Opinie

    • Hubert Smeets

Het sentimentele bedrog van apocalypticus Thierry Baudet

Het blijft de moeite waard om de missie van politici met visioenen over het Avondland niet alleen ideëel, maar ook materieel te toetsen, zegt Hubert Smeets.

Bij wat côte de boeuf bespraken de Nederlandse parlementariër Thierry Baudet en de Amerikaanse antisemiet Jared Taylor half oktober de wereld. Niet zo raar. Beiden werken naar eigen zeggen aan een „renaissance”. Die wedergeboorte is nodig omdat ons „organisme lijdt aan een auto-immuunziekte”, aldus Baudet, en de ondergang van het Avondland nakende is.

Baudet is niet de enige apocalypticus die zich aanbiedt als verlosser. Marine Le Pen kwam dit jaar het verst: eenderde van de Franse stemmen. Allen appelleren ze aan het idee dat het sinds de ondergang van het communisme allemaal minder is geworden voor de gewone man. En ze beloven vervolgens dat de klok wordt teruggedraaid, zodra zij het kosmopolitische kartel, dat gemene zaak maakt met volksvijandige Europese ideologen, de pas hebben afgesneden.

Politici met een visioen over het Avondland zijn zo oud als Dostojevski en Nietzsche. Desondanks blijft het de moeite waard hun missie niet alleen ideëel maar ook materieel te toetsen. Is Baudets these dat „boreaal Europa dodelijk gewond” is geraakt door de agressie van „kwaadwillende elementen” en „elites die oorlog zoeken met Rusland” met kille cijfers te illustreren? Kan de Europese middenklasse inderdaad beter te rade gaan bij Trump en Poetin, omdat die het beter voor elkaar hebben voor hun volk?

Het antwoord hangt a priori af van de vraag wat je belangrijker vindt in de boreale triade vrijheid-gelijkheid-broederschap: individueel gewin, zodat de rijken steeds rijker kunnen worden, of een beetje delen, ter wille van een sociaal evenwicht. Maar afgaande op het World Inequality Report, dat vorige week werd gepresenteerd, is Europa sinds de ondergang van het communisme in de nieuwe geglobaliseerde wereld een oase van gelijkmatigheid gebleven.

Geen misverstand, ook in het Avondland is het kostwinnersbeginsel uitgehold, moeten minder dynamische mensen intrinsiek vrezen voor hun werk en zijn twee banen in één huishouden steeds noodzakelijker om een gezin te onderhouden. Ook op het continent profiteert de bovenlaag meer van de groei dan de goegemeente daaronder. Maar vergeleken met de voorbeelden van Trump en Poetin valt de verrijking bij ons vies tegen. In de VS en Rusland soupeert de toplaag van de maatschappij – het bovenste deciel (tien procent) van de volwassen bevolking – nu al 47, respectievelijk 46 procent op van het nationaal inkomen. In Europa blijft dat beperkt tot 37 procent.

Nog belangrijker om het gemoed der renaissancisten rationeel te verifiëren, is de trend in de tijd. In Amerika beschikte het topdeciel een kwarteeuw geleden over slechts 38 procent van het nationaal inkomen. In Rusland bestond deze groep in 1991, toen de planeconomie implodeerde, met 23 procent zelfs uit een stel armoedzaaiers. En Europa? Na de val van de Berlijnse Muur zat de bovenlaag op 34 procent. Die groei van 3 procent sindsdien mag geen naam hebben.

Tegenover deze relatieve verrijking staat uiteraard – de som moet op 100 uitkomen – dat de lagere en middenklassen achterblijven. Ook hier zie je hetzelfde beeld. In Amerika viel de onderste helft terug van 23 naar 15 procent van het nationaal inkomen. In Rusland kelderde deze groep zelfs van 30 naar 13 procent. De ondergang van het communisme eiste zo haar tol. En Europa? Wederom saaiheid troef: gelijk op 20 procent.

Misschien vindt Baudet het goed dat de armen armer worden. Zo niet, dan is de conclusie bij een simpele gehaktbal dat de Avondland-verlossers sentimenteel bedrog bieden.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
    • Hubert Smeets