Nog één keer leven zoals vroeger

’Mosul Eye’, die van binnenuit verslag deed over de gruwelen van IS, rookt een sigaret aan de Tigris. Geloven we wat we zien?

Man rookt sigaret aan oever van rivier. De schaduw van een theepot valt over zijn been, er ligt een pakje reservepeuken klaar: het is verder een kiekje van niks. Gewoon één van die 1,2 biljoen foto’s die we als mensheid jaarlijks publiceren.

Het beeld krijgt pas lading door een verhaal: deze man gaat ervan uit dat het zijn laatste hijsjes zijn. En niet omdat hij wil stoppen met roken.

Zijn naam is Omar, geschiedschrijver. Jarenlang documenteerde hij in het geheim de gruwelen van IS in Mosul. Hij zwierf door de stad, sprak met winkeliers, bezocht ziekenhuizen, keek toe bij onthoofdingen en stenigingen. Hij noteerde namen: daders, slachtoffers. Die feiten publiceerde hij onder het pseudoniem Mosul Eye op zijn blog. Hij gaf de wereld een kijkje in het kalifaat, had honderdduizenden volgers. Zijn toon was vaak zakelijk (‘ISIL executed 23 prisoners this morning’), want zijn mening hield hij, voorzover dat ging, voor zich: „Ik zal alleen de feiten die ik zie communiceren.” Alle details bewaarde hij op een harde schijf. Hij wist dat de bezetting ooit voorbij zou zijn; zoals hij wist dat hij zelf gedood zou worden als hij voor die tijd ontdekt werd.

Om niet op te vallen liet hij zijn haar en zijn baard lang groeien. Hij deed zich voor als een werkeloze academicus. Die hij ook echt was: hij werkte aan een dissertatie geschiedenis voordat IS binnenviel.

Geen zorgen meer

Zijn geest knakte begin 2015, vlak voor deze foto werd genomen. Hij had gezien hoe een 14-jarige jongen onthoofd werd, hoe sigarettenverkopers werden afgeranseld, hoe de hand van een joch werd afgehakt – hij had te veel gezien, „ik besloot te sterven”, vertelde hij AP.

Maar eerst wilde hij nog één keer leven als vroeger. Hij schoor zijn haar en reed met zijn beste vriend naar de Tigris, uit de luidsprekers klonk verboden muziek. Op een kleedje dronken ze thee, rookten hun laatste sigaretten. Hij kon zomaar ontdekt worden, maar hij wilde geen zorgen meer. Nooit, aldus AP, smaakte de thee hem zo goed.

Alleen: niemand zag hem, of niemand verklikte hem. Het voelde alsof hij een nieuw leven kreeg. Omar liet zijn baard weer staan, hervatte zijn blog. En liet zich later het land uit smokkelen. Hij vroeg asiel aan en woont nu in een geheim gehouden Europees land. Deze maand — IS was inmiddels verdreven uit Mosul — onthulde hij zijn naam: Omar Mohammed, 31.

Die picknick aan de paradijselijke Tigris: kiekje van niks, prachtbeeld. De prille lentezon, de zorgeloosheid van nog één keer vrij leven onder eigen voorwaarden, de melancholie van nog één keer, zoals Brel eens zong, zien of de rivier de rivier nog is. Jaren had hij over anderen bericht; deze foto was zijn eigen testament, een historisch document dat getuigt van jaloersmakende levensmoed.

Zo’n mooi verhaal dat je je afvraagt of het klopt. Want hoe kunnen we het ooit checken?

Puur geloof

Het is een gemene vraag, maar wie gelooft er nog wel zomaar wat hij ziet? Er zijn zoveel verwarrende beelden, foto’s liegen vaak, beelden zijn niet wat ze lijken – een wegkwijnend ijsbeertje, slavenhandel in Libië. We hebben allemaal een beetje het wantrouwen gekregen van ambtenaren van de immigratiedienst.

Dan kun je twee dingen doen: zelf gaan kijken, of gewoon geloven wat je wilt zien.

Eén van de wonderbaarlijkste ontwikkelingen van 2017 is dat we massaal geloofden zonder bewijs: ik bedoel de verhalen van vrouwen die zeiden aangerand te zijn. Ik heb althans nooit de beelden gezien van de misdragingen van Weinstein of al die andere mannen. Puur geloof. Mooi.

De verslaggevers van AP kregen trouwens extra bewijs van Omar over de picknick. Hij overlegde andere foto’s en videobeelden van de picknick, allemaal van dezelfde datum. Hij wees op Google Maps de plek aan in de bocht van de rivier.

Dat bewijst natuurlijk nog niet alles, maar soms moet je mensen op hun ogen geloven.

En soms moet je inderdaad zelf de straat op, de wereld met eigen ogen zien. Anders wordt de wereld een oliebollentest met mensen die vanachter schermpjes over feiten redetwisten maar vergeten om buiten eens zo’n oliebol te proeven.

Dit is de laatste aflevering van deze rubriek. Arjen van Veelen schrijft vanaf begin 2018 voor De Correspondent.

    • Arjen van Veelen