Longreads

Steve Bannon on tour: ‘Nu heb ik macht’

De aartsvader van het Amerikaanse alt-right voelt zich vrijer nu hij weg is uit het Witte Huis. Hij sluit een gooi naar het presidentschap in 2020 niet uit, schrijft Vanity Fair.

Steve Bannon bij een kiezersbijeenkomst voor Roy Moore, de door hem gesteunde kandidaat voor de Senaatszetel van Alabama. Carlo Allegri/Reuters

Steve Bannon, de controversiële geestesvader van de Amerikaanse alt-right-beweging, vetrok in augustus dan wel uit het Witte Huis, hij verdween niet van het politieke toneel.

Sterker nog, hij raast als een bezetene van hot naar her, koffieslurpend en constant typend op zijn BlackBerry. Het Amerikaanse blad Vanity Fair volgde Bannon de afgelopen maanden en sprak hem voor een groot profiel, het eerste sinds zijn vertrek uit Washington.

Hij is op tournee en spreekt op meerdere conferenties, zelfs tot in Tokio, over zijn stokpaardje: de Amerikaanse politieke elite die de gewone burger de rug toekeerde. Bij Breitbart News, het platform dat hij oprichtte, heeft hij ook weer een belangrijke plek ingenomen, onder meer als presentator van een radioshow.

Auteurs die voor hem schrijven, hebben de pijlen gericht op Mitch McConnell. McConnell is de partijleider van de Republikeinen in de Senaat, maar volgens Bannon “de echte vijand” van de regering-Trump, zoals hij die tijdens de presidentsverkiezingen voor ogen had. In het profiel trekt Bannon ook als vanouds van leer tegen ‘eerste dochter’ Ivanka Trump (“koningin in het lekken van informatie”) en haar man Jared Kushner, die hij sinds Trumps aantreden als te gematigd kenmerkte.

Tegenover interviewer Gabriel Sherman is Bannon lovend over Trump. Maar het Witte Huis mist hij niet. Naar eigen zeggen lukt het hem veel beter de zaken naar zijn hand te zetten vanaf de plek die hij nu heeft, dan vanuit het politieke centrum:

“Werken in het Witte Huis was een gewone baan. [...] Ik had daar invloed, veel invloed, maar uiteindelijk is dat alsnog slechts invloed. Nu heb ik macht.”

Bannon 2020?

Die macht wendt de voormalig marineofficier en filmproducent aan om ‘zijn’ politici - Republikeinen die zijn agenda willen onderschrijven - naar voren te schuiven, zoals de kandidaat voor de Senaatszetel van Alabama Roy Moore. De Republikeinen leden echter een nederlaag in de diep-conservatieve staat, nadat Moore werd beschuldigd van seksueel misbruik. Zowel de uitslag als het schandaal lijken Bannon weinig te deren. Belangrijk is vooral dat de gevestigde orde in Washington een draai om de oren krijgt. Bannon en zijn gedachtegoed gedijen bij chaos, zelfs als zijn eigen campagnes mislukken:

“Ik ben geen politieke medewerker. Ik ben een revolutionair.”

Een eigen gooi naar het presidentschap sluit Bannon ook niet uit. Als Trump zichzelf in 2020 niet verkiesbaar stelt voor een tweede termijn, doet hij zelf mee in de race.

Lees het profiel over Steve Bannon door Vanity Fair (5.900 woorden, leestijd: 20 minuten)
    • Lisa Dupuy