Recensie

Wat als de patriarch eens ongelijk blijkt te hebben?

Raduan Nassar

Weinig bekroonde literaire oeuvres zijn kleiner dan dat van de Braziliaan Raduan Nassar. Is de lof terecht? Zijn roman Bijbelse landbouw is eerst excessief poëtisch van taal, maar in toenemende mate fascinerend.

Halverwege de jaren zeventig publiceert de Braziliaanse schrijver Raduan Nassar (1935) een korte roman en (drie jaar later) een novelle, die juichend worden ontvangen. Maar daar blijft het bij, op een enkel essay en verhaal na. Voor dat ultrabeknopte oeuvre ontving Nassar in 2016 niettemin de Prémio Camões, de hoogste literaire onderscheiding in het Portugese taalgebied. Een bliksemender schrijverscarrière kun je je moeilijk voorstellen, alleen vergelijkbaar met die van de legendarische Salinger. Beide boeken van Nassar zijn nu in het Nederlands vertaald. Rechtvaardigen ze dat enthousiasme?

Gemakkelijk levert Bijbelse landbouw, de eerste van de twee, zich niet uit. Nassar houdt zich niet in wat het gebruik van beelden, metaforen en bijvoeglijke naamwoorden betreft. Een feest om te vertalen, ongetwijfeld, en Harrie Lemmens laat zich daarbij van zijn meest virtuoze kant zien. Maar een vermoeiende binnenkomst is het wel: ‘De kamer is individueel, is een wereld, een kathedraal waar in de tussenpozen van de angst de witte roos van de wanhoop van een ruwe stengel in de palm van de hand wordt geplukt.’

Gaandeweg wijkt het poëtisch exces voor de intrige van het verhaal, hoe statisch en indirect die ook verteld wordt. De parabel van de verloren zoon vormt er het literaire model van, de strijd tussen archaïsche orde en opstandig individualisme de morele inzet. Wat als de verloren zoon, vanuit wiens perspectief het verhaal verteld wordt, gelijk had gehad, en niet de patriarch? Die verwelkomt hem weliswaar bij thuiskomst, maar op zijn voorwaarden en vanuit de vanzelfsprekende veronderstelling dat alles moet blijven wat het ooit was.

Dat kan niet goed gaan, en met uitstapjes naar de verhalen van Kaïn en Abel en Jozef en zijn broers leidt Nassar het verhaal naar zijn fatale ontknoping. Bij wie zijn sympathie ligt is in deze roman duidelijker dan in de novelle Een glas woede, waarin een oudere man ruziet met zijn jongere minnares over de vraag wie het politieke gelijk aan zijn kant heeft. Zij, met de modieuze progressiviteit van de middenklasse? Of hij, de uit het niets opgeklommen en door het leven ontnuchterde intellectueel? Omdat Nassar het verhaal vanuit zijn standpunt schrijft, krijgt het conservatisme (door haar steevast ‘fascisme’ genoemd) hier wat meer kans – als de woede er niet was tussengekomen, die iedere redelijkheid meteen verwoest.

Ironisch genoeg is dit twistgesprek, dat Nassar tussen een zinderende vrijpartij en een afsluitende erotische verzoening plaatst, het minst overtuigende deel van dit boek. Het schelden en ruziën blijft kunstmatig; voor een werkelijke confrontatie van standpunten is heibel – literair toch al moeilijk vorm te geven – misschien niet de meest geslaagde vorm. Wanneer het op zinnelijkheid aankomt, is Nassar veel beter op dreef – inclusief de politiek allerminst correcte details, die nu eenmaal bij de geslachtelijke liefde horen.

Voor een hoogste oeuvreprijs vormt deze boekentweeling een magere basis, maar fascinerend is vooral Bijbelse landbouw wel. Bij elke herlezing wint de roman aan kracht: de kenmerkende eigenschap van een klassieker.

    • Ger Groot