Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

Hanina Ajarai: ‘Ik had ook moeten zoeken naar een antwoord’

Journalist

Heel veel mensen vielen over journalist Hanina Ajarai heen toen ze afgelopen zomer in haar AD-column schreef dat de ramp met de MH17 haar minder raakte dan het lot van voetballer Nouri.

‘Hoi, hoi Hanina. Heftige column. Heb je al gekeken?”, appt een redacteur van Jinek. Het is donderdagochtend 20 juli, half tien. Journalist Hanina Ajarai is net wakker. Ze appt terug: „Nog niet.”

De redacteur: „Ik denk dat het explodeert.”

De column die Hanina Ajarai (36) de middag ervoor bij het Algemeen Dagblad inleverde, zal het einde inluiden van haar baan bij die krant. Maar dat weet ze dan nog niet. En het einde komt ook niet meteen. En als ze nog weer vier maanden later terugkijkt, heeft het einde zich wellicht al vóór die gewraakte column aangekondigd.

Hanina Ajarai wordt in mei 2016 als columnist binnengehaald bij het Algemeen Dagblad, een krant die wordt gelezen door bijna één miljoen mensen. Samen met Halina Reijn, Tommy Wieringa en Paul de Leeuw is ze onderdeel van de campagne voor de vernieuwde krant. Vooraf had ze wel even getwijfeld. Ze wil graag dat lezers haar zien als Hanina Ajarai en niet als woordvoerder van de moslims. Is dit wel de juiste krant voor mij?

Maar hoofdredacteur Hans Nijenhuis is vol overtuiging: als zij verandering wil brengen, moet ze juist bij het AD zijn. Er wordt een campagnefoto gemaakt, die ook boven haar columns wordt afgedrukt: Hanina Ajarai, breed lachend, met hoofddoek en gestifte lippen.

Hoewel Ajarai zichzelf niet beschouwt als columnist, is het vertrouwen in haar groot. Nijenhuis heeft haar ooit bij nrc.next aangenomen. Hij was het die haar leerde dat haar leven interessant kon zijn voor de lezer. „Dan vertelde ik tijdens de lunch dat elk islamitisch gezin met Offerfeest een schaap moet kopen. Maar wat moesten mijn man en ik met een héél schaap? ‘Schrijf dat op’, zei hij dan.” Bij het AD, zo is de afspraak, krijgt ze „alle vrijheid”. In haar „lifestyle-column” mag ze schrijven wat ze wil.

Onderwerpen voor haar columns dienen zich doorgaans als vanzelf aan. Ze schrijft over gratis smartphones voor kinderen van minima (een belachelijk plan), unboxing-filmpjes op YouTube (onbegrijpelijk), en het inreisverbod van Trump (mensenrechtenschending).

Ze spaart ook de islamitische gemeenschap niet. Ze windt zich op over jonge moslims die niet stemmen. En maakt zich kwaad wanneer een moeder de school van haar kinderen aanklaagt, omdat die de schoolfotograaf uitnodigde op een islamitische feestdag. „Hoe haal je het in je hoofd om hier de rechtsgang voor in werking te zetten?!”

Maar vaker nog dan over de actualiteit, schrijft Ajarai over zichzelf. En juist die columns vallen op in hun extreme alledaagsheid. Ze wijdt een column aan een hardnekkige koortslip, schrijft over whatsapp-etiquette en hoe ze haar kinderen bezighoudt op een regenachtige dag (met kleurplaten, ook voor zichzelf). Ajarai: „Ik varieerde er op los.”

Foto Merlijn Doomernik

Ze hoopt dat haar columns zullen bijdragen aan „acceptatie van de islam in Nederland”. AD-lezers zullen zien, denkt ze, dat ze wel een hoofddoek draagt, maar niet wezenlijk verschilt van andere Nederlandse vrouwen. „Nederland hoeft niet standaard vraagtekens te hebben bij mensen die eruit zien zoals ik.”

Hanina Ajarai groeit op in Rotterdam, in een groot, traditioneel gezin. Haar ouders zijn geboren in Marokko, haar vader kwam als gastarbeider naar Nederland. Haar moeder voegde zich later met drie kinderen, onder wie Hanina, bij hem. Als kind mocht ze weinig. Niet naar de bioscoop met vriendinnen, niet op schoolkamp, geen stage in het buitenland. Als haar vader ‘nee’ zei, dan was het ‘nee’. Het is haar hele jeugd schipperen tussen haar eigen weg gaan en de grens opzoeken, zonder dat de band met haar ouders breekt.

Hanina provoceert graag, in discussies met haar broers en zussen neemt zij het tegengestelde standpunt in. „Gewoon, om te kijken hoe ver ik kom”, zegt ze. „Ik ben één van negen kinderen. Je moet een manier vinden om op te vallen toch?”

Zo ontwikkelt ze zich tot een vrouw die niet snel onder de indruk is van tegengas. Iemand die tegendraadse keuzes maakt, zoals het schrijven van een column over haar persoonlijke leven in het AD. „Denk je echt dat ik dat met mijn ouders heb besproken? Ik weet het antwoord.” Ze respecteert hun visie op de wereld. Over haar ouders schrijft ze nooit.

Abdelhak Nouri

Op woensdag 19 juli, de dag dat ze haar column moet inleveren, moet Ajarai huilen om Abdelhak Nouri. Ze weet niks van voetbal, maar als de twintigjarige middenvelder van Ajax tijdens een oefenwedstrijd plotseling in elkaar zakt, raakt dat haar intens. Sinds die dag prevelt ze zijn naam in haar nachtgebeden, ze bidt om een wonder. Ze blijft maar YouTubefilmpjes kijken.

Waarom, vraagt ze zich die woensdag hardop af, raakt de ramp met de MH17 haar dan niet? Drie jaar geleden kwamen 298 mensen om het leven. Er wordt die week in alle media stilgestaan bij de herdenkingen. Om die ramp huilt ze niet. Als haar zusje suggereert dat ze dat dan misschien voor het AD moet opschrijven, begint Ajarai direct te tikken. Ze schrijft:

„Ik moet bekennen. Op emotioneel niveau doet het me niets. Helemaal niets. Ik heb geen seconde getreurd om de slachtoffers, ik ben niet geïnteresseerd in het onderzoek en de meeste berichtgeving over MH17 sla ik over.”

Hanina Ajarai lag al vaker onder vuur. Er is kritiek vanaf het prille begin. Als ze in haar eerste column in mei 2016 uitlegt waarom ze een hoofddoek draagt, regent het scheldwoorden op sociale media. Ze wordt ‘slaafse hoer’ genoemd, een varken, haar column een ‘brugklasopstel’, haar hoofddoek een ‘kopvod’. ‘Heel Holland Haat islamitische AD-columniste’, schrijft omroep Powned op de site.

Na haar column over MH17 interviewde NRC Hanina Ajarai: “‘Meisje’ noemen ze me steeds . Ik ben 34.”

Sindsdien, weet ze, is er een groepje „standaardhaters”, dat zich na vrijwel iedere column meldt. „Ook als ik schrijf dat ik mijn kinderen naar school breng.” Zo nu en dan vlamt de discussie op. Als ze salafisten vergelijkt met jehova’s bijvoorbeeld (‘even irritant en wereldvreemd’). Als ze reageert op de brief van premier Mark Rutte „aan alle Nederlanders”, waarin hij zich beklaagt over het asociale gedrag van sommige Nederlanders. Of als ze schrijft: „Wij Nederlanders houden van klagen”. Dan is de reactie: ga terug naar je eigen land.

Fans zijn er ook. Lezers die haar middeltjes sturen na de column over de koortslip. Of lezers die mailen dat ze nu anders naar moslima’s kijken. Die nu een vrouw zien in plaats van een hoofddoek. Ajarai: „Maar die hoor je op Twitter niet.”

Na drie maanden bij het AD, besluit Hanina Ajarai dat het anders moet. „Mijn probleem was niet dat ik te scherp was. Mijn probleem was, dat ik steeds verkeerd begrepen werd.”

Ze vraagt of „iemand met een AD-bril” kan meelezen. Ze krijgt een vaste redacteur toegewezen, iemand die al heel lang meedraait. „Een rot in het vak.” Ajarai mailt hem haar columns vóórdat de eindredactie er naar kijkt. Maar alléén als ze denkt dat het tricky wordt. „Ik ben eigenwijs”, zegt ze. „En ik voel me opgelaten als ik te veel tijd van anderen claim.”

Ik dacht: de hoofdredacteur is de baas. Maar zo is het niet bij het AD

Hanina Ajarai

In de column ‘Nouri vs. MH17’ schrijft Ajarai die woensdag niet alleen dat MH17 haar koud laat. Ze werpt ook de vraag op waarom Nouri haar wel iets doet:

„Is het omdat Nouri moslim is? Een Marokkaanse Nederlander net als ik? Omdat het mijn broertje had kunnen zijn? En Nouri’s moeder mijn moeder had kunnen zijn?”

Ze verwerpt die gedachte gedeeltelijk.

„Misschien deels, maar hoe verklaar ik dan dat ik ook intens meeleefde met de ouders van Savannah en Romy? Bovendien, als het puur om zijn geloof is, waarom doen die talloze berichten over slachtoffers van aanslagen in moslimlanden me ook niet zo veel?”

Als de column drie uur later op papier staat, besluit ze in „een split second” haar stukje direct naar de eindredactie te sturen.

Denk niet dat ze geen tegengas verwachtte, zegt ze. Ze gokt – ze is wel wat gewend.

Trap na

Op de ochtend dat de column in het AD staat, appt niet alleen de redactie van Jinek. Kort daarna hangt de adjunct-hoofdredacteur van het AD, Jan ’t Hart, aan de telefoon. Ajarai: „Hij vertelde dat omroep West nabestaanden had gesproken. Die waren beledigd en gekwetst. Ik zei: dat was niet mijn bedoeling.” Op Hanina’s verzoek drukt de krant een nieuw stukje van haar af: „Mijn woorden zijn nooit bedoeld als trap na richting de nabestaanden van de MH17-ramp. Nu ik weet dat ik deze mensen heb gegriefd met mijn column, bied ik mijn excuses aan.”

Ze zegt: „Ik vond dat niet moeilijk. Het kan me niet schelen wat mensen van mijn column vinden, maar ik wil niet tot het diepste beledigen.”

Hoofdredacteur Hans Nijenhuis is op dat moment in het buitenland. Vanaf zijn vakantieverblijf stuurt hij haar het mailtje door dat hij van de redacteur van Jinek kreeg. Ajarai: „Zijn eigen antwoord staat erbij: ‘Ik heb de column gelezen en ik vind het legitiem’.” Ajarai is opgelucht. „Ik dacht echt: pfieeeuw, ik heb in elk geval Hans achter me. De hoofdredacteur is de baas. Maar zo is het niet bij het AD.”

Hanina’s ouders zeggen nooit iets over haar columns. Haar moeder kan niet lezen. Haar vader laat sowieso weinig los. Maar Hanina hoeft er niet met hen over te praten om te weten wat ze ervan vinden: „Een vrouw hoort geen column te hebben. Dat past niet in hun wereldbeeld.”

Maar uitgerekend deze donderdag ontgaat haar moeder de column niet. Die belandt, mét Hanina’s foto, in de nieuwsfeed van haar iPhone.

„Mijn moeder komt uit een wereld waar je als meisje geen eigen identiteit hebt. Haar diepste verlangen is dat haar dochters trouwen en kinderen krijgen. En dat ze een eerzaam leven leiden. Een dochter die op zo’n manier het nationale nieuws haalt, is niet alleen vervelend, het is een ramp! Denk alleen maar aan wat de buren ervan zullen vinden. Het ergste is dat ik haar begrijp. Ik kan dat niet bevechten, ik moet altijd de verstandigste zijn.”

Mijn moeder komt uit een wereld waar je als meisje geen eigen identiteit hebt

Hanina Ajarai

Op sociale media reageren mensen woedend, het regent ingezonden brieven bij het AD, zeventig abonnees zeggen op. Haar MH17-column is smakeloos, Ajarai gevoelloos. Haar stuk haalt zowat alle nieuwssites. Overigens zónder Ajarai’s commentaar. Tegen de eerste journalist die haar die dag belt, zegt Ajarai dat ze nog geen reactie kan geven. Ze wist nauwelijks waar de discussie over ging. In de uren daarna nemen kranten en websites dat rechtstreeks over. Overal staat ‘Hanina Ajarai was niet bereikbaar voor commentaar’.

Die donderdag, begin van de middag, belt de redactie van RTL Late Night. Hanina Ajarai wordt vaker voor televisieoptredens gevraagd en „normaal gesproken” zegt ze dan nee. Maar deze donderdag kón dat niet. „Je kunt niet alleen in een column een grote mond hebben. Ga nu maar op de blaren zitten, dacht ik.”

In de trein naar Amsterdam denkt ze voor het eerst na over de uitzending. Naast het bombardement van reacties op haar column was juist deze dag haar man zoek. Ajarai had hem de hele dag proberen te bereiken en maakte zich ongerust. „Ik was er met mijn hoofd totaal niet bij. En ik had geen spijt. Ik dacht: ik voel dit toch? Mag ik dat dan niet opschrijven?”

In de uitzending leest Hanina Ajarai op verzoek van presentator Beau van Erven Dorens een stukje voor uit haar column. Olaf Koens, die de ramp voor RTL versloeg, windt zich op: „Ik moet me heel erg inhouden. Je weet niet wat je hiermee aanricht.”

Een fragment van het interview met Hanina Ajarai in RTL Late Night.

Dat weet Ajarai inderdaad niet. Pas in de dagen erna, zegt ze, dringt door wat ze verkeerd heeft gedaan. Achteraf denkt ze dat mensen hun eigen angst voor de islam teruglazen in de column: „Moslima valt slachtoffers MH17 aan. Ze voelt alleen empathie met haar eigen soort.”

„Het verbaasde me dat het één me raakte en het ander nauwelijks”, zegt ze terugkijkend. „Die vraag heb ik neergelegd. Nu zie ik dat dat niet goed was. Alleen de vraag opwerpen is pijnlijk, ik had ook moeten zoeken naar een antwoord. Ik heb daar niet goed over nagedacht.” Die column, zegt ze, had ze niet zo moeten schrijven. De toon was bovendien te hard.

Al kan ze nogal wat columnisten noemen die net zulke pijnlijke dingen schrijven. Youp van ’t Hek, Theodor Holman, Afshin Ellian. „Waarom halen zij niet het nieuws?”

Zogenaamde saamhorigheid

Ook van moslims komt kritiek. Het AD plaatst een lezersbrief van Sarah Alsalhawi die schrijft dat Ajarai niet alleen zichzelf, maar ook háár voor schut heeft gezet. Een columnist als Hanina „verpest het voor ons”. Ajarai: „Veel moslims waren verbolgen over het feit dat ik de zogenaamde saamhorigheid had doorbroken. Na die column waren het weer twee kampen.”

Ze wilde zo graag dat ze de vraag – waarom raakt het één me meer dan het ander – als Hanina Ajarai kon opwerpen, in plaats van als moslim in het algemeen. „Ik denk dat ik daarin naïef ben geweest.”

Via GeenStijl lekt een dag later een interne e-mail uit. De redactieraad van het AD kondigt aan met de hoofdredactie te gaan praten ‘waarna eventuele verdere stappen zullen worden genomen’.

Zelf heeft Ajarai van het AD niets meer gehoord. Tot donderdag 31 augustus.

Hoofdredacteur Hans Nijenhuis belt of ze die dag bij hem kan langskomen. In een gesprek legt Nijenhuis uit dat het AD wil stoppen met haar column. De redactie wil haar niet langer als columnist handhaven. Ajarai: „Ik had echt gedacht dat ik die column nog jaren zou houden. Alle hatelijke reacties kon ik hebben. Voor het eerst voelde ik me totaal verslagen.” De column was haar enige inkomen. Ze moet op zoek naar een nieuwe baan.

Op persvragen legt Nijenhuis uit dat het ontslag „niet alleen” is vanwege de veelbesproken column, maar dat „de hoofdredactie ook heeft moeten constateren dat er onvoldoende binding was met de lezer”. „We hebben het een jaar de tijd gegeven, maar in die tijd is de liefde tussen Hanina en de lezers niet zo opgebloeid als we hadden gehoopt. Dan moet je consequenties trekken.”

Op 28 september staat haar laatste column in het AD.