Net Maria

Deze week verkent verboden liefdes. Deel 4: een maagdelijke alleenstaande moeder.

Illustratie Anne van Wieren

‘Het klinkt misschien gek, maar ik voel zoveel sympathie voor Maria”, zegt S. (43), terwijl ze haar slapende dochtertje door de haren strijkt. „Ik kan me de strijd van die vrouw zo goed voorstellen: ongehuwd, hoogzwanger en geen mens die gelooft dat het kind van God komt natuurlijk.”

Haar dochtertje murmelt wat in haar slaap. „Het is al goed liefje, ik ben er”, mompelt S. in het oortje van haar dochter, die ze beschermend in haar armen houdt.

Ik zit op de bank en kijk naar het tafereel van moeder en kind.

„Hoe reageren mensen op straat als ze jou met je kindje zien?” „Toen ik voor het eerst met een kinderwagen over straat liep, renden de Marokkaanse vrouwen uit de buurt op me af. ‘O meshallah [geweldig, letterlijk: zo is het hoe God het wil], ben je eindelijk getrouwd?’ Je zou de gezichten moeten zien wanneer ik resoluut ‘nee’ zeg. En de stilte die volgt wanneer ze mijn dochtertje zien, zo blond.”

„Je bent wel een pionier, denk ik zo.” „Ja, wat moest ik anders? Op een dag werd ik wakker en dacht: hier lig ik dan, ik ben negenendertig, heb nog steeds geen fatsoenlijke man gevonden die me meer dan valse praatjes te bieden heeft. Ik ben hoogopgeleid, veel te goed gebekt en te oud om binnen de Marokkaanse gemeenschap nog een man te vinden en een kind te krijgen. Al mijn jeugdvriendinnen zijn al lang en breed getrouwd, moeder geworden en in veel gevallen ook weer gescheiden. Ik verdien een prima salaris om in mijn eigen onderhoud en dat van een kind te voorzien. Dus ik zei tegen mezelf: ‘het is nu of nooit. Je gaat niet meer op prins Mohamed of Ahmed wachten, je doet het gewoon zelf.’ Ik heb diezelfde dag een afspraak gemaakt met een gynaecoloog en zat enkele weken later bij een spermabank.”

Voelde ze geen religieuze bezwaren? „Natuurlijk wel, maar aan de andere kant: wat doe ik verkeerd? Ik heb niet eens voorhuwelijkse seks gehad om dit kind te krijgen. Het is sinds de Bijbel niet meer gebeurd, maar zie hier: een maagdelijke ontvangenis.” S. lacht.

En haar moeder? „Toen ze erachter kwam dat ik zwanger was, barstte de bom. Negen maanden drama. ‘Wat doe je me aan? M’n hart! Ik krijg een kleinkind van een naamloze kafir [ongelovige]!’ Maar de dag dat mijn dochtertje geboren werd, viel alles weg. ‘Ik zal je nooit vergeven dat je me dit hebt aangedaan’, zei m’n moeder. ‘Maar dit kind heeft al geen vader, laat het dan tenminste een oma hebben.’ En stiekem is ze trots hoor, op die mooie blonde krullen.”

S. richt haar blik weer op het kleine hoofdje in haar armen. „Ja, oma houdt van jouw mooie haren hè?” Het kind slaapt nietsvermoedend door.

Krijgt ze erge dingen naar haar hoofd geslingerd? „Natuurlijk word ik op straat wel eens nageroepen, wat denk je? Een ongetrouwde vrouw met een kind: haram [verboden door God]! Ze doen maar. Ik heb twee grenzen: je raakt me met geen vinger aan en je komt niet aan m’n dochter. Voor de rest kan me alles gestolen worden. Dit kind is de liefde van m’n leven.”

Mounir Samuel is publicist en schrijft en spreekt onder meer over gender en diversiteit. De naam S. is om privacyredenen geanonimiseerd.

Correctie (22 december 2017): In een eerdere versie van dit artikel stond in het intro dat het om een ‘onbevlekte ontvangenis’ ging. Dat is echter wat anders, namelijk de verwekking van Maria zelf, die volgens een kerkelijk dogma zonder de ‘bevlekking van de erfzonde’ geschiedde.