Recensie

Een meisje dat eigenlijk nooit nee zegt

Jeugdboek

Honey in Paard, paard, tijger, tijger waait met alle winden mee, om niet op te vallen. Dat leidt tot tragikomische verwikkelingen, maar gaandeweg wordt het serieuzer, en ontroerend.

‘Het is een kwestie van binnen de grenzen blijven’, vindt Honey uit het jeugdboek Paard, paard, tijger, tijger van de Deense Mette Eike Neerlin. ‘Niet te veel doen, niet te weinig doen, maar precies goed.’ Zo valt ze niet op. En voorkomt ze geplaag. ‘Ergens in passen, daar gaat het om.’

En die kunst beheerst het met een hazenlip geboren meisje beter dan wie ook. In ieder geval beter dan haar oudere verstandelijk gehandicapte zus en haar van huis weggelopen vader, die beiden regelmatig grenzeloos gedrag vertonen. ‘Hoe meer plek zij innemen, hoe minder ik inneem’, aldus Honey. ‘Het is ongelooflijk hoe klein ik dan kan worden.’

Geenszins rebels

Honeys authentieke vertelstem valt direct op. Vanaf de openingszinnen weet je, hier is een levensecht meisje aan het woord. Zo’n meisje waarbij je vergeet dat ze eigenlijk fictief is. Zoals Kiek uit Marjolijn Hofs Een kleine kans of Guus Kuijers Polleke, van wie Honey zomaar een achternichtje zou kunnen zijn. Haar opmerkingsgave is net zo scherp, haar toon oprecht, en ze heeft eenzelfde soort droge humor. Zelfs haar met Vikingmotieven getatoeëerde, klaplopende vader lijkt wel wat op Pollekes verslaafde vader. (Polleke zou hem ongetwijfeld als het type ‘IP’, ‘Ingewikkelde Pa’, classificeren). Maar daar houden de overeenkomsten op: Honey is geenszins rebels.

Leeook: ‘Kinderen zijn vol duistere gedachten’. Interview over ‘Een kleine kans’ van Marjolijn Hof

Niet dat haar inschikkelijkheid in een voortkabbelend plot resulteert. Het feit dat Honey geen nee kan zeggen is juist de verrassende motor van de gebeurtenissen die een tragikomische film niet zouden misstaan. Zo belandt Honey, wanneer ze haar vergeten passer op school ophaalt, onbedoeld in een Chinese taalcursus omdat ze de docente niet durft te zeggen dat ze niet de veronderstelde ontbrekende cursiste is. Op een vergelijkbare toevallige manier komt het meisje in een hospice bij de terminaal zieke Marcel terecht, die tevergeefs op zijn kleindochter ligt te wachten.

Marcel als ‘De Schreeuw’

Dat klinkt allemaal nogal bizar. Maar de gesprekken van Honey met de oude man, verlopen zodanig luchtig en natuurlijk, dat je moeiteloos meegaat in de vriendschap die ontstaat. De knappe, onnadrukkelijke manier waarop Neerlin je deelgenoot maakt van Honeys en Marcels eenzaamheid, zonder in tranentrekkerij te vervallen, draagt daartoe beslist ook bij. Zoals de schrijnende scène waarin Marcels aanblik Honey aan Edvards Munchs ‘De Schreeuw’ doet denken, zonder dat ze precies kan benoemen waarom.

Daarnaast heeft Neerlin op een effectieve manier alle verhaallijnen met elkaar verweven. Honeys Chinese les speelt bijvoorbeeld voortdurend een cruciale rol. Vooral de zegswijze ‘Paard, paard, tijger, tijger’ die ze daar heeft opgepikt en zoiets betekent als dat het niet helemaal goed gaat, maar erger had gekund. De uitdrukking weerspiegelt prachtig Honey’s gelaten levenshouding. Wanneer Marcel haar daar op aanspreekt, begint Honey te denken: over de dood, maar meer nog over het leven, haar leven. Zo ontstaat een bijzonder ontroerend, maar licht portret van een onvergetelijk meisje, dat met vallen en opstaan voor zichzelf leert opkomen.

    • Mirjam Noorduijn