Opinie

    • Michel Krielaars

Vergeving vragen voor fanatisme

Michel Krielaars

Als overtuigd atheïst keek ik dezer dagen weer eens naar mijn favoriete kerstfilm: Monty Pythons Life of Brian. Voor iemand die de Bijbel slecht kent, zorgt deze klassieker uit 1979 ervoor dat je dit ook graag zo wilt houden. Life of Brian is namelijk een voortreffelijke spoedcursus ‘heilige ruzies’ en biedt inzicht in een van de opmerkelijkste kenmerken van de menselijke natuur: volgzaamheid.

Een van de meest vermakelijke en leerzame scènes uit de film is een parodie op linkse groeperingen uit de jaren zeventig, die je zo op de huidige Palestijnse broederstrijd kunt toepassen. Zo is bij Monty Python sprake van de fanatieke actiegroepen Judean People’s Front, The People’s Front of Judea en (met slechts één lid) The Popular Front of Judea, die tijdens een opstand tegen de Romeinse bezetting vooral elkaar bestrijden. Je hoeft de Romeinse bezetting van Judea maar te vervangen door de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever of je belandt meteen in het heden, waar Fatah en Hamas met elkaar om de macht strijden. Als dat laatste niet zo tragisch zou zijn, zou het Life of Brian in geestigheid naar de kroon steken.

In zijn onlangs verschenen essaybundel Beste fanatici heeft ook de Israëlische schrijver Amos Oz het over die film. Ter illustratie van het door hem verafschuwde fanatisme aan zowel orthodox-Joodse als aan Palestijnse kant, citeert hij de tot messias verklaarde Brian, die zijn aanbidders aanspoort met de woorden: ‘We zijn allemaal individuen!’ De menigte antwoordt in koor: ‘Ja! We zijn allemaal individuen!’ Waarna Brian roept: ‘We zijn allemaal anders!’ Waarop de menigte terug schreeuwt: ‘Ja! We zijn allemaal anders!’ En waarna een mannetje in die menigte piept: ‘Ik niet.’

Voor Oz zijn Brians volgelingen een metafoor voor alle fanatici die zich als individuen bij een groep aansluiten, of het nu in de wereld van religie, politiek of entertainment is. Als bijkomend gevaar voor de toename van dat fanatisme in de hele wereld ziet hij overigens de toenemende infantilisering van een groot deel van de mensheid.

En ineens moest ik denken aan Vasili Grossmans epos Leven en lot, dat ik als mijn persoonlijke Bijbel beschouw, omdat je het je op een willekeurige bladzijde kunt openslaan om iets wijs te lezen. In dat boek is sprake van een fanatieke communist, die uit de Partij is gegooid en in een goelagkamp zit. Zijn beste jaren heeft hij aan de revolutie en het communisme gewijd. Als kampgevangene beseft hij dat hij het al die jaren bij het verkeerde eind heeft gehad en dat de revolutie is ontspoord. ‘We hebben ons vergist’, zegt hij. ‘En dit is waar onze vergissing toe heeft geleid.’ Waarop hij een medegevangene om vergiffenis vraagt voor zijn fanatisme.

Het zou zo een echt Bijbelverhaal kunnen zijn over een fanaticus die tot inkeer komt. Ik hoop daarom dat Oz het heeft gelezen, ook omdat de werkelijkheid vaak anders is. Misschien dat een dergelijke bekentenis hem sterkt in zijn inmiddels bijna wanhopige verlangen naar vrede in het Midden-Oosten, die met de dag ongeloofwaardiger wordt. Want iedereen weet dat het aantal fanatici met de dag toeneemt. Ook wat dat betreft biedt Life of Brian diepe inzichten.

    • Michel Krielaars