Publieke omroep in Duitsland moet zich beperken op internet

Uitgevers vs omroep

In Duitsland kregen de uitgevers voor elkaar wat hun Nederlandse collega’s ook zouden willen: het journaal van de publieke omroep ARD moet zich online beperken.

De Duitse krantenuitgevers hebben een belangrijke overwinning geboekt in een slepende strijd met de publieke omroep. De uitgevers verwijten de publieke zenders dat zij, gefinancierd uit de omroepbijdrage, op internet oneerlijk concurreren met het online-aanbod van krantenconcerns die hun inkomsten op de vrije markt moeten vergaren. In Nederland speelt een vergelijkbaar debat.

De gratis app van de Tagesschau, het journaal van publieke omroep ARD, lijkt door zijn grote aanbod van teksten „op ontoelaatbare wijze op de pers”. Dat eerdere oordeel van een rechtbank in Keulen is nu door een hogere rechtbank (het Bundesgerichtshof in Karlsruhe) bevestigd en heeft daarmee rechtskracht, werd donderdag bekend. De omroep kan nog proberen het vonnis voor te leggen aan het grondwettelijk hof (Bundesverfassungsgericht).

Multimediale elementen

De zaak speelt al sinds 2011. Uitgevers van een aantal kranten, waaronder de Frankfurter Allgemeine Zeitung, de Süddeutsche Zeitung, Die Welt en de Westdeutsche Allgemeine Zeitung, maakten in dat jaar samen een klacht aanhangig over de populaire app op één willekeurige, hele dag, 15 juni 2011, en de grote hoeveelheid tekst in verhouding tot audiovisuele producties.

Het verweer van NDR, onderdeel van ARD en producent van de Tagesschau-app, luidde dat de teksten onderdeel zijn van een hedendaags aanbod waarin het geschreven woord in combinatie met multimediale elementen als video en audio gebruiksvriendelijk gepresenteerd wordt. Dat argument was voor de rechter, na een lang heen-en-weer tussen verschillende rechtbanken, uiteindelijk ontoereikend.

De Duitse ‘omroepwet’ (eigenlijk een contract tussen de zestien deelstaten) bepaalt dat publieke zenders geen „op de pers gelijkend aanbod” op digitale media mogen verspreiden, tenzij het betrekking heeft op specifieke uitzendingen.

Minder tekst

Verschillende regionale publieke omroepen in Duitsland hebben de afgelopen tijd al, onder dreiging van meerdere rechtszaken, aangekondigd hun beleid te zullen bijstellen. Zo heeft WDR, ook onderdeel van ARD, eerder deze maand aangekondigd de hoeveelheid tekst op zijn website te zullen terugschroeven en zich meet te concentreren op audiovisuele producties.

Jaarlijks krijgen de publieke omroepen ARD, ZDF, hun tientallen regionale radio- en tv-dochters en Deutschlandradio bij elkaar zo’n 8 miljard euro, gefinancierd uit kijk- en luistergeld dat per huishouden 17,50 euro per maand bedraagt. Deze verplichte omroepbijdrage is al jaren omstreden. De Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) schreef eerder dit jaar dat „het gros van de met dwangfinanciering betaalde uitzendingen niets te maken heeft met democratie, algemene vorming of het stimuleren van ideeën die niet te krijgen zouden zijn zonder steeds hogere verplichte afdracht”.

Een van de belangrijkste tegenspelers van de omroepen is Mathias Döpfner, topman van uitgever Axel Springer (onder meer Bild en Die Welt) en voorzitter van het verbond van Duitse krantenuitgevers (BDZV). Volgens Döpfner vormen de omroepen met hun online-aanbod een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van de commerciële uitgevers.

In een interview met de FAZ wees hij er dit najaar op dat in Duitsland slechts een derde van de uitgevers op zijn website artikelen aanbiedt waarvoor betaald moet worden. Dat aantal is in verhouding tot bijvoorbeeld de VS zo beperkt, stelde hij, vanwege de concurrentie met de artikelen van de publieke omroep die gratis lijken – maar in werkelijkheid betaald worden door alle Duitse burgers.

„Ik zie niet waarom de omroepbijdrage misbruikt moet worden om de meer dan driehonderd krantenuitgevers in Duitsland stapje-voor-stapje hun bestaansgrond af te nemen”.

Döpfner richt zich vooral tegen de ARD, hij prijst de andere publieke zender ZDF voor zijn terughoudende opstelling bij het verspreiden van tekst op internet.

Net als in andere landen verkeren ook de Duitse krantenuitgevers in een moeilijke overgangsfase, waarin ze hun lezers steeds meer online moeten bedienen en dus ook online het geld moeten verdienen om hun journalistiek te kunnen financieren.