DEN HAAG - Minister Jeroen Dijsselbloem van Financien loopt van de Tweede Kamer naar het Ministerie van Financien voor aanvang van een telefonisch overleg met de Eurogroep. ANP BART MAAT

BART MAAT

Dijsselbloem: ‘Ik had de mooiste baan ter wereld’

Jeroen Dijsselbloem

Jeroen Dijsselbloem was vijf jaar voorzitter van de Eurogroep, een machtig beslisorgaan in Europa. Dit is zijn verhaal. „Ik ben geen diplomaat, ik ben een politicus.”

Jeroen Dijsselbloem, nog maar net minister van Financiën, wist niet wat hij meemaakte. Vergaderingen van de Eurogroep duurden vaak tot drie, vier uur ’s nachts. „ Iedereen rende door elkaar. Er werd voortdurend geschorst.” Ministers verdwenen in kamers om apart met elkaar te overleggen. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble ergerde zich openlijk. „Hij riep tegen zijn medewerkers: Wer macht denn einige Arbeit? So geht es nicht länger.”

Dijsselbloem (PvdA) trof eind 2012 een club mensen aan die, zegt hij, getraumatiseerd was door de schuldencrisis in Europa. Deze was begonnen in 2010 toen Griekenland zijn schulden niet meer kon herfinancieren. Daarna hadden ook Ierland, Portugal en Spanje hulp van Europa nodig. „Er ging geen vergadering voorbij zonder dat er gewaarschuwd werd voor de financiële markten. Die waren hysterisch.”

In de Eurogroep zaten de toen 17 ministers van Financiën van landen met de euro (nu zijn het er 19) en vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie. In Brussel hing in die jaren een crisissfeer: zou de eurozone uiteenvallen? In de loop van de schuldencrisis moest de Griekse regering opstappen, en ook de Italiaanse premier Silvio Berlusconi.

Dat in die eerste vergaderingen het idee ontstond die nieuwe minister uit Nederland voorzitter te maken, staat vast. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble claimt het idee. „Een beetje vaderlijk is hij wel. Hij vindt dat hij mij heeft bedacht. De uitvinder van Jeroen Dijsselbloem als Eurogroepvoorzitter.” Maar de Brusselse topambtenaren die altijd bij de Eurogroep zijn zeggen dat zíj het waren. Lachend: „Zo zie je dat een goed idee soms meerdere vaders heeft.”

Waarom hij? Er was in elk geval een „element van wanhoop”, zegt Dijsselbloem. Jean-Claude Juncker, in die tijd voorzitter en premier van Luxemburg, had al 1,5 jaar eerder gezegd te willen stoppen. Maar de 17 ministers bleven bakkeleien wie hem moest opvolgen.

Mijn theorie, zegt Dijsselbloem, is dat Schäuble op een vergadering in december 2012 dacht: die kan wel deals maken. Op die vergadering verdwenen de belangrijkste hoofdrolspelers, onder wie de Franse en Duitse minister van Financiën en de baas van de Europese Centrale Bank, tijdens een schorsing in een kamertje om met elkaar verder te overleggen. Kan ik daar naar binnen? vroeg Dijsselbloem aan de Nederlandse ambtenaar die mee was. Probeer het, zei die. Dijsselbloem stond 1,5 uur tegen de muur geleund mee te onderhandelen en frutselde naar eigen zeggen nog wat Nederlandse wensen in het compromis. „Ik weet nog dat ik terugkwam in die zaal waar al die andere collega’s uren hadden zitten wachten. Die waren bloedchagrijnig. Ik kreeg van één collega de wind van voren: dit kan toch niet! Ik zei: jij had ook naar binnen kunnen lopen.”

Op 13 januari 2018, vijf jaar na zijn aantreden, stopt Dijsselbloem als Eurogroep-voorzitter. Hij maakte 51 ministers van Financiën mee, heeft hij zelf geteld. Drie Franse, vijf Griekse, twee Duitse, drie Italiaanse, om maar een paar landen te noemen. Hij was een van de hoofdonderhandelaars bij de hulp aan Cyprus in 2013 en bij de derde lening met voorwaarden aan Griekenland in 2015. Zijn grootste trots zijn de afspraken over banken. De grootste banken vallen onder Europees toezicht en worden in elk land op dezelfde manier gered, in de regel zónder hoge kosten voor de overheid. „Je kan enorme sprongen maken in hoe je de banken aanpakt als je het samen doet.”

Zijn taak was „de boel bij elkaar houden”, zegt hij. Negentien ministers van Financiën uit heel Europa, van Portugal tot Finland, van Slovenië tot Oostenrijk, met uiteenlopende culturen, van verschillende politieke stromingen, die allemaal anders over de toekomst van Europa denken. Hij liet vergaderingen eerder beginnen en minder vaak schorsen door de teksten over besluiten zo veel mogelijk van tevoren te maken en ze ter plekke met de hele vergadering te veranderen.

Een voorzitter moet in elk geval goed liggen bij de machtigste landen van Europa, Duitsland en Frankrijk. „Het is heel eenvoudig voor een Nederlandse voorzitter om te begrijpen wat de Duitsers willen. We houden net als zij van regels, strengheid en zuinig begrotingsbeleid. Het vergt meer intellectuele lenigheid om de Fransen te begrijpen.”

Hij heeft veel tijd geïnvesteerd in een goede relatie met de Fransen. Hij is Frans gaan leren, zijn Franse collega Michel Sapin leerde Engels. Uiteindelijk konden ze elkaar zonder tolk verstaan. Dat maakt veel uit, zegt hij. „Frankrijk heeft de grote ideeën voor Europa. Duitsland brengt altijd een peloton juristen mee: hoe leggen we de afspraken vast?” Nederland ziet nog een derde dimensie: „Wij kijken naar perverse prikkels en markten. We zijn pragmatischer dan de Fransen. De Nederlandse nuchterheid verdraagt die grote idealen slecht.”

De Eurogroep is niet de plek voor bevlogen verhalen over de toekomst van Europa. „Ministers van Financiën weten dat er economisch en financieel een prijs te betalen is voor dat soort verhalen.” Toch noemt hij het de mooiste baan ter wereld. „Je zit in een heksenketel van belangen. De mediadruk is gigantisch. Als je een steentje verlegt in die Europese rivier veranderen er grote dingen.”

Verbale bom

Dijsselbloem is nog maar net voorzitter als hij begin 2013 een golf van kritiek over zich heen krijgt. Cyprus heeft hulp nodig: het land kan geen geld meer lenen en de grote bankensector van het eiland staat op omvallen. Er staat ook spaargeld uit het buitenland op, bijvoorbeeld uit Rusland, omdat de banken een hoge rente betalen. Het eerste hulpplan dat Cyprus en de Eurogroep afspreken veroorzaakt ophef omdat álle spaarders een heffing opgelegd krijgen. „Ik heb me totaal niet gerealiseerd dat dat zo’n schok zou veroorzaken. Iedereen riep: nu is spaargeld in Europa niet meer verzekerd.” Het plan wordt na zware kritiek weggestemd door het Cypriotische parlement.

Er komt een nieuw, tweede plan: nu betalen niet meer de kleine spaarders maar alleen grote spaarders en investeerders mee aan de redding van de banken. Ook dat veroorzaakt onrust omdat Dijsselbloem in een interview met zakenkrant Financial Times en persbureau Reuters zegt dat dit vanaf nu de nieuwe aanpak is in Europa. Geen bail-out van banken op kosten van de overheid maar een bail-in van investeerders in die banken, zodat de overheid niet alles betaalt.

Commentatoren op de financiële markten, Dijsselbloems voorganger Juncker en Europees president Herman Van Rompuy vinden dat Dijsselbloem de hulp aan Cyprus verkeerd aanpakt of uitlegt. The Wall Street Journal noemt het een verbale bom op de markten. In alle talen worden varianten op Dijsselbloems naam verzonnen: Dijsselbourde, Dijsselblooper, Dijsseloen, Dijsselblowing it.

Terugkijkend vindt Dijsselbloem dat hij het eerste plan beter had moeten uitleggen, maar van het tweede plan heeft hij geen spijt. Het is principieel juist dat investeerders verliezen nemen als banken gered worden. „We gaan niet met Europees geld Russische zwartgeldtegoeden in Cyprus redden. Het land was dan achtergebleven met een immense schuld. De Eurogroep waar ik binnenkwam was niet in staat te zeggen: de markten gaan dit niet leuk vinden maar we gaan toch die kant op. Zo’n koerswijziging moet je gewoon een keer durven.”

Voordat hij minister van Financiën werd, had Dijsselbloem alleen oppervlakkig nagedacht over de reddingen van banken sinds 2008. „Van bail-in had ik nog nooit gehoord. Maar ik ben wel gewoon econoom.” In Nederland kreeg hij direct na zijn aantreden te maken met het dreigende faillissement van SNS Reaal. „Ik had er helemaal geen trek in om weer met belastinggeld een bank te redden. Dat geeft beleggers zo’n perverse prikkel. Ik wilde die rekening terugduwen naar de private kant.” Dezelfde gedachte was leidend bij de redding van Cyprus. „Ik was echt niet de enige die dit vond. Spanje was een van de steunpilaren voor deze aanpak, net als Duitsland.” Beslissingen van de Eurogroep zijn altijd unaniem: de leden praten tot ze het eens zijn.

Dijsselbloem is een geduldige uitlegger van alle besluiten die onder zijn voorzitterschap zijn genomen. Hij heeft veel argumenten om kritiek te pareren, je zal van hem niet snel horen dat hij ongelijk had. Van alle kritiek over Cyprus stoorde die uit Nederland hem het meest. „Daar ben ik toch gevoeliger voor. Bekende Nederlanders in talkshows hadden hier opeens verstand van. Ze zaten er inhoudelijk volkomen naast. Later in die week schreef de Financial Times dat ik gelijk had. Dat het de enige manier is om de banken weer gezond te maken.”

Nooit slecht geslapen

Hij heeft zich nooit afgevraagd of hij het wel kon, dat eerste jaar met twee nieuwe banen en de ene na de andere crisis. Die bekende tekening over de eurocrisis van een mannetje dat op de rand van een immense afgrond staat – dat mannetje heeft hij zich nooit gevoeld. „Ik ben niet het type dat gaat zitten somberen.”

Hij heeft er nooit slecht van geslapen, zegt hij, ook niet als hij vanuit heel Europa en soms zelfs de Verenigde Staten kritiek kreeg. „Sommigen vinden dat je als voorzitter geen opvattingen mag hebben, dat je alleen foezelige dingen mag zeggen en dat ik mijn excuses moet aanbieden als ik wel wat zeg. Dat doe ik niet als het een diepgevoelde opvatting is. Ik laat niet over me heen lopen. Ik ben geen diplomaat, ik ben een politicus.”

Het dieptepunt uit die vijf jaar maakte Dijsselbloem dit jaar mee. Hij zei in een interview met een Duitse krant dat „in de eurocrisis noordelijke lidstaten zich solidair hebben getoond met de crisislanden. Als sociaal-democraat vind ik solidariteit heel belangrijk. Maar wie die eist, heeft ook plichten. Ik kan niet al mijn geld uitgeven aan drank en vrouwen en u vervolgens om hulp vragen. Dat principe geldt op persoonlijk, lokaal, nationaal en ook op Europees niveau.” Een belediging, vinden premiers en ministers uit Zuid-Europa en Europarlementariërs. Een miskenning van de pijnlijke maatregelen die de crisislanden doorvoerden.

Dijsselbloem weigert de uitspraak terug te nemen. „Ik meende wat ik zei.” Bovendien: hij had het niet over Zuid- Europa maar in het algemeen over landen die om hulp vragen. Hij vindt dat zijn uitspraken in de Spaanse en Portugese pers zijn verdraaid: „Alsof ik ze voor hoerenlopers had uitgemaakt.”

Toch vond hij het moeilijk. „De storm na Cyprus raakte me niet persoonlijk. Men vond mij toen een geweldige amateur. Maar dit keer werd mijn integriteit ter discussie gesteld. Ik werd door de premier van Portugal uitgemaakt voor xenofoob, racist en seksist. In mijn kleine wereldje zijn dat best ruige dingen om te zeggen tegen een politicus.”

Dijsselbloem belde veel collega’s in de Eurogroep op om te horen wat ze dachten. In de eerstvolgende Eurogroepvergadering stelde hij het interview aan de orde. Niemand nam het woord. „Zelfs de Portugese staatssecretaris niet.”

De vraag is of het nodig was om de woorden ‘drank en vrouwen’ te gebruiken. Dijsselbloem had zijn punt ook zonder die twee woorden kunnen maken. Hij wekte er de indruk mee dat de crisislanden hun geld over de balk smeten. Fel: „Het is een metafoor voor het voeren van slecht beleid. Ik zei het omdat dit het hart raakt van het debat in de eurozone. Wie betaalt de rekening? Waar houdt de nationale verantwoordelijkheid op en begint de Europese? Het is totaal onhoudbaar om te verwachten dat er in Europa een grote pot met geld staat als het fout gaat. Dat bedreigt het voorbestaan van de monetaire unie.”

Dijsselbloem ziet nu de crisis voorbij is in Brussel een wat laconieke sfeer ontstaan rond de budgettaire regels. De Europese Commissie van Juncker is minder streng dan de vorige als het gaat om landen die afspraken niet nakomen. „Juncker vindt dat de Commissie niet alleen vervelende boodschappen moet brengen. Dat is vanuit het oogpunt van draagvlak voor de Europese Unie begrijpelijk. Maar de Unie is een op regels gebaseerde gemeenschap.”

Landen moeten er zelf voor zorgen dat ze een nieuwe economische schok aankunnen. „Nog een keer een crisis van die omvang trekken we politiek niet. De crisis was zó heftig, de schok zó groot. Je moet voorkomen dat opnieuw door politieke krachten vanuit het Europese centrum regeringen of premiers moeten aftreden zoals die eerste jaren na 2010 gebeurde.”

Dijsselbloem botst nog een paar keer met collega’s in Europa. Sorry zegt hij maar één keer, tegen Jean-Claude Juncker. Voor zijn uitspraak dat Juncker „een verstokte roker, en drinker overigens” is, in de talkshow Knevel en Van den Brink begin 2014. „Ik weet niet waarom ik het zei. Het was een lichtzinnig grapje, niet bedoeld om hem te beschadigen maar dat is wel gebeurd. Hij kon geen glas water meer oppakken of hij werd door de Britse boulevardpers gefotografeerd en opgevoerd als ‘aan de drank’, met mij als character witness. Echt heel pijnlijk.”

Dijsselbloem heeft de afgelopen jaren intensief samengewerkt met Juncker, op een prettige manier, zegt hij. Ze hebben het uitgepraat. Maar als Juncker in 2014 voorzitter wordt van de Europese Commissie, wil hij Frans Timmermans wel en hem geen post geven in de Commissie. Dijsselbloem was dé kandidaat van de Nederlandse regering.

Met Varoufakis kan hij niet overweg

Met de flamboyante Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis kan Dijsselbloem niet overweg. Zijn partij Syriza wint in januari 2015 de verkiezingen met de boodschap: Brussel stelt te harde eisen bij de hulp aan Griekenland, dat moet anders. Vijf dagen later stapt Dijsselbloem op het vliegtuig naar Athene. „De kiezer heeft nou eenmaal deze mensen gekozen en ook al zijn ze nog zo agressief in hun retoriek, we gaan met ze samenwerken.” Schäuble had de reis afgeraden. „Hij moet naar jou toe komen, vond hij. Hij zei er nog net niet bij: met de pet in de hand.”

Tijdens de persconferentie na afloop gaat het mis. Varoufakis zegt niet meer te willen samenwerken met de trojka. In de trojka zitten Europese vertegenwoordigers die controleren of de Griekse regering zich aan de afspraken houdt. Dijsselbloem krijgt de vertaling vertraagd te horen op zijn koptelefoon en kijkt ontzettend zuur. „Natuurlijk was ik chagrijnig. Hij had mijn uitgestoken hand in de fik gestoken tijdens die persconferentie.”

Dijsselbloem noemt het gesprek voorafgaand rationeel en rustig. Varoufakis schrijft in zijn boek Adults in the Room dat Dijsselbloem hem een ultimatum stelde. Dijsselbloem heeft passages in het boek gelezen omdat hij nieuwsgierig was naar hoe Varoufakis gebeurtenissen beschrijft. „De paar dingen die ik heb opgezocht kloppen niet.”

Neem de titel van het boek. IMF-baas Christine Lagarde zei op een gegeven moment dat er „volwassenen in de kamer nodig waren” om tot een deal te komen met Griekenland. „Echt iedereen die ik ken, begreep dat Lagarde een tik uitdeelde aan Varoufakis, maar hij schrijft in zijn boek dat ze een tik uitdeelde aan iedereen in de Eurogroep.

„In de Nederlandse pers is het beeld ontstaan dat dit een duel was tussen mijzelf en Varoufakis, maar hij had de hele Eurogroep tegen zich. Ik was eerder de vredestichter. Sommige collega’s kwam stoom uit de oren van woede. Er zitten landen in de Eurogroep die een lager welvaartsniveau hebben dan Griekenland: Slowakije, Estland, Letland, Litouwen. Dat beseffen wij niet. Wij denken dat Griekenland het armste land is van Europa. Die landen moesten allemaal bijdragen aan de leningen voor Griekenland. Toen de Syriza-regering het minimumloon verhoogde, zeiden die collega’s: verhogen? Bij ons is het lager! Hoe moet ik dat thuis uitleggen? Ik was voortdurend die ministers aan het kalmeren.”

Varoufakis was een einzelgänger, zegt Dijsselbloem. Hij had geen mandaat in zijn partij. „Zijn eigen premier vertrouwde hem niet. Hij kreeg vaak een waakhond mee, bijvoorbeeld de vicepremier.”

Uiteindelijk drong Dijsselbloem er bij de Griekse premier Tsipras op aan Varoufakis op een zijspoor te zetten. Ja, eigenlijk gaat hij daar niet over, maar „dat is allemaal achteraf. De crisis was zo groot.”

Ook de onderhandelingen met Tsipras verliepen grillig. In juli dacht Dijsselbloem opnieuw bijna een deal te hebben. „We hadden nog twee kwesties waarover verder gepraat zou worden. Ze kwamen niet opdagen. Op Twitter zagen we waarom: ze hadden een referendum uitgeschreven met een oproep aan het volk tegen de dwingelandij uit Brussel te stemmen.” De Grieken stemden tegen. „Een dag later wilden ze tóch onze voorwaarden accepteren. Waarop de Eurogroep en de regeringsleiders zeiden: die voorwaarden zijn niet meer beschikbaar, jullie hebben er zo’n rotzooi van gemaakt. Het was voor een rationeel mens onnavolgbaar.”

Schäuble vond dat Griekenland maar uit de eurozone moet vertrekken. Dijsselbloem is door Varoufakis verweten een schoothondje van Schäuble te zijn. „Op cruciale momenten heb ik besluiten doorgeduwd die niet populair waren in Duitsland. Zoals een bankenunie met een reddingsfonds waar ook Duitse banken aan mee betalen. Ik was niet voor een Grexit en heb ook in de Duitse pers gezegd dat Schäuble daar na de uiteindelijke deal over op moest houden.”

Toch vertrouwde Dijsselbloem Schäuble blind en heeft hij veel van hem geleerd. „Zijn stijl van onderhandelen is fascinerend.” Hij gaf vaak toe aan de wensen van zijn tegenstanders maar alleen als zíj met zijn verregaande voorwaarden akkoord gingen. „En dan keek hij met een voldane glimlach de groep rond wetende dat niemand daar trek in had.”

Uiteindelijk komt er een deal. Na de langste vergadering in Dijsselbloems leven, van zaterdagmiddag tot maandagochtend. „Ik heb nog ergens drie uur geslapen geloof ik, op een bankje.” Dijsselbloem wordt diezelfde maandag herkozen als voorzitter. Hij beschouwt het als het hoogtepunt van zijn voorzitterschap. „Resultaat na hard werken, dat is fijn.”

Daarna wordt het nog spannend in Nederland. De VVD-fractie wil tegen de Griekse deal stemmen, zegt Dijsselbloem. Ze hebben geen vertrouwen meer in de Griekse regering. „Als de fractie had doorgezet had dat een enorme crisis in de VVD gegeven, tot en met de val van het kabinet. Want Mark Rutte was in die lange nacht in Brussel akkoord gegaan.” Dichterbij een kabinetscrisis kwam Rutte II niet volgens Dijsselbloem. „Niet tijdens bed-bad-brood of de vrije artsenkeuze. Het was Griekenland.”

De technocraat

Dijsselbloem werd door zijn optreden het strenge gezicht van Europa – het Europa van de cijfers, bezuinigingen, sancties en regels, in de wereld van de overheidsfinanciën verwoord met de term austerity. Dijsselbloem wás austerity, niet alleen in zijn boodschap, ook in zijn presentatie, zeggen critici in Brussel. Zelf zegt hij: „Ik kan natuurlijk heel zuinig kijken.”

Waren de voorwaarden aan de hulp aan Griekenland niet veel te hard? „Ja het was hard, maar nodig. De problemen zijn niet gecreëerd door de Europese hulp, die waren er al.” En er wordt selectief gekeken. „Heel veel aandacht gaat naar de bezuiniging op de Griekse pensioenen. Die pensioenen waren absurd hoog in verhouding tot het welvaartsniveau. Dat we tegelijkertijd een bijstandsregeling creëren, lees je nergens. Die had Griekenland niet.”

Volgens Dijsselbloem is de Griekse schuld nu wel draaglijk, ook al zegt het IMF van niet. „Als Griekenland zich aan de afspraken houdt en de schuld in de toekomst toch niet kan aflossen, gaan we opnieuw kijken of we schuld moeten verlichten, hebben we gezegd.”

Dijsselbloem lijkt de ultieme technocraat maar hij zou zichzelf niet zo noemen. Daarvoor heeft hij te sterke opvattingen. Hij beschouwt het maar als een geuzennaam want hij heeft weinig op met heroïsche sprongen in Europa. „Politici besteden veel te weinig aandacht aan het langzaam bouwen van iets dat werkt. Daarom is Europa zo kwetsbaar. Omdat we met veel drama en grandes idées Europa vooruit brengen maar we maken het niet af.”

Dat is ook precies wat Nederland aan zijn voorzitterschap heeft gehad. „Wij Nederlanders zijn vaak zo bang voor lekken, gaten en perversiteiten dat we geen stap voorwaarts zetten. Ik heb als doel gehad vertrouwen te geven aan al die sceptici in Nederland en Duitsland.

„Natuurlijk heeft Mark Rutte wel een visie voor Europa, ik ook. Maar als je in Europa niet federalistisch bent, als je niet meer bevoegdheden, geld en macht naar Brussel wil brengen, dan heb je geen visie, vindt men daar. Maar ik geloof in goed functionerende nationale overheden, die soms supranationaal en soms intergouvernementeel samen werken. Dat is ook een visie.”

De recente opmerkingen van de Duitse sociaal-democraat Martin Schulz dat er een Verenigde Staten van Europa moet komen, vindt Dijsselbloem destructief. Landen die dat niet willen moeten wegwezen, zegt hij. „Als ik de stemming peil, blijven er dan weinig landen over. We moeten de tegenstellingen tussen landen niet overwinnen met dictaten.

„Ik kan me niet voorstellen dat we iemand aanwijzen in Brussel die doorzettingsmacht krijgt over pensioenen in Frankrijk en zzp’ers in Nederland. Dat is precies het verkeerde antwoord op het populisme. Populisten hebben heel erg goed in de gaten dat de verzorgingsstaat onderdeel is van de nationale identiteit. Die kun je niet met een groot gebaar naar Europa brengen.”

De nieuwe Nederlandse regering stelt zich harder op dan de vorige, ziet Dijsselbloem. Maar ook minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) zal compromissen moeten sluiten. Dat gold voor Dijsselbloems voorganger Jan Kees de Jager (CDA) ook. „Hij heeft natuurlijk flink op de trom geroffeld in Europa. Dat vindt Nederland prachtig, maar De Jager is gewoon akkoord gegaan met het tweede hulppakket aan Griekenland.”

Waaraan kan je zien dat een sociaal-democraat vijf jaar leiding had over de Eurogroep? Zuid-Europeanen kunnen vaak niet geloven dat Dijsselbloem van de PvdA is. „Dat investeerders verliezen moeten nemen als banken worden gered, beschermt de publieke zaak. We hebben begrotingsregels flexibeler gemaakt. Een van de vernieuwingen komt bij mij vandaan. Een land dat bezig is met hervormingen, krijgt meer tijd om zijn begrotingstekort te laten dalen. Daar maakt Italië nu gebruik van. Maar ik ga mensen er niet meer van overtuigen dat ik niet alleen van de strenge regels was. Ik wéét dat de fundamenten van de eurozone steviger zijn dan vijf jaar geleden.”

Het einde

Dijsselbloem had nog een half jaar langer kunnen blijven als voorzitter. De Duitse en de Franse regering wilden dat, maar zijn eigen Nederlandse regering niet. „Ik wilde niet voor een paar maanden de stoel warm houden, wel voor een half jaar.” Het kabinet vond een half jaar te lang. Dat zou een opstap zijn naar een permanente voorzitter van de Eurogroep en daar is Nederland tegen. Een minister moet het erbij doen. „Ik snap het volledig. Dit is altijd het Nederlandse standpunt geweest, ik heb het zelf verdedigd.”

Die permanente voorzitter komt er uiteindelijk wél, schat Dijsselbloem in, maar wat die de hele week moet doen? Zoveel tijd kost het voorzitterschap nou ook weer niet als er geen crisis is.

Dijsselbloem weet nog niet wat hij gaat doen. Misschien een boek schrijven over zijn voorzitterschap. „Maar de vraag is of het gepubliceerd wordt.” Hij is in voor leuke, ingewikkelde functies.

Diederik Samsom zei dat het moeilijk is na zo’n baan niet alles futiel te vinden.

„Ik ben een ander type dan Samsom. Ik ben van plan een nieuw kippenhok te maken.”

Maar van een grote meneer wordt u weer een gewone meneer.

„Ik ben gelukkiger als ik in een spijkerbroek kan rotzooien in Wageningen dan wanneer ik keurig in pak in de schijnwerpers sta en door honderd journalisten uit 24 landen word belaagd.”

Dat strookt niet met dat u het de mooiste baan ter wereld noemt.

„Nee, oké, het was echt leuk.”

Bij zijn laatste vergadering met de 19 ministers van Financiën van de Eurogroep begin december krijgt hij een munt van de Letse minister van Financiën, een fles wijn van de Franse, een toespraakje van de Spaanse minister, een glas champagne. En een staande ovatie. Dijsselbloem schiet vol. „Heel even maar hoor.”

Beluister ook de podcast Haagse Zaken #14: Waarom Jeroen Dijsselbloem (bijna) nergens spijt van heeft: