ‘Watergate’, de laatste vijf jaar een niet te stuiten opmars gemaakt als achtervoegsel dat ‘schandaal’ betekent, zoals ‘dieselgate’ (gesjoemel in de autoindustrie), ‘Yurigate’ (van Yuri van Gelder die wat biertjes ging drinken op de Spelen) en ‘snuffelgate’ (van die ene voetbaltrainer die aan zijn hand rook nadat hij hem in zijn broek had gestoken). Ook nieuw: de verbasteringen van ‘Brexit’ om aan te duiden dat mensen of landen ergens mee stoppen, zoals ‘Trixit’, voor het aftreden van koningin Beatrix, pontifexit (het aftreden van de vorige paus), grexit, (de Griekse bijna-exit uit de EU) en clexit (de uittreding van Amerika uit het klimaatverdrag). Maar het meest populair in de politieke arena werd de afgelopen vijf jaar het woord ‘populisme’, hoewel iedereen er weer iets anders onder verstaat, zegt het INT.

5. Op ons werk zijn de woorden burnout, stress en ‘offline’ enorm in opkomst; tien jaar geleden was dat nog ‘online’ en ‘depressie’. Een andere taaltrend op kantoor is de opmars van Engelse woorden. Zo noemden we de baas twintig jaar geleden nog ‘topman’ of ‘directeur’, tegenwoordig zeggen we ‘chief executive officer’. Andere voorbeelden van opkruiend kantoor-Engels zijn de termen ‘manager’ en ‘content’, waar we vroeger veel nauwkeuriger omschreven wie of wat we bedoelden. Heel handig die containerbegrippen, zegt het INT, als je niet meer precies kan uitleggen wat je doet op je werk, en wat het inhoudt.

Taaltips via @Japked op Twitter.
    • Japke-d. Bouma