Opinie

    • Frits Abrahams

Thierry belt met Geert

‘Geert?” Stilte. „Thierry hier, de politicus van het jaar.” „O.” ”Moet je luisteren, Geert, ik zou graag een keertje met je babbelen.”

„Babbelen?”

„Ja, we komen elkaar wel vaak in de Kamer tegen, maar daar kun je niet echt dóórpraten. En ik praat nu eenmaal graag met vogels van diverse pluimage. Mijn partij wil allerlei visies tot zich nemen, van mainstream tot minder mainstream. Daarom had ik laatst zo’n interessant, vijf uur durend gesprek met die Amerikaanse racist. Net als mijn promotor, professor Cliteur, ben ik erg benieuwd naar de argumenten van mensen die de rassenleer aanhangen.”

„Die argumenten zijn al eeuwenlang bekend. Wat heb ik daarmee te maken?”

„Dat zou nou net uit ons gesprek kunnen blijken.”

„Ik heb er weinig zin in, Baudet. Het klinkt allemaal zo hypocriet. Waarom zeggen jullie niet gewoon dat je sympathie hebt voor de ideeën van die racist? Recht voor z’n raap, dat is mijn stijl. Niet al die deftige smoezen.”

„Kom op, Geert, mag het een onsje minder? We kunnen elkaar nog nodig hebben in de strijd tegen het partijkartel en de eurofielen.”

„Ik heb niemand nodig, jou zeker niet. Ik vaar mijn eigen koers, daar ben ik groot mee geworden, en ik los zelf mijn problemen wel op.”

Kort lachje van Baudet. „In Rotterdam lukt dat wat minder goed, geloof ik. Misschien had jij ook eens vijf uur moeten praten met die neonazi die je als lijsttrekker wilde. Blijf, net als wij, benieuwd naar de argumenten van mensen die de Holocaust ontkennen, die de rassenleer aanhangen, die Trump verdedigen, die het volk tegen de elite beschermen, die waarschuwen voor de horden uit Afrika.”

„Genoeg, Baudet. Ik zal zelf wel bepalen naar wie ik benieuwd ben. Daar heb ik geen gladde babbelaars voor nodig.”

„Geert toch! Je klinkt zo, je ne sais quoi, zo… jaloersig. Is dat het misschien? Heb je last van enige jalousie de métier?”

„Waarom zou ik?”

„Jij bestudeert toch ook elke dag tot je scheel ziet de peilingen? Nou, Geert, we komen eraan! Het verschil tussen ons wordt steeds kleiner. Nog maar drie zetels!”

„Wat zou het, peilingen zijn maar dagkoersen.”

„Ja, dat zeggen ze bij het partijkartel ook altijd! Wacht maar af, Geert, wij vreten jullie op. Wat links nooit gelukt is, zal ons wel lukken: wij krijgen jullie eronder!”

„Doe wat je niet laten kunt. Ik ben voor jullie niet bang, ik ben alleen voor de islam bang, dát is de grootste bedreiging, díe zal de wereld in de afgrond storten als we niets doen, de islam en de migratie… dat is straks geen homeopathische verdunning meer, dat wordt een complete uitroeiing van volk en vaderland.”

Now we’re talking, Geert! Laten we de handen ineenslaan, laten we samen de Nederlandse waarden beschermen tegen de indringers! Zullen we alvast samen naar Poetin gaan?”

Geert zucht, hij mompelt nog wat en verbreekt de verbinding. Hij haalt zijn schouders op en staart even naar buiten. Dan belt hij met zijn assistent en zijn stem klinkt nogal moedeloos als hij vraagt: „Kunnen we die misser van Pechtold nog wat verder uitmelken?”

    • Frits Abrahams