Foto Andreas Terlaak

Shula Rijxman: ‘Ik vecht mij kapot voor de publieke omroep’

Bestuursvoorzitter publieke omroep

De machtigste vrouw van Hilversum, Shula Rijxman, legt veel nadruk op diversiteit bij de publieke omroep. ‘Ik koos ervoor altijd door te gaan. Van nature kijk ik niet graag achterom.’

‘Heb jij een lieve moeder?’ In haar kantoor in het Hilversumse Mediapark stelt Shula Rijxman, bestuursvoorzitter van de publieke omroep, een persoonlijke vraag middenin ons gesprek. Als er niet meteen een antwoord komt, vraagt ze: „Kun je wat meer over jezelf vertellen?”

Twee maanden moest Rijxman (58) nadenken over het verzoek om meerdere malen geïnterviewd te worden gedurende het jaar. Toen zij instemde, beloofde zij „zo open mogelijk” te zijn. Maar: „Als je iets van mij wil weten, is het niet zo gek dat ik jou ook wat vraag. Je vindt elkaar in de interactie en verbinding.”

Rijxman, de machtigste vrouw van Hilversum, staat bekend als iemand die weinig van zichzelf prijs geeft. „Ik heb altijd een grote streep getrokken tussen werk en privé”, zegt zij. „Dat heeft met mijn jeugd te maken.” In een ander gesprek vertelt zij daar meer over.

Rijxman heeft een bewogen jaar achter de rug. Ze werd onderdeel van een rel rond de documentaire Jesse van BNNVARA. Mediaminister Arie Slob waarschuwde voor grote tekorten door teruglopende reclame-inkomsten. En Rijxman besloot dat twee naar omroep MAX overgestapte presentatoren van AVROTROS hun tijdstip op de zender mochten behouden, ondanks de dreiging van een rechtszaak.

De publieke omroep staat onder druk. In Den Haag kan het instituut nog altijd op veel steun rekenen, maar het geld stroomt niet meer vanzelfsprekend binnen. Rijxman heeft het kabinet om 50 miljoen euro gevraagd, na jaren van bezuinigingen – of ze dat krijgt is de vraag. Haar besluit om diversiteit zwaarder te laten meetellen in de keuze voor nieuwe programma’s, oogstte waardering én kritiek. Organisaties als WOMEN Inc. roemen de maatregel, maar rechts Nederland vindt hem politiek-correct.

Shula Rijxman schreef in NRC een opiniestuk over diversiteit op de radio: Kijk verder dan je mannelijke neus lang is

In zo’n verhard klimaat zijn vertrouwelingen belangrijk. Zegsvrouw Babet Verstappen is zo iemand voor Rijxman. De veertiger begeleidt haar baas naar vrijwel al haar optredens. „Als er stront aan de knikker is, gaat Babet niet naar huis”, zegt Rijxman op een regenachtige middag. „Ik hoef nooit aan haar te twijfelen.”

Verstappen is er ook bij tijdens de traditionele seizoenspresentatie, eind augustus, als Rijxman haar plannen voor het komende tv-seizoen ontvouwt. „Het gaat goed met de publieke omroep”, zegt zij tegen zo’n vijfhonderd aanwezigen in Studio 21. „We doen ertoe!”

Rijxman kondigt die middag een aantal doelen en maatregelen aan. Ze zegt dat het online budget de komende jaren wordt verdriedubbeld: van 20 naar 60 miljoen. Als De wereld draait door volgend jaar een kortere looptijd krijgt, wil zij een vrouwelijke presentator. En wordt het geen tijd dat ‘superplatforms’ als Google, Facebook en YouTube belasting gaan betalen in Nederland? „Die bedrijven verdienen honderden miljoenen aan ons land, dan mogen ze best een steentje bijdragen aan drama, documentaires en films van Nederlandse bodem.” Rijxman vindt het NPO Fonds een goede bestemming.

Op de middag van de seizoenspresentatie bulkt zij van de energie. Rijxman schudt handen, geeft schouderklopjes en deelt complimenten uit. Niets wijst er op dat zij intensief crisisberaad achter de rug heeft. Drie dagen voor de bijeenkomst publiceerde De Telegraaf een stuk over een nog uit te zenden documentaire van BNNVARA. De film, waarin Groen Links-voorman Jesse Klaver wordt gevolgd tijdens de verkiezingscampagne, is geregisseerd door Joey Boink, die tijdens het filmen op de loonlijst van GroenLinks stond. „Een langgerekte, met belastinggeld betaalde partijspot” citeert De Telegraaf Kamerleden.

Het weekend voor de presentatie besluit Rijxman – „in goed overleg” met BNNVARA – dat Jesse niet wordt uitgezonden. Een ongebruikelijke maatregel, die bewijst hoe groot de invloed van de NPO is geworden. „Ik wil geen twijfel over de journalistieke onafhankelijkheid”, zegt Rijxman. „Die is belangrijker dan ooit.” En als BNNVARA voet bij stuk had gehouden? „Dan was er een patstelling ontstaan”, zegt zij. „In het uiterste geval waren de NPO en BNNVARA in een juridisch steekspel terechtgekomen. Maar godzijdank is het niet zo ver gekomen.”

NRC recenseerde de documentaire van Joey Boink: Documentaire ‘Jesse’ heeft zelden diepgang

Geduldig staat Rijxman die middag de pers te woord. Ze kiest haar woorden zorgvuldig. Alleen bij een vraag van de Volkskrant – wat vindt u van Jesse – blijft het even stil. Ze zegt dat zij daar geen antwoord op geeft. „Ik heb een beslissing genomen, samen met BNNVARA.”

Joods nest

Op een rustiger moment vertelt Rijxman over haar lastige jeugd. Ze komt uit „een intellectueel joods nest” met drie dochters. Haar moeder verborg zich in de oorlog twee jaar op de zolderkamer van een huis waar Duitsers ingekwartierd zaten. Die angstige ervaring heeft haar moeder getekend. „Het was niet eenvoudig thuis, maar ik had een liefdevolle moeder”, zegt Rijxman. „Dat maakte veel goed.”

De relatie met haar vader was slecht. Veel meer wil Rijxman niet over hem kwijt. Door de ziekte van haar moeder – ze stierf jong – belandde Rijxman tijdelijk in een pleeggezin. „Ik heb weinig veiligheid meegekregen. Voor mijn gevoel moest ik kiezen hoe ik in het leven wilde staan. Ik koos ervoor altijd door te gaan. Van nature kijk ik niet graag achterom.”

Twee dagen na de seizoenspresentatie blikt Rijxman in een speech bij een besloten diner voor omroepmedewerkers terug op de gijzeling van een medewerkster in het NPO-gebouw. Een verwarde man bedreigde haar enkele uren met een mes. Een politieagent wist de vrouw te bevrijden. „Het confronteerde ons met onze dagelijkse kwetsbaarheid”, zegt Rijxman. „Media, journalisten, de omroep – ze zijn altijd een potentieel doelwit.”

De dag van de gijzeling moest Rijxman denken aan de aanslag op Charlie Hebdo. „Onze vrede, veiligheid, onze tolerantie en verdraagzaamheid – ze zijn kwetsbaar en moeten worden verdedigd. Juist in een wereld die onder druk staat. Zeker nu onze verbondenheid op de proef wordt gesteld, moeten wij alle groepen blijven bereiken met het hele verhaal.”

Een dag voor het diner drukte de Volkskrant een opiniestuk van Rijxman af. Daarin vraagt zij politici „wat onze onafhankelijke, betrouwbare en diverse publieke omroep” hun waard is. „Als we in deze snel veranderende en chaotische tijden niet investeren in een sterk en totaal onafhankelijk mediaplatform, aan wie geven we het dan uit handen? We laten het toch niet gebeuren dat we ons over een paar jaar verwonderd afvragen hoe het ook in Nederland zover heeft kunnen komen?”

Foto’s Andreas Terlaak

Rijxman maakt zich, zegt zij, oprechte zorgen over de marginalisering van de publieke omroep in landen als Turkije, de Verenigde Staten en Hongarije. Waarom zou wat daar gebeurt niet in Nederland kunnen gebeuren als de reclame-inkomsten teruglopen en de politiek geen geld bijlegt? Natuurlijk is de zorg ook belangrijk, maar wat betekent het voor de Nederlandse samenleving als je niet meer naar Radar kunt om te klagen over de zorg? Als het Journaal geen nieuws meer brengt over het functioneren van zorgverzekeraars?”

Een van de felste reacties op Rijxmans opiniestuk verschijnt in Elsevier. Hoofdredacteur Arendo Joustra vraagt zich af of de publieke omroep zelf geen gevaar is voor onafhankelijke journalistiek in Nederland. Het omroepbestel is gebaseerd op „eenzijdigheid, verdeeldheid zaaien en ideologie”, schrijft hij. „Zo gaat Rijxman drie keer zo veel uitgeven aan digitale diensten. Dat doet ze met overheidsgeld. Daarmee gaat de publieke omroep nog harder concurreren met journalistieke organisaties die hun eigen broek moeten ophouden, geen geld van de overheid krijgen en met digitale diensten geld proberen te verdienen.”

Joustra’s ferme taal verbaast Rijxman niet. Google, Facebook en YouTube vormen ook een bedreiging voor kranten en tijdschriften, realiseert zij zich. Niet voor niets is er Europese wetgeving in de maak om die bedrijven belasting te laten betalen in landen waar ze geld verdienen. „Maar waarom richten kranten en tijdschriften hun pijlen op de publieke omroep? Waarom niet op dat grote gevaar uit Amerika?”

In november zegt Rijxman dat ze graag een rondetafelconferentie wil beleggen tussen vertegenwoordigers van de publieke omroep en de geschreven pers, om te onderzoeken hoe „de gezonde Nederlandse mediamarkt behouden kan blijven”. Samenwerking is bij wet niet verboden, zegt Rijxman, maar komt nog onvoldoende uit de verf. „Ik zou die samenwerking veel meer willen opzoeken. En ik begrijp goed dat uitgevers een stukje van de opbrengst willen als superplatforms mee gaan betalen aan het NPO Fonds.”

In Hilversum wordt sceptisch gereageerd op haar voorstel om superplatforms belasting te laten betalen. Mediamagnaat John de Mol probeert er nog een positieve draai aan te geven, als hij haar plan in Nieuwsuur „dapper, maar kansloos” noemt. De Mol ziet liever dat Den Haag zich meer verdiept in de media. „Als je gaat kijken in het regeerakkoord wat er staat over media, dan vind je veel lege bladzijden.”

Tienduizend redenen

Net als De Mol – die mails stuurt aan premier Rutte – heeft Rijxman goede contacten in Den Haag. Medio oktober vertelt ze dat ze „alle vertrouwen heeft” dat het kabinet haar visie deelt dat er 50 miljoen naar de publieke omroep moet. Toezeggingen heeft zij niet gekregen, maar in de gesprekken die zij met politici voert, klinkt volgens haar begrip door. „Ik vecht mij kapot voor de publieke omroep. Ik geloof in de kracht ervan als democratisch instituut.”

Een maand later zitten we weer tegenover elkaar. Minister Slob heeft de Kamer even daarvoor geïnformeerd dat de reclame-inkomsten uit radio en tv „onverwacht sterk dalen”. Het gat kan in 2018 nog worden gedicht met geld uit de Algemene Mediareserve (AMr), maar in de jaren daarna niet meer, waarschuwt Slob.

Zorg is belangrijk, maar ook dat je naar Radar kunt om te klagen over de zorg

Shula Rijxman

Rijxman „zag de discussie aankomen”, maar de „grote verliezen” hebben haar verrast. „Ik ga ervan uit dat Slob, de Kamerleden en de NPO ook voor 2019 en 2020 een oplossing vinden.” Daar zijn volgens haar „tienduizend redenen” voor. „Slob draagt de publieke omroep een warm hart toe. In zijn brief aan de Kamer schrijft hij dat het kabinet voor een sterke publieke omroep staat en dat hij met mediapartijen om de tafel wil om fake news tegen te gaan.”

Nepnieuws staat hoog op het zorgenlijstje van de publieke omroep. Bij een besloten ‘expertmeeting’ in oktober zegt Rijxman dat er wordt nagedacht over een nieuwe online-strategie. „Hoe geef je vorm aan pluriformiteit, onafhankelijkheid en toegankelijkheid in een samenleving die gedreven wordt door Google, Youtube en Facebook? We willen gericht content brengen naar de platforms. Maar we willen gebruikers ook naar eigen platforms trekken.”

Uit de zaal klinkt ook kritiek. „Facebook en YouTube hebben een geweldige bijdrage geleverd aan de emancipatie van de burger en het medialandschap”, zegt een medewerker. „De publieke omroep is voor de burger altijd een gesloten bastion geweest. Zo lang wij niet bereid zijn ons meer open te stellen voor content van burgers, zullen partijen als Facebook en YouTube in dat gat stappen. Laten wij de burger meer ruimte geven.”

Betty

Aan het eind van ons laatste gesprek zegt Rijxman dat haar nog één ding van het hart moet. „Heb je wel eens gehoord van het Joods Monument? [een digitaal platform waarop omgekomen Nederlandse joden worden herdacht] Mijn zus Fransje wees mij op een foto op het platform van een vrouw met twee kinderen. Ze vertelde dat er nog een derde kind was, met het syndroom van Down….”

Er valt een stilte. „Misschien schaamde de moeder zich voor het meisje”, zegt Rijxman. „Ik wilde weten wie zij was en ben naar haar op zoek gegaan. Ze bleek in het Apeldoornsche Bosch te hebben gewoond, een gesticht dat door de Duitsers in één nacht werd leeg gehaald. Toen zij nog leefde, schaamden mensen zich voor haar. Vervolgens werd zij vergast om wie zij was. Ik heb Betty een plek gegeven op het monument. Iets in mij wil er zijn voor mensen die dat niet kunnen.”

    • Danielle Pinedo