Opinie

    • Auke Kok

Vuurwerk, dat heerlijke protocol van de ondeugd

Ik doe het mijn hele leven al en ik kan er niet mee stoppen. Het moet gebeuren, wat ze er ook van zeggen. Krantenartikelen, gruwelijke beelden in het Journaal, overheidscampagnes: niets weerhoudt mij ervan om komende week de feestwinkel in te lopen. Als een schooljongen, handen in de zakken, quasi-stoer de plaatjes bekijken. Net als vorige jaren de hoogtes, eigenschappen en prijzen vergelijken en dan een nauwelijks te rationaliseren keuze maken. Mijn gezond verstand zal me uitlachen maar ik zal het niet horen. Zonder mankeren leg ik een smak geld neer voor iets wat in luttele seconden weg zal zijn, foetsie.

Leeftijdsloos en vastberaden zet ik de plastic tas na thuiskomst in de gang. Zo hoort dat. Ik weet niet beter.

Tijdens het passeren van de tas zal ik er steeds even stiekem naar kijken. De belofte van de jaarwisseling. Het protocol van de ondeugd, van de verlossing zal ik tot het laatst voortzetten, al zal het steeds moeilijker gaan.

Aan de petities tot behoud van het vuurwerk zal ik toch niet meedoen. Ik kan slecht tegen dat toontje van ‘na Zwarte Piet pakken ze ons ook het vuurwerk nog af’. De argumenten voor een verbod op het particulier gehannes met lont en buskruit zijn bovendien te sterk. Ik kan er weinig tegenin brengen.

„Nederland heeft ditmaal het nieuwe jaar op zeer luidruchtige wijze ingeluid. Overal in het land werd veel meer vuurwerk afgestoken dan in andere jaren en vaak met ernstige gevolgen.” Zomaar een bericht uit Algemeen Handels blad van 1955. Verbrijzelde handen, oogletsel, vuurtje stoken en knokken met politie en brandweer: na de oorlog kwam het op. Dat had de overheid toen direct in de kiem moeten smoren. Maar het vuurwerk werd gedoogd en nu kan ik niet meer zonder. Helemaal verslaafd aan het uurtje anarchie op straat.

Mij zul je dus niet zien op de Jan Schaeferbrug. No way ga ik op oudejaarsavond in zo’n meute braaf naar een centraal georkestreerde vuurwerkshow staan kijken. In plaats van het verantwoorde en geborgde supervuurwerk op het Java-eiland koester ik mijn eigen pijlen en knallers.

Natuurlijk volg ik de ontwikkelingen. Er mag steeds minder, er zullen jaarlijks meer vuurwerkvrije zones komen, net zolang tot Amsterdam één grote vuurwerkvrije zone is. Tot die gevreesde dag koester ik mijn guilty pleasure.

Tegen de trend in van zekerheid, van het uitbannen van risico’s, van alles willen borgen, zal ik mijn pijlen uitpakken en mijn kansen en de gevaren afwegen, net zoals de anderen dat doen op de straat die na twaalven eventjes van ons is. Goed uit je doppen kijken, geen fratsen uithalen en dan – ja, en dan! – de bevrijdende uiteenspatting hoog in de lucht, de vuurbloem die uitkomt en weer sterft, de zwarte hemel waar het licht woest en zwierig opflakkert en dan voor altijd dooft: het leven in twee seconden.

Dat helemaal zelf doen, de sentimenten tot in je botten voelen, daar gaat niets boven.

    • Auke Kok