Foto Frank Ruiter

Lieve Mona: ‘Wat anderen voelden, gaf mij troost’

Lieve Mona

Lezeressen van Story deelden 25 jaar lief en leed met Loek Kessels. Dit jaar verscheen haar autobiografie.

Naast het raam, het springt meteen in het oog, hangt een zwart-wit portretje van een mooie jonge vrouw, in het toneelkostuum van Mariken van Nieumeghen. Rond de ovale lijst is een rozenkrans gedrapeerd. „Dat is mijn moeder”, zegt Loek Kessels. „Ze hangt in de verste hoek van de kamer.”

Met Kerst sturen mensen nog wel eens kaartjes met het adres ‘Mona, Landgraaf’ – en dan komen ze nog altijd aan. Tussen 1974 en 1999 was Kessels (85) de Lieve Mona aan wie lezers en vooral lezeressen van roddelblad Story hun problemen voorlegden.

Als kind aanbad zij haar moeder, die „onovertroffen mix van Greta Garbo en Marlene Dietrich”, omgeven door „een fascinerend waas” van haar chypre parfum, die als actrice altijd weg was – totdat bleek dat ze gevangen zat in Duitsland, op verdenking van spionage. Zo schrijft ze het in haar boek Een kusje op je ziel. Het tragische levensverhaal van Lieve Mona, dat in september verscheen.

Alles in Kessels’ huiskamer in Landgraaf is van ijzer of van hout, behalve het haardvuur, dat is van plastic. De rijzige vrouw met het korte, hagelwitte haar („Als twintiger was ik al helemaal wit”) zet rijstevlaai en kersenvlaai op tafel. „Onder de naam Mona Loikens had ik korte verhalen geschreven voor Libelle – het eerste heette ‘Welkom, Ted’, daar kreeg ik 40 gulden voor – en Margriet.”

De hoofdredacteur van het pas opgerichte Story wilde haar een plannetje voorleggen. Dus reed zij in 1974 naar het hoofdkwartier van bladenuitgeverij VNU, om te horen dat het om een problemenrubriek ging. „Ben ik daarvoor van Limburg naar Haarlem gekomen, dacht ik bij mezelf. Ik wist zeker dat zulke brieven werden bedacht door de redactie. Bij Lieve Lita in Libelle las ik het probleem: ‘Hoe krijg ik mijn tandenborstel schoon?’ Kom op mens, dacht ik, houd ’m onder de kraan! Nee, ik ben er niet volhartig aan begonnen. Maar ik ben er wel in gegroeid.”

Hoe durf je dat te schrijven aan een vreemde, dacht ik

Loek Kessels

De eerste brief was van een moeder die haar zoon nooit meer zag. Hoe durf je dat te schrijven aan een vreemde, dacht Kessels. Ze kreeg handenvol brieven per week. Door de jaren heen groeide dat uit tot honderden. In 25 jaar tijd – en bijna 300.000 brieven – zag ze Nederland veranderen – en vooruit, ze heeft ook een beetje geholpen het te veranderen. „De lezers van Story waren mannen en vrouwen uit de lagere klassen van de maatschappij. Een beetje bange mensen. In de jaren 70 was ongehuwd samenwonen ergens nog een schandaal. Gescheiden werd er bijna nooit. Er was een boerin die schreef dat een feministische vriendin haar had aangemoedigd haar man te verlaten. Die was in de stad gaan wonen, doodongelukkig natuurlijk en ze wilde terug. Toen ze thuis kwam, bleek dat die vriendin nu samenwoonde met haar man.

„Ik kreeg veel brieven van vrouwen in de trant van: mijn man is hier niet zo blij mee. Als ik dan antwoordde: ‘Volg je eigen gevoel’, kreeg ik wel eens commentaar: ‘Moet jij nou die vrouw uit haar huis praten?’ Ik heb mensen nooit willen beïnvloeden. Ik probeerde altijd hun kern te zien.” Veel antwoorden van Mona komen neer op deze frase: ‘Je bent sterk, het komt goed.’

„In de jaren 80 werd het al: leuk, mijn dochter gaat samenwonen. Mannen begonnen me ook te schrijven. Homo’s die uit de kast kwamen. Vrouwen kwamen vaker in leidinggevende posities – en dan schreven ze mij: ‘Kan ik dit wel, Mona?’ In de jaren 90 kreeg ik steeds meer brieven met ‘ik ben beter in mijn werk dan de mannen om me heen’.”

Messenfobie

Steeds vaker begon ze door de problemen van de briefschrijvers heen te zien dat ze adviezen aan het geven was over haar eigen verdriet. Een vrouw schreef haar: ‘Ik heb een afschuwelijk probleem waar je nooit van gehoord zult hebben. Ik heb een messenfobie, hoe vreemd het ook klinkt.’ Ze moest eens weten, arme ziel, dacht Kessels, en ze schreef als Mona: ‘Ben je ooit bedreigd met een mes?’ En: ‘Je bent gewond, ergens van binnen, in je gevoel, in je gedachten. En je bent zeker niet de enige.’

Daarbij dacht ze het omgekeerde: ík ben niet de enige. Want het was ook haar overkomen, schrijft Kessels in haar boek. Haar moeder was op een nacht op haar bed komen zitten en had een scherp voorwerp op haar borst gezet. Ze dreigde: ‘Ik maak je helemaal kapot.’ „Toen ik als Mona las wat anderen voelden, gaf mij dat troost.”

Ik wil niet wraakzuchtig overkomen

Loek Kessels

Dit jaar heeft Kessels haar moeder voorgoed van zich af geschreven. De van oorsprong Duitse actrice Leonie Pütz, was een onvoorspelbare natuur en haar boze buien werden aangejaagd door de drank. In de oorlog zat ze in het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück, waar haar medegevangenen haar of een engel, of een duivel noemden. Sommigen beschuldigden haar van verraad of heulen met de SS, anderen getuigden hoe goed Leonie was geweest. „Ze was ongrijpbaar voor iedereen. Ook voor mij.”

Ze zegt: „Ik wil niet wraakzuchtig overkomen.” Maar het boek is één lange aanklacht tegen haar moeder, tegen wie Kessels pas op haar vijftigste durfde te zeggen: je bent mijn moeder niet. „Ik heb de pest aan mensen die zeggen: het blijft toch je moeder.”

Aan haar moeder zijn wel hypnotische krachten toegeschreven, ze legde Tarotkaarten voor een hoge Duitse officier in het kamp. Haar dochter heeft cursussen hypnose gevolgd, de certificaten hangen ingelijst in de gang. Kessels brengt mensen onder hypnose en zegt dan bijvoorbeeld dat ze een maagverkleining hebben ondergaan. Dan hoeven ze niet te worden geopereerd.

De vergelijking met haar moeder houdt ze af. „Zij dwong mensen een bepaalde kant op. Dat doe ik niet. Ik denk wel dat ze een enorme intuïtie had. Dat heb ik ook. Maar zij voelde zich boven iedereen verheven, ook boven mijn vader.”

Denk niet dat ze het boek heeft geschreven om alsnog haar moeder te plezieren, zegt ze. „Ik ben blij dat ze dood is.”