Rutte III: eindeloos overleggen via Whatsapp

Politiek

Twee maanden zit Rutte III nu. Het kabinet wilde bewust geen vliegende start, maar rust in de tent. Dat vraagt wel om eindeloos veel overleg.

Ook: de vijf opvallendste ministers uitgelicht.

Alle bewindslieden in vak K tijdens het debat over de regeringsverklaring. Efficiënt en onzichtbaar, dat is voorlopig hun motto: ze mogen best allemaal ‘Stef Blokjes’ worden. Foto Remko de Waal/ANP

De nacht van de ‘filibuster’, waarin ze samen een stunt van de oppositie dwarsboomden. Dat is waar bijna iedereen in de coalitie over begint als je vraagt naar het meest veelzeggende moment sinds de start van Rutte III.

In de nacht van 21 op 22 november deden PVV en 50Plus een poging om het schrappen van de ‘wet-Hillen’ te blokkeren. De twee partijen hadden samen 35 uur spreektijd aangevraagd. Daarmee hoopten ze behandeling van de wet, een belastingvoordeel voor mensen met een afbetaald eigen huis, zo te vertragen dat hij niet al vanaf volgend jaar kan worden afgeschaft.

Rond half vijf ’s nachts vond er een cruciale hoofdelijke stemming plaats. En wat bleek? Vrijwel alle 76 Kamerleden van de coalitie waren nog in het gebouw, strak geïnstrueerd door hun fracties. Vanuit alle hoeken en gaten kwamen ze aangehold toen de bel voor de stemming ging. En dus waren er voldoende parlementariërs om een einde te maken aan het praatfestijn van PVV en 50Plus. De wet-Hillen werd geschrapt.

Een mooi staaltje discipline, vinden ze in de coalitie. Zonder lompe machtspolitiek, keurig volgens de parlementaire regels, wisten VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de oppositie uit te schakelen. Het was een „signaal van eenheid”, zegt een betrokken Kamerlid.

Het is tekenend voor een coalitie die zich bewust is van haar smalle basis: één zetel meerderheid in de Tweede én Eerste Kamer. Rutte III wil laten zien dat het vastberaden is – zonder de oppositie al te veel voor het hoofd te stoten. Je weet nooit wanneer je elkaar nog eens nodig hebt.

Bijna twee maanden zit Rutte III er nu. Het kabinet heeft er bewust voor gekozen om géén vliegende start te maken. In de Tweede Kamer en in interviews, als ze die al geven, zeggen de nieuwe bewindspersonen dat ze boordevol plannen en ideeën zitten – maar dat ze nog druk aan het nadenken en overleggen zijn. Geen grote beloftes, geen radicale koerswijzigingen. Bij één partij hebben de bewindslieden te horen gekregen dat ze best mogen uitgroeien tot ‘Stef Blokjes’, vrij naar de VVD-minister die onder Rutte II onzichtbaar was maar vrijwel z’n hele agenda erdoor kreeg.

In de eerste weken heeft het kabinet vooral duidelijk gemaakt wat het niet wil: weg met de wet-Hillen, toch geen abortuspil via de huisarts, geen eenzijdige erkenning van de Palestijnse staat. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) besloot meteen over te gaan tot de eliminatie van het raadgevend referendum, die is afgesproken in het regeerakkoord. De pijn pakken in het begin, dat is het motto.

D66 dat het referendum afschaft, de VVD die de hypotheekrenteaftrek verder verlaagt, CDA en ChristenUnie die meewerken aan een experiment met gereguleerde wietteelt. In de coalitie benadrukken ze graag dat de partijen in Rutte III klassieke compromissen hebben gesloten, en deze ook écht verdedigen. Dat is anders, zeggen ze, dan hoe het ging in het vorige kabinet. Daar hielden VVD en PvdA zich weliswaar netjes aan hun afspraken, maar verhulden amper dat ze het zelf liever anders hadden gezien.

In Rutte III zijn de partijen alle vier ‘eigenaar’ van het compromis, zeggen ze. Minder dan in het vorige kabinet is het een zero sum game: de winst voor de een is het verlies van de ander. Bijkomend voordeel is dat ze met z’n vieren zijn, waardoor de pijn wat breder gespreid is dan onder Rutte II. Er is altijd wel een andere partij ongelukkig.

Toch kwam er van deze solidariteit weinig terecht bij de belangrijkste test tot nu toe: het afschaffen van de dividendbelasting. Toen de linkse oppositie Rutte III in het nauw bracht over dit „cadeau voor buitenlandse beleggers”, verdedigden CDA, D66 en CU zich halfhartig. Het plan kwam niet van hen, benadrukten ze, premier Rutte stond alleen in zijn bewering dat hij tot in zijn „diepste vezels” in de afschaffing geloofde.

Later trokken de drie coalitiepartners wat bij, maar echt enthousiast werden ze nooit. Gert-Jan Segers (ChristenUnie) vergeleek het regeerakkoord met een album van zijn favoriete popgroep U2: „Daar staan altijd prachtige nummers op en soms ook een nummer dat me wat minder aanspreekt.” Nog steeds valt in de coalitie te horen: Rutte wilde dit graag, laat hij de verdediging maar op zich nemen.

Verder vindt de oppositie een gesloten front tegenover zich. Af en toe verschillen de partijen van mening: over Trumps erkenning van Jeruzalem bijvoorbeeld. Of over de ‘voltooidlevenwet’ van D66. Maar dat mag, sterker nog, het is de bedoeling: met name CDA, D66 en CU hebben zich voorgenomen zo veel mogelijk een eigen geluid te laten horen. Niet voor niets bleven Buma, Pechtold en Segers als fractieleider in de Kamer.

Ze betalen er wel een prijs voor, regeren met vier partijen en één zetel meerderheid. Er moet veel afgestemd worden, heel veel. Nu ook de vicefractievoorzitters een eigen vergadering hebben, is het aantal vaste overlegmomenten in de coalitie gestegen tot zeven per week. Om over de hoeveelheid whatsappgroepjes nog maar te zwijgen. Bij de kleine ChristenUnie kunnen ze het coördinatiecircus soms amper bijbenen.

En op dagen dat het parlement vergadert, kunnen Kamerleden niet meer buiten de deur zijn. Voor je het weet heeft de oppositie om een hoofdelijke stemming gevraagd. En dan heb je iedereen nodig – zelfs om half vijf ’s nachts.

    • Thijs Niemantsverdriet