Foto Benjamin Soland

Ricky van Wolfswinkel: ‘Vitesse was een andere club geworden’

Voetballer

Ricky van Wolfswinkel keerde terug bij zijn oude club Vitesse, werd topscorer, won de bekerfinale en vertrok weer, nu naar FC Basel. Kan hij dat even uitleggen?

Op 30 april 2017 werd Ricky van Wolfswinkel (28) voor altijd en eeuwig een held, in Arnhem en omstreken dan. Hij bezorgde Vitesse de eerste prijs in 125 jaar door tijdens de misschien wel slechtste bekerfinale ooit beide doelpunten te scoren. Vooral zijn tweede goal staat me nog bij: Ron Vlaar uitkappen, met links schieten en nog voor de bal het net raakt in draf richting Vitesse-supporters. Hij was zich er meteen van bewust dat het nooit meer mooier zou worden dan die middag in de Rotterdamse Kuip. Typisch Arnhems was wel dat ze het hem een paar weken later al weer kwalijk namen dat hij vertrok bij de club, naar FC Basel in Zwitserland.

We troffen elkaar in de Rot Blau Bar, een supporterscafé in stadion Sint Jacob Park. De sfeer daar deed hem denken aan ‘het oude Vitesse’, het Vitesse van voor de grote overname. De club van ‘De Slenk’ op Papendal, een oude boerderij waar ze zich in de vroegere stallen moesten omkleden.

Ricky prees de plantjes op de bar en de krantenknipsels aan de muren.

„Gezellig, toch? Hier kan alles, de spelers nemen als ze geen oppas hebben hun hond mee naar de kleedkamer. Maar je moet wel op tijd zijn, hè? Pünktlich. Als je een minuut te laat bent beginnen ze al te bellen. Ze zeiden tegen mij dat jij er om kwart over zou zitten, ‘echt niet’ zei ik, ‘die is van Vitesse’. Maar je zat er wel, goed hoor, ik denk dat iedereen in dit land pünktlich wordt, dat het in de berglucht zit of zo.”

Hij woonde in een huis in Oberwil, een dorpje op tien minuten van Basel.

„Lekker rustig”, vond hij wel een goede samenvatting.

In het seizoen dat hij doorbrak (2008-2009) volgde ik Vitesse van dichtbij voor het voetbaltijdschrift Hard Gras. Als we elkaar toen spraken was hij de beleefde uitzondering in een zwalkend Appie-Happie-elftal. Geen jongen van gekke uitspraken. Toen halverwege het seizoen trainer Hans Westerhof werd ontslagen was hij de enige die achter de trainer bleef staan.

Ricky nu: „Hij gaf me vertrouwen, dat is prettig voor een jonge speler.”

Marcel van Roosmalen schreef een column over de bekerwinst van Vitesse: Na de winst kwam de enorme aandacht waarmee Arnhemmers maar moeilijk om kunnen gaan

Aan het eind van dat seizoen werd hij ‘verhandeld’ aan FC Utrecht en kocht hij voor alle medewerkers op kantoor een persoonlijk cadeau om ze te bedanken. Toenmalig persvoorlichter Ester Bal belde me erover op. „Ik heb een doos met lekkere spulletjes gekregen van Ricky, gelukkig geen chocola want daar ben ik verslaafd aan, maar wel drank. Wat is het toch een goed jong, de fatsoenlijkste die we er tussen hadden lopen, eentje die we op de jeugdopleiding nou eens niet mentaal verpest hebben.”

Ricky nu: „Misschien kwam het omdat ik iedere avond terugging naar Woudenberg.”

Zijn moeder was attent en zorgzaam, zijn vader een keukenmonteur die met keihard werken een bedrijf opbouwde. „Ik ben echt een mix. Ik heb ook nog een zus, die werkt in een winkel.”

Warm water is wel lekkerder

Hij kon met terugwerkende kracht wel lachen om de zwarte Arnhemse humor.

„Op een dag was het geld op, dat zeiden ze ook de hele dag tegen elkaar, dat er geen geld meer was voor envelopjes met kerst en voor warm water. Het kan mij niet schelen of ik in een stal of in een luxe sauna moet douchen, maar warm water is natuurlijk wel lekkerder. Ik heb er acht jaar rondgelopen, dan ga je van zo’n club houden. Niet van het logo, maar van de mensen. Toen ik vorig jaar terugkwam waren de meesten er helaas niet meer.”

Ik heb er acht jaar rondgelopen, dan ga je van zo’n club houden. Niet van het logo, maar van de mensen

Ricky van Wolfswinkel over Vitesse

Er waren er best veel te vroeg overleden.

Mister Vitesse Theo Bos natuurlijk.

Tante Sjaan die op geheel eigen wijze de kantine beheerde en dingen zei als: „Jongens, ik heb vandaag knakworst gekookt. Wisselspelers eerst.”

En ook fysiotherapeut Rob Lage en Willem van Reen van het washok, die op wedstrijddagen de deur van het spelershome bewaakte, soms met de brommerhelm nog op.

Ricky: „Die kon goed chagrijnig zijn, de mensen van de tegenstanders viel het ook op. Dat soort mensen ben ik buiten Arnhem nooit tegengekomen. Over mij zeggen ze dat ik alles doe voor geld, zouden ze zelf ook doen.”

Daarna: „Is trouwens helemaal niet zo, zoveel keus had ik helemaal niet.”

Hij vertelde dat hij nog een jeugdcontract had in 2009, tienduizend euro per jaar en wat extra’s omdat hij bijna alle wedstrijden had gespeeld.

„Dat ging helemaal nergens over, zelfs een lease-autootje zat er niet in, maar ik moest wel stoppen met school. Voor een beetje meer geld wilde ik best blijven, maar ze deden er geen dubbeltje bij. Ik was voor de verkoop, ze hadden geld nodig. We gingen praten met Louis van Gaal van AZ en McClaren van FC Twente, maar het goede gevoel kwam pas toen FC Utrecht zich meldde.”

Na twee seizoenen met als hoogtepunt een hattrick tegen Celtic in de Europa League kwam Sporting Lissabon.

De beelden van FC Utrecht - Celtic, met de drie doelpunten van Ricky van Wolfswinkel.

Ricky: „We stonden op het punt met vakantie te gaan naar Griekenland, belt Louis (zijn zaakwaarnemer Louis Laros, MvR). ‘Sporting heeft een bod gedaan, FC Utrecht is akkoord, ze willen dat je nu naar Portugal komt.’ Ja, het zal wel, dacht ik, ik ga eerst lekker op vakantie, maar hij bleef bellen. Bianca (zijn vriendin, MvR) werd helemaal gek. Toen we op Schiphol stonden zei hij: ‘Morgenvroeg, half zeven, vlucht naar Lissabon via Athene en Frankfurt’. Echt dramatisch. Toen we aankwamen in Lissabon stonden er, ik lieg niet, twee van die gasten met zonnebrillen ons op te wachten. We werden in een busje gestopt en naar een hotel gebracht. Hup een kamer in en meteen bloed afnemen en in een potje pissen. ‘Doe nou maar’, zei Louis, ‘zo gaat dat hier. We zitten al te onderhandelen.’ Bianca had op internet gekeken en was wel enthousiast over Lissabon. ‘Geweldige stad’, zei ze, daar vertrouw je dan een beetje op. Dan sta je in zo’n skybox van een fantastisch stadion, lekker weer, goed contract. Bianca zat nog op school, die studeerde sociaal-pedagogische hulpverlening, maar die moest wel mee. Ik woonde nog half thuis, ik zag mezelf anders al de halve dag bij de Chinese afhaal zitten.”

Uiteindelijk bleef hij twee jaar bij Sporting Lissabon, een periode die hij samenvatte als „geweldige stad, alles lekker relaxed, leuk dat Stijn Schaars er ook naar toe kwam, goed qua voetbal ook”.

Het eindigde net als bij Vitesse met geldproblemen.

„De salarissen werden nog maar eens in de drie maanden betaald. Dat is gewoon kut. Komen er voor de wedstrijd van die kerels de kleedkamer binnen met de mededeling dat je alles moet geven voor de club. Stijn en ik keken elkaar aan, ja wij zijn Nederlanders, wij zeggen dan gewoon wat terug. ‘Alle respect’, zei ik, ‘maar het is wel ons werk. We moeten ook ons eten betalen.’ Die Portugese spelers zeiden niks, ze keken naar beneden. Toen ze de president van hun club eruit hadden gegooid kwam Norwich City langs. Het was dat of Dynamo Kiev, maar daar kreeg ik Bianca echt niet mee naartoe dus dat was bij voorbaat al een dikke nee.

Lieke Martens werd Europees kampioen en beste voetbalster van de wereld: “Ik heb bij Oranje echte vriendinnen”

„Ik vond het wel mooi om in de Premier League te spelen. Norwich was een klein stadje, het trainingscomplex was net als bij Vitesse een zootje, het stadionnetje was gezellig. De vliegverbinding was super, vanaf mijn huis tot mijn auto in Amsterdam was het een uurtje. Qua leven was het na Portugal wel een stapje terug. Engelsen hebben geen smaak. Het eten: worsten, ei en van die bruine sauzen die ze eroverheen spletsen. Ik zei tegen Bianca ‘kies jij maar waar je wilt wonen’. Wat ze niet allemaal aan ellende gezien heeft daar: huizen met tapijt in de badkamers, dat soort dingen. Iedereen zei al tegen ons: als je naar Norwich gaat, heb je binnen een jaar kinderen, zo saai is het daar. Dat was ook zo.

Stond ik tegenover Rio Ferdinand van twee meter zoveel en Vidic, nog zo’n monster. Kijk naar me, dat is zinloos

Ricky van Wolfswinkel over zijn tijd bij Norwich

„Voetbaltechnisch gezien was het de verkeerde keuze. Alleen maar lange ballen, ik was er al bang voor. Ik zei na een paar wedstrijden tegen de trainer: Het wordt geen succes als de keeper ’m naar voren rost met als motto ‘succes, Ricky’. Speelde ik uit bij Manchester, stond ik tegenover Rio Ferdinand van twee meter zoveel en Vidic, nog zo’n monster. Kijk naar me, dat is zinloos, ik ga van dat soort beesten geen kopduel winnen. De volgende trainer kocht drie nieuwe spitsen. Binnen een maand was ik van spits nummer 1 spits nummer 6. Het dieptepunt was dat ik, als de grootste aankoop in de clubgeschiedenis, aan de zijkant moest staan op de training bij een partijtje elf tegen elf. Ja, dan moet je opzouten. Ik ben twee jaar achter elkaar verhuurd op de deadlinedag. Eerst aan Saint Etienne, daarna Betis Sevilla. Dan moet je overhaast verhuizen en val je middenin zo’n groep.”

Leg de stokjes maar even neer

In de zomer van 2016 meldde Vitesse zich.

„Ik zat sushi te eten, belde Louis. Hij zegt: ‘Leg de stokjes maar even neer, Vitesse wil je hebben.’ Ik moest lachen, maar ze waren heel serieus. Norwich wilde van mijn salaris af, ik zou minder gaan verdienen, maar wel weer voetballen. Ik heb wel gezegd dat ik het zag als een fase om mezelf weer op de rails te krijgen. Zoiets wilden zij ook, ze wilden me doorverkopen met een leuk winstje en ondertussen Zhang (Zhang Yuning, een inmiddels verkochte Chinese spits, MvR) klaarstomen voor het grote werk. Het voelde supergoed om terug te zijn. Je begint weer bij nul, toen ik er wegging zat ik met allemaal grote jongens als Theo Janssen, maar nu was ik opeens de oudste. Het trainingscomplex glom van nieuwigheid, het was een andere club.”

Het seizoen samengevat: hij werd topscorer van de club, het elftal was wisselvallig, de trainer goed.

„We werden gered door die KNVB-beker, dat was echt een droom die uitkwam. Na afloop zei ik de dingen die je hoort te zeggen op zo’n moment. Dat je het allemaal samen hebt gedaan en dat ik van ver was gekomen, maar ik was natuurlijk wel zielsgelukkig. Je wint met de club waar je bent opgegroeid een prijs en jij scoort alletwee de doelpunten.”

Samenvatting van de bekerfinale AZ-Vitesse.

„Wat dacht je?”, vraag ik.

Ricky: „En nu wegwezen.”

Daarna: „Grapje, zo dacht ik het niet. Ik was eigenlijk heel tevreden met mijn leventje. Eindelijk weer dicht bij mijn vrienden en familie, maar toen kwam FC Basel en dan ga je toch nadenken. Vitesse kon een winstje maken en ik kon het toch nooit meer beter doen dan ik gedaan had. Ik ben een realist. Bovendien vond ik het ook leuk om Champions League te spelen. Bij Vitesse voelde ik me soms wel heel oud, dan zat ik naast iemand van zestien in de kleedkamer. Bianca zag Zwitserland helemaal zitten, haar ouders (oud-voetballer Johan Neeskens en zijn Zwitserse vrouw Marlis, MvR) wonen ook in Zwitserland.”

En daar zaten we dan.

In de Rot Blau Bar in Basel.

Hij was aan het revalideren.

„Speel je een keer Champions League, breek je je voet.”

Hij liet me het stadion zien, stonden we op de middenstip te kijken naar die steile tribunes.

„Wat vind je?”, vroeg hij.

Ik zei dat ik het koud had, dat vond hij een echt Arnhems antwoord.