Met lege handen aan de kribbe

Religiositeit

Geloven is ‘kritisch zijn op de bestaande orde', schrijft voormalig Theoloog des Vaderlands Janneke Stegeman. Maar is theologie daarvoor nodig? Ook twee andere boeken geven een beeld van eigentijds, post-orthodox geloof.

Foto Istock

Met de oorlog rondom Kerstmis wil het niet erg opschieten, ondanks pogingen van columnisten om na Sinterklaas ook dit feest onder te brengen in de afdeling bedreigd cultuurgoed, zoals in de VS. Daar lopen Trumpianen te hoop om merry Christmas te redden van het fletse happy holidays. Het koopfestijn blijkt zowaar onderdeel van een conservatief cultuuroffensief.

Terwijl, zoals een gereformeerde predikant me ooit zei, Kerstmis toch vooral een paar vrije dagen betekent, om presentjes uit te delen en met het hele gezin naar de Chinees te gaan. Pasen, dáár gaat het natuurlijk om. Kruisdood en Opstanding, dat is het betere werk.

Hoe staat het hier met orthodox en niet-orthodox christelijk geloof? Uit onderzoek blijkt dat kerkbezoek pijlsnel is gedaald, maar dat Nederlanders nog massaal geloven in ‘iets’. Daarnaast is de ‘joods-christelijke cultuur’, vooral in handen van nationalistische houwdegens, een slagwapen geworden tegen de gevreesde overheersing door moslims en cultuurrelativisten.

In Alles moet anders! zet theoloog Janneke Stegeman zich, terecht, scherp af tegen die reactionaire instrumentalisering van het christendom. Stegeman heeft behoefte aan een theologie die ‘bereid is zich rekenschap te geven van eigen blinde vlekken’, zoals de bijdragen van het christendom aan ‘racistisch, koloniaal en Eurocentrisch denken’.

Stegeman, in 2016 verkozen tot ‘Theoloog des Vaderlands’, plaatst zichzelf zo vol overtuiging in een ‘contextuele theologie’ die verwant is aan feminisme, post-kolonialisme en anti-racisme. Geloven, schrijft ze, is ‘kritisch op de bestaande orde’, ‘radicaal’ en ‘grensoverschrijdend’. Want ‘wie gelooft, wil de wereld anders: menselijker, gelijkwaardiger en rechtvaardiger’. Niet voor niets is de titel van dit essay geen vroom afwachtend ‘alles wórdt anders’, maar een strijdbaar ‘alles móet anders’.

De kritiek dat Stegeman vooral modieus politiek correct is, ligt dan ook voor de hand – en is haar op sociale media overvloedig ten deel gevallen. Maar ook wie in principe met haar wil meedenken, bekruipt het ongemakkelijke gevoel uiteindelijk met lege handen aan de kribbe te staan. Zeker wanneer de beoogde – witte en geprivilegieerde – lezer tot slot te horen krijgt: ‘Wij zijn even niet aan de beurt’. Maar wacht even, wie is hier dan een essay lang wél aan de beurt geweest?

Lijfelijke context

Dat hangt samen met Stegemans opvatting van kennis, ook religieuze, als niet-neutraal maar gesitueerd in een concrete persoonlijke, historische en lijfelijke context. Dat brengt met zich mee dat ze het in dit essay juist heel veel over zichzelf heeft, als ‘witte vrouw’, ‘extreem hoogopgeleid’ en ‘met een gezond lichaam dat past bij hoe ik me voel.’ Ook haar engagement met de Palestijnse zaak en anti-racisme komen uitgebreid aan bod.

Dat kan inspireren of irriteren, maar problematischer voor haar betoog is dat het op de keper beschouwd raadselachtig blijft waarom Stegeman voor haar engagement nu juist put uit theologie en niet uit filosofie, sociologie, of antropologie. Zij gelooft in de bijbelse verhalen als ‘verzetsliteratuur’ en in de Bijbel als een ordeverstorend ‘politiek boek’ dat opkomt voor de verdrukten. ‘Het doel is niet dat wij die al in het centrum staan de deuren open zetten zodat de anderen er ook bij kunnen’, schrijft ze, ‘maar dat wij ons naar de marge bewegen, luisteren, leren en getransformeerd worden.’

Dat roept associaties op met het christelijke beeld van Jezus als Messias van de marginalen en uitgestotenen. Maar net zo goed met marxistische of andere seculiere vormen van maatschappijkritiek. Het woord ‘theologie’ kan in deze tekst vaak zonder betekenisverlies worden vervangen door een van die andere disciplines. Wat heeft theologie dan nog te bieden behalve ‘ook een verhaal’?

Wat in het korte bestek van dit essay ontbreekt, is wat godsdienstfilosoof Taede A. Smedes nu juist wezenlijk acht voor religie, namelijk een notie van transcendentie: ‘Het besef dat er een werkelijkheid is die de mens overstijgt, omgeeft, doordringt en draagt.’ En waarop, kun je als calvinist toevoegen, menselijke ambities en alternatieven, ook de meest nobele, uiteindelijk stuklopen.

Confrontatie

In zijn vorig jaar verschenen God, iets of niets? gaat Smedes bedachtzaam de confrontatie aan met eigentijdse religieuze posities. Achtereenvolgens behandelt hij religieuze atheïsten (filosofen die niet in God geloven maar wel in religie als ‘iets hogers’, zoals Ronald Dworkin), religieuze naturalisten (Einstein, of Carl Sagan, die religieus besef putten uit de natuur) en ‘post-theïsten’, gelovigen die afscheid hebben genomen van de theologie als metafysica, maar die God nog zien in de mens Jezus, het ritueel of de ethiek (en in die herberg lijkt ruim plaats voor de theologe des vaderlands).

Smedes’ uiteenzettingen zijn bedachtzaam en secuur, zij het nogal studieus. Maar wie zijn hoofd erbij houdt, krijgt een degelijk en betrokken overzicht, voorbij de klassieke theologie.

Ter aanvulling is er dan nog Gary Guttings Over God, een bundel gesprekken met filosofen en wetenschappers. Gutting, zelf agnost, sprak onder meer met de invloedrijke Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga, de ‘analytische theïst’, die met moderne logica zelfs het ontologisch godsbewijs van Anselmus nieuw leven wist in te blazen. Plantinga ziet ook veel in het argument van fine tuning, de overtuiging dat het heelal om ons mensen te produceren zo subtiel moet zijn afgesteld dat er wel sprake moet zijn van een ‘plan’ of Schepper. Een argument dat in hetzelfde boek rustig aan stukjes wordt gescheurd door wetenschapsfilosoof Tim Maudlin, als ‘een reflectie van ons egocentrisme’.

Het boek heeft meer aardige gesprekken, naast enkele mindere en twee obligate stukken over islam en hindoeïsme. Gutting sluit af met een gesprek met zichzelf, waarin hij zich agnost betoont – toch een beetje een domper.

Samen geven deze boeken - een getuigenis, een studie en dialogen - een goed beeld van eigentijdse, post-orthodoxe religiositeit. Het enige wat je dan nog nodig hebt, is een Bijbel.

    • Sjoerd de Sjoerd