Foto Robin Utrecht

‘Jezus was een extremist’

Carel ter Linden en Paul Verhoeven

Drie keer beet filmmaker Paul Verhoeven zijn tanden stuk op een script over Jezus. Debatteren met theoloog Carel ter Linden brengt inzicht. Verhoeven: „Ik wil de echte Jezus terughalen.” Ter Linden: „Ik ben bang dat je dan een magere film krijgt.”

Een scène in het centrum van Sepphoris, een joodse stad op een uurtje lopen van Nazareth, Israël. Romeinse soldaten gaan plunderend en verkrachtend door de straten. Een jonge joodse vrouw verschuilt zich voor de horden. Toch ontdekt een soldaat haar. Hij verkracht haar. Ze heet Maria.

Het zou het begin kunnen zijn van een film over de geboorte en het leven van Jezus, schreef Paul Verhoeven in 2008. De regisseur van onder meer Turks fruit, Soldaat van Oranje, Basic Instinct, Robocop en Elle filosofeerde erover in zijn boek Jezus van Nazareth. Een realistisch portret. Gefascineerd als hij was door de hoofdpersoon van de christelijke religie probeerde Verhoeven het leven van Jezus zo waarheidsgetrouw mogelijk te reconstrueren.

Bijna tien jaar later is de film waarover hij speculeerde er nog steeds niet – ondanks noest werk aan drie ruwe scripts en ondanks de bemoeienis van bekende scenaristen als Jean-Claude Carrière (The Unbearable Lightness of Being).

De gedachte liet Verhoeven (79) echter niet los. Via Dolf de Vries, acteur in Soldaat van Oranje, kwam hij in contact met Carel ter Linden (84), emeritus-predikant in Den Haag en bekend als ‘hofpredikant’ ten tijde van het koningschap van Beatrix. De regisseur en de dominee brachten tientallen uren door in een Haags café, pratend over Jezus.

Op verzoek van NRC praten zij verder, in Verhoevens appartement in Den Haag, waar hij enkele maanden per jaar woont. Ze hebben het over de ware betekenis van Jezus Christus, jihadisten als verloren zonen en waarom Verhoevens Jezus-scripts een mislukking werden.

Is Jezus daadwerkelijk een bastaard, product van een verkrachting?

Verhoeven: „Dat weten we niet. We waren er niet bij. Het zou kunnen. De Amerikaanse theologe Jane Schaberg schreef er dertig jaar geleden over. Het leverde haar een bombrief op, maar ze kan het gemakkelijk bij het rechte eind hebben gehad. Wat historisch vaststaat is dit: na de dood van koning Herodes braken overal in Israël opstanden uit. Sepphoris was een van de haarden van verzet. Het was zes kilometer van Nazareth, de stad waar Jezus opgroeide. De opstand werd hard neergeslagen, de opstandelingen werden gekruisigd. In een aantal heidense en joodse bronnen uit de tweede en derde eeuw kom je de naam tegen van een Romeinse soldaat die Jezus zou hebben verwekt: Pantera of Panthera. Ook in het Nieuwe Testament komt het thema van de bastaard terug, bij de evangelist Johannes. Bij een hooglopende ruzie tussen Jezus en Farizeeërs bijten de laatsten hem toe: ‘Wíj zijn niet uit hoererij geboren’. Dat vind je in Johannes 8:41.

Paul Verhoeven (rechts) in gesprek met Carel ter Linden: „In principe heb je daar een punt. Ik heb me namelijk al langer zitten afvragen waarom ik steeds vastloop met die ruwe filmscripts.”. Foto Robin Utrecht

„Schaberg vermoedt dat latere evangelisten deze afkomst van Jezus hebben willen goedpraten en er een heel ander verhaal van hebben gemaakt. Een vorm van christelijke damage control en mooi-makerij! Dat gebeurde vooral bij de evangelisten Matteüs en Lucas, die met die kerststal en kribbe aankwamen. Allemaal verzonnen. Wie een eerlijke benadering van Jezus wil, moet vooral Marcus lezen. Die leefde veel eerder na Jezus en had vermoedelijk toegang tot sleutelfiguren in diens omgeving. Marcus zegt helemaal niets over de geboorte van Jezus. Hij schildert hem (Marcus 6:3) als een kind in een groot joods gezin van vijf broers en een aantal zusters. Een van die broers werd heel bekend toen hij zich ontpopte als succesvol exorcist, later ‘genezingen’ genoemd, en zich aan het hoofd van een nieuwe joodse sekte stelde.”

Klopt dit, dominee?

Ter Linden: „Ik zie in de Bijbel geen aanwijzingen dat Jezus een bastaard was. De passage in Johannes interpreteer ik wat anders dan Paul, namelijk als het bespotten van Jezus. Iets in de trant van: Jij met je vreemde ideeën, jij bent geen echte Jood. Maar Paul heeft gelijk in wat hij zegt over de stal en de kribbe. Dat is niet gebeurd, maar een vondst van de evangelist Lucas. Maar hij verzint het niet zomaar. Jezus heeft later regelmatig moeten vluchten om zijn leven te redden. ‘Ik heb geen plaats om mijn hoofd ergens te rusten te leggen’, zei hij ooit. Dat verwerkt Lucas in dit geboorteverhaal, waar het kind in een stal ter wereld komt ‘omdat er geen plaats was in de herberg.’

Foto Robin Utrecht

„De essentie van dit soort geboorteverhalen is dat ze terugkijken. Het zijn geen beschrijvingen van de eigenlijke geboorte. Ze worden pas opgetekend na de dood van de persoon in kwestie, die de geschiedschrijvers blijkt te inspireren. Dat geldt ook voor de verhalen van Lucas en Matteüs, die waarschijnlijk vijftig jaar na Jezus’ dood geschreven zijn. Later dus dan Marcus, zoals Paul terecht stelt.

„Er ontstaan variaties omdat zowel Lucas als Matteüs iets oppakt dat hen persoonlijk getroffen heeft. Lucas stelt de toewijding van Jezus aan mensen buiten de veilige muren van de samenleving centraal, zoals zieken of mensen die zijn verstoten. Daarom laat hij de engel niet naar Jeruzalem gaan, de stad van de koning, maar naar de herders buiten de muren van Bethlehem, een nederige plek. Ik vind het een kostelijk en diepzinnig verhaal. En die ster die de wijzen uit het oosten naar de herders in Bethlehem leidt, is gewoon een grapje van Matteüs. Wat deze evangelist trof, was dat Jezus bij zijn eigen volk nauwelijks gehoor vond, maar later juist búiten Israël grote aanhang kreeg. Dat heeft hij weergegeven door de grootste heidenen naar voren te halen die hij verzinnen kon: astrologen, wijzen die de ster volgen. Dat zijn bij Matteüs de énigen die bij Jezus’ geboorte in beweging komen, en door een ster in de richting van Jeruzalem worden geleid.”

Verhoeven: „Dat zijn zeker mooie verhalen, maar ook verzónnen verhalen. Als ik een film over Jezus maak, moet die teruggaan naar zijn historische kern.”

Waarom is dat zo belangrijk voor u?

Verhoeven: „Door Jezus te benaderen zoals hij werkelijk was, kom ik dichter bij hem. Daarmee is het ‘meer waar’, al realiseer ik me ook dat dé waarheid niet bestaat. Een tweede antwoord op je vraag is: het is nu eenmaal de manier waarop ik films maak. Ik wil terug naar de feitelijke kern. Ik doe er veel research voor. Voor Total Recall ben ik naar NASA gegaan, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. Ik wilde daar bekijken hoe de gebouwen eruitzien als we Mars gaan koloniseren. En verder zijn er genoeg films over Jezus die niet kloppen, zoals die van Pier Paolo Pasolini – overigens wel een zeer goede film. Dan vind ik het interessant en zelfs spannend om een film over Jezus te maken die zoveel mogelijk wél klopt.”

Speelt uw verleden hierbij nog een rol?

Verhoeven: „Oh, dat zal best. Ik zat in mijn jeugd een paar weken bij de Pinkstergemeente. Dat was een kort moment van overgave aan het geloof. Daarna kwam meteen de verwerping van datzelfde geloof. En de ontdekking: het is niet waar wat er in de Bijbel staat. Dat ontdekte ik vooral toen ik in de VS kwam en me aanmeldde bij een seminar over Jezus in Californië. Dat ging over twee vragen: Wat kan Jezus werkelijk hebben gezegd? En: Wat heeft Jezus werkelijk gedaan? Ik ben vijftien jaar in dat seminar actief geweest, las meer dan duizend boeken over Jezus en raadpleegde een heel rijtje theologen. Daar schreef ik mijn boek over. En daarop wil ik mijn film baseren.”

Ter Linden: „En daarmee heeft Paul inderdaad een grote kennis opgebouwd, waarmee hij mij in onze gesprekken regelmatig corrigeert. Dat verrast mij steeds weer.”

Ook wat betreft de ‘leugens’ over Jezus waarvan hij rept?

Ter Linden: „Nou ja, daarover denken we verschillend. Dat is waar. Paul zegt over de opstandingsverhalen van Jezus: christenen hebben tweeduizend jaar met een leugen geleefd, en hij wil dat mede met zijn film duidelijk maken. Maar als mensen al tweeduizend jaar geïnspireerd worden door die verhalen, hoef je ze toch geen leugens te noemen? Neem mijn grootmoeder. Die nam de opstanding van Jezus Christus helemaal letterlijk. Maar dat was niet het belangrijkste. Waar het om ging, was dat ze daarnaast ook de boodschap van die verhalen begréép: namelijk dat, om het in de taal van de Bijbel te zeggen, God achter Jezus stond en dat we dus Jezus moeten volgen om te leven naar Gods bedoeling.

„Ander voorbeeld. Paul zegt in onze gesprekken: het verhaal dat Jezus over water liep, is natuurlijk flauwekul. Ik zeg: inderdaad, voor óns en in ónze tijd is dat ondenkbaar. Maar voor die tijd niet…”

Verhoeven: „…Ik heb aan dat ‘over water lopen’ nog gerefereerd in een van mijn films. Er zit een Jezus-moment in Robocop, helemaal aan het eind. Robocop loopt over het water naar de schurk en zegt: ‘I am not arresting you any more.’ Hij wil de schurk neerschieten. Ik heb hem de Amerikaanse versie van Jezus genoemd, haha. Niet meer arresteren, gewoon doodschieten. Dat lijkt Donald Trump nu ook te doen. Die noemt zichzelf christen en zegt tegen Noord-Korea: We gaan niet met jullie praten of straffen. We gaan jullie vernietigen.”

Ter Linden: „Ik heb Robocop nooit gezien. Misschien moet ik dat nog eens doen. Nou goed. Mensen dachten in die tijd dus dat iemand echt over water kon lopen. Maar Marcus, die als eerste het verhaal vertelt, wilde er iets mee zéggen. Ik denk dat dit verhaal ontstaan is ná Jezus’ dood, toen zijn leerlingen zijn werk voortzetten en met gevaar voor eigen leven op weg gingen om over hun meester te vertellen. Hun boodschap riep soms grote weerstand op, in dit verhaal weergegeven door die storm waardoor ze met hun boot geen stap vooruitkomen. De zee symboliseert de ondergang, de dood, die voor die leerlingen een even reëele bedreiging was als voor Jezus. Met zo’n verhaal over hoe Jezus die doodsangst en die dreiging bedwong, en die golven letterlijk onder de voet liep, moedigden de volgelingen van Jezus elkaar aan.

Verhoeven: „Het blijft natuurlijk allemaal fictie, maar door de gesprekken met Carel zie ik wel beter hoe mensen in de loop der tijd met Jezus zijn omgegaan. Hoe ze hem naar zichzelf hebben toegetrokken, als het ware. Mijn punt is echter dat christenen die zeggen ‘in de geest van Jezus’ te leven, dat in de praktijk helemaal niet doen. Neem de kruisiging en opstanding, Christenen zeggen dan: Jezus heeft met die kruisiging al onze zonden op zich genomen. Als wij maar biechten, komt alles in orde. Dan hoeven wij zelf niks meer te doen. Opgelost toch? Ik wil de echte Jezus terughalen door zijn leven zoveel mogelijk te reconstrueren, vooral in het laatste jaar voor zijn dood. Met dat beeld wil ik mensen die zich christen noemen confronteren.”

Gaat dat lukken, mijnheer Ter Linden?

Ter Linden: „Nou, ik ben bang dat je dan een magere film krijgt. Ik begrijp wel dat Paul zich in zijn scenario wil beperken tot wat wij feitelijk over Jezus’ leven en optreden zouden kunnen vaststellen. Maar hoe zijn leerlingen hem beleefden, raak je dan kwijt. De beleving zit in de verhalen over hem. Als je die weglaat, verarmt dat de zaak dan niet?

„En dan over de opstanding. Ik begrijp heel goed dat Paul niets moet hebben van het idee dat de dood van Jezus de zonden van zijn volk, of zelfs de wereld, wegnam. Maar dat was wél een in die tijd reëel bestaand geloof. We vinden het bijvoorbeeld bij Marcus en Paulus terug. En het was een wijdverbreid geloof in die dagen dat het lijden en sterven van een rechtvaardige ook de schuld zal wegnemen van zijn volksgenoten die niet zulk lijden hadden ondergaan.”

Die voorgenomen Jezus-film wordt dus een magere film?

Verhoeven: „Weet je, Carel, in principe heb je daar een punt. Ik heb me namelijk al langer zitten afvragen hoe het komt dat ik steeds vastloop met die ruwe filmscripts. Dat zou te maken kunnen hebben met wat jij nu zegt. Dat ik op een leegte stuit als ik alles heb afgepeld, al die ballast die we tweeduizend jaar op Jezus gestapeld hebben, al die waandenkbeelden, die kruistochten, die heksenjachten. Als je dat allemaal overboord gooit, wat blijft er dan van Jezus over? Dat is uiteindelijk waarschijnlijk niet zijn persoon, maar zijn verhalen, de parabels, de gelijkenissen. De parabels vullen de leegte.”

Ter Linden: „Je hebt helemaal gelijk. De kern van Jezus zit in de gelijkenissen. En in de Bergrede. Bijvoorbeeld wanneer hij spreekt over je vijand liefhebben zoals je zelf. Wie brengt dat nou op? Je vertelde me eens over Barack Obama, die als Amerikaans president in 2009 Kairo bezocht. Hij sprak daar over de noodzaak je te verplaatsen in de tegenstander. Anders zullen we nooit veilig zijn. Ware woorden!.”

Verhoeven: „Inderdaad. Maar je zegt het al, die gelijkenissen en de Bergrede kun je niet verfilmen. Of ik zou iets moeten proberen wat ik gedaan heb met Robocop, of in Starship Troopers. Dat ik het Jezus-verhaal voor een paar minuten onderbreek en die parabels door het verhaal heen vlecht. Maar het blijft lastig.”

Welke gelijkenissen spreken u aan?

Verhoeven: „Zonder twijfel die van de verloren zoon waarbij de vader de zoon na terugkomst weer in zijn armen sluit, ondanks alles wat hij heeft misdaan. De zoon heeft zijn geld verbrast, is naar de hoeren gegaan, maar daarna tot inkeer gekomen en naar zijn vader teruggekeerd. Die vergeeft hem. Ook overlaadt hij de verloren zoon met weldaden en geschenken. Dat is voor mij de belangrijkste mededeling van Jezus. Stap over dingen heen! Een even simpele als moeilijk uit te voeren boodschap. Het is veel gemakkelijker om te hameren op het eigen gelijk, zoals Trump constant doet.”

Verloren zonen zijn niet populair. Toen in deze krant een hoogleraar uitgereisde jihadisten die terug willen naar Nederland daarmee vergeleek, was de reactie op sociale media: ‘Lekker laten creperen op het slagveld, die jihadisten’!

Verhoeven: „Wat deze hoogleraar voorstelde, is niks anders dan in de geest van Jezus. Dat is superchristelijk! Maar ja, we hebben nooit echt naar Jezus willen luisteren. Al helemaal niet al die miljonairs in de Amerikaanse Senaat die zich christen noemen en gezellig kerst vieren. Dacht je dat die één moment boodschap hadden aan Jezus? Of aan zijn parabel over de rijke man die moeilijker het koninkrijk van God zal binnengaan dan de kameel door het oog van de naald zal kruipen? Dat is een extreme boodschap. Maar zo was Jezus. Hij was een extremist.”