De ouderwetse junk met spuit is vrijwel verdwenen

40 jaar verslaafdenhulp

Ze bedachten de spuitenruil en vochten voor de emancipatie van de druggebruiker, maar veertig jaar na de oprichting merkt de belangenvereniging voor druggebruikers MDHG dat ook andere groepen de ‘Junkiebond’ vinden. „We zitten in een spagaat.”

Heroïneverslaafden worden gefouilleerd op de Zeedijk in 1984. Regelmatig werden hier groepjes verslaafden verdreven. Foto ANP

‘Je bedoelt bij Peter?” Vraag een verslaafde op straat naar de MDHG en het gaat al snel over de man die al 23 jaar portier is van de Junkiebond. Het is dan ook een hele mond vol: Belangenvereniging Druggebruikers MDHG, in 1977 opgericht als Medisch-sociale Dienst Heroïne Gebruikers.

Bij Peter klinkt dan toch wat knusser.

Het pand aan het Jonas Daniël Meijerplein vormt een rustpunt voor wie op straat leeft. Een paar bezoekers drinken een bakje koffie, of rollen met de shagbuil op tafel een sigaret. In een kamer die op de rookruimte uitkijkt, staan een paar computers waar een bezoeker even iets op internet zoekt. Op een tafel ligt het lijfblad van de bond. Vanaf de cover van Spuit11 lacht Peter de lezer toe.

Wie daar behoefte aan heeft, kan hier met een van de medewerkers van de MDHG praten. Even de gedachten ordenen, zoals directeur Dennis Lahey het zegt: „Niet iedereen heeft zijn verhaal helemaal helder. Ik weet nog wel dat iemand hier kwam die allemaal nummerplaten uit zijn hoofd opdreunde.”

Vaak is het even bijkomen van het leven buiten. „Het liefst zouden sommigen hier een permanente opvang willen hebben”, aldus Lahey. Dat is alleen niet de taak van de vereniging. De MDHG houdt zich – in naam – immers vooral bezig met de belangenbehartiging van druggebruikers. Dat zijn de heroïnegebruikers, maar ook crackrokers en mensen die aan het vervangende methadon zitten.

Gespoten wordt er nog amper, de voorkeur is verschoven naar het ‘chinezen’: het roken van heroïne. Lahey schat het aantal heroïnegebruikers in de marge tegenwoordig op tweehonderd. Ze halen het spul een paar honderd meter verderop, bij de Medische Suppletie Unit van de GGD en leiden tegenwoordig een regelmatig leven, waarbij ze ook steeds ouder worden. Een gebruiker wordt tegenwoordig vijftig. „Het kost wat, maar het is een fractie van de maatschappelijke kosten die je anders zou hebben, zoals politie-inzet en ingetikte ruitjes.”

Shotten in een portiek

Hoe anders was het toen de bond veertig jaar geleden begon. Als straathoekwerker ziet oprichter August de Loor begin jaren zeventig de stormachtige opkomst van heroïne in de Amsterdamse binnenstad. „Ik dacht: Jezus, wat is hier aan de hand! Ze zitten gewoon in een portiek te shotten. In hun enkels, omdat er geen plek meer in hun armen was. Dat was nog nooit eerder gezien.” De Zeedijk werd een no-go, maar ook de Nieuwmarkt en de Spuistraat. Het Vondelpark was een populaire plek om de roes uit te slapen.

Aanvankelijk zijn het de hippies, die gedesillusioneerd door het uitblijven van de love and peace aan de naald gaan. Maar ook een nieuwe groep blijkt vatbaar. Na de onafhankelijkheid van Suriname komen grote groepen jongeren naar Nederland voor een nieuw bestaan. Het onthaal blijkt echter kil, en zonder perspectief en familie lonkt de heroïne.

De overheid reageert met harde hand op de heroïne-epidemie. Drugs zijn verboden, dus wie gebruikt, moet óf de bak in, óf verplicht afkicken. „Gebruikers uit de stad werden op een totaal andere plek gedropt om af te kicken. Ja, dan ontgift je wel, maar de oorzaken van de verslaving blijven bestaan. En dan val je terug.”

‘De derde weg’

In 1975 leest De Loor een krantenadvertentie van Johan Riemens (1918-2004), een bewoner van de binnenstad die een initiatief wil opzetten voor heroïnegebruikers. De twee blijken bij de eerste ontmoeting direct zielsverwanten. „We hebben elkaar gelijk omarmd. Ik was de straathoekwerker die maar wat deed, hij gaf de theoretische onderbouwing.”

Centraal in Riemens’ denken staat „de derde weg”: probeer iemand zo lang mogelijk in zijn eigen buurt te houden en die ook bij het proces te betrekken. Een verslaafde zonder familie of vrienden zal namelijk nóg harder ja zeggen tegen de naald. „De problematiek was complexer en heviger dan alleen maar verslaafden opsluiten en elders laten afkicken. Dat maakte de samenleving ook lui.” Laat het aan de Jellinek en de politie over, leek het, en zet het probleem ergens anders neer.

Het was ook een kwestie van emancipatie, stelt De Loor. Ouderen en invaliden werden steeds meer in de samenleving gehuisvest, in plaats van op een aparte plek. „Toen Mies Bouwman Het Dorp opende voor invaliden, was het alweer achterhaald. Je moest juist weer de buurt in!” Datzelfde gold ook voor druggebruikers. Als de MDHG in 1977 officieel wordt opgericht, hebben ook zij een stem.

Ervaringsdeskundige Dora (links) met directeur Dennis Lahey in de rookruimte van het pand van de MDHG aan het Jonas Daniël Meijerplein. Op de achtergrond portier Peter.

Foto Bram Budel

Spuitenruil

Praten, achterhalen wat er speelt in de wijken, dat wordt het belangrijkste wapen van de bond. „Johan zei altijd: waar de slang is, daar is ook het tegengif.”

Zo is het vaste ‘rondje stad’ op donderdagavond bij Riemens thuis aan de Binnenkant in die beginperiode altijd een afgeladen bedoening. Gebruikers en buurtbewoners wisselen er ervaringen uit, op voorwaarde dat het constructief blijft; De Loor laat niemand uitpraten die met een zielig verhaal komt. Het blijkt een goudmijn van informatie, rechtstreeks van de straat.

„Een keer klaagde een buurtbewoner of gebruikers die naalden niet ergens anders konden laten dan in de zandbak. Waarna een gebruiker riep dat dan maar de heroïne vrijgegeven moest worden. Maar wij gingen als MDHG wel meteen nadenken over de gebruikte spuiten. Waar laat je die dingen?”

Als proefballonnetje ging een vrijwilliger bij Henny Rasker, een apotheker op de Geldersekade, spuiten ruilen: een gebruikte naald voor een nieuwe. Dan hoefden verslaafden ook geen naalden te delen, wat de verspreiding van geelzucht en later aids tegenging. Het spuitenruilspreekuur bij Rasker bleek een enorm succes. Althans, voor de gebruikers – de reguliere klanten van de apotheek bleven wegens die nieuwe toeloop thuis. „Dus dat werd overgeheveld naar de MDHG.” Tienduizenden vieze naalden zijn zo ingeleverd voor schone. Onomstreden was het project niet, aangezien werd gevreesd voor een aanzuigende werking als schone naalden zo makkelijk beschikbaar waren. De Loor: „Maar als jij ondanks de aids blijft doorspuiten en naalden deelt, moet er iets gedaan worden.”

Meer ideeën zijn zo gelanceerd. Neem de beschikbaarheid van narcan, een middel dat bij een overdosis direct toegediend moet worden. Tijdens zo’n rondje stad bleek dat ambulancebroeders het spul niet op de wagen hadden. „Gebruikers hoorden ze op de Spoedeisende Hulp mopperen: ‘Godverdomme, kunnen we niet gelijk een spuit in de reet van die junk douwen?’ De kans dat iemand overlijdt door een overdosis neemt zo met 90 procent af. Na twaalf jaar knokken kwam het op de ambulances.”

En de medicinale verstrekking van heroïne? De MDHG pleitte daar al in de jaren zeventig voor. Pas in 2005 werd het in Amsterdam en Rotterdam uitgevoerd, en sinds 2009 in heel Nederland.

Vriendenopvang

Foto Bram Budel

De gedachte dat de oplossingen in de samenleving liggen, is binnen de MDHG nog steeds springlevend. Lahey noemt de vriendenopvang – een eenvoudig idee met verstrekkende gevolgen. „Als je dakloos wordt, vraag je een daklozenuitkering aan, maar daar moet je voor gecontroleerd worden. Dan geef je aan dat je in het Vondelpark slaapt, bij struik nummer tien. Letterlijk.” Alleen: wie net dakloos is geworden, heeft vaak nog vrienden die een bank en een slaapzak hebben. Een prima tijdelijke opvang, maar als die vriend een uitkering heeft, leidt het opgeven van datzelfde adres voor een daklozenuitkering tot een korting op zijn uitkering, of de huurtoeslag. „Dus dan krijg je dat iemand die gewoon bij een vriend kan slapen, alsnog in de opvang gaat.”

In overleg met de afdeling Werk, Participatie en Inkomen van de gemeente werd een uitzondering voor dergelijke gevallen bedongen. Bijkomend voordeel: de uitzondering leidt tot minder druk op de toch al volle opvang.

Voor en door hbo-plus

Het is een maatschappelijke oplossing die de klassieke gedachte van de MDHG uitdraagt, maar die ook symbolisch is voor een meer recente ontwikkeling: de MDHG is steeds meer bezig met dak- en thuislozen, en minder met heroïnegebruikers. Lahey: „De mensen op de Zeedijk-scene waren óók dak- en thuisloos, maar er was tevens sprake van heroïnegebruik. Toen was dat duidelijk zichtbaar als doelgroep. Het is nu diffuser.”

Nieuwe heroïnegebruikers zijn er nauwelijks. De drug heeft een zeer negatief imago gekregen; de naald is synoniem komen te staan voor aids en schrikt potentiële gebruikers af. Wat overblijft is een kleine harde kern, die door de verstrekking van medicinale heroïne of door uitgifte bij de methadonbus een menswaardig bestaan kan leiden.

De MDHG blijkt nu steeds meer een gidsrol te vervullen voor mensen die net op straat komen en met het complexe systeem van hulpverlening te maken krijgen. Lahey: „Ze kunnen niet goed meedraaien in een maatschappij die is gemaakt vóór hbo-plus, dóór hbo-plus. Ze komen tussen wal en schip; zie ons maar als het gebied daartussen.” En ze zijn welkom, ondanks die naam: „We gaan echt geen drugstesten uitvoeren om te zien of iemand in aanmerking komt.” Ofwel: ook niet-verslaafden worden door hen gewoon geholpen.

Welke kant het nu op moet voor een Junkiebond die eigenlijk voor veel meer mensen is, moet nog blijken. „Onze bezoekcijfers zijn in zeven jaar tijd verdubbeld”, zegt Lahey, „en de bezoekers vertellen ons wat er gebeurt op straat. Als je dan gaat definiëren dat de MDHG voor specifieke groepen is, kun je veel dingen niet signaleren.” En dat is nu juist de kracht van de bond; dat gebied tussen wal en schip in de gaten houden, juist doordat iedereen gewoon kan aanbellen.

Voor De Loor is die functie zelfs „essentieel om de drugsmarkten in de gaten te houden”. Liefst zou hij een aparte denktank zien waarbij vanuit verschillende organisaties die informatie wordt samengebracht – en dat dan graag ónafhankelijk van instellingen die door de overheid worden gefinancierd. „Anders krijg je wat er bij het WODC is gebeurd, waarbij de uitkomsten van onderzoek naar drugs door het ministerie zijn verdraaid.”

Een organisatie die opkomt voor de meest kwetsbaren blijft daarnaast ook nog steeds nodig, zegt De Loor. „Ik heb diep respect voor wat de MDHG tegenwoordig doet.”

Alleen: die naam. Die H van Heroïne. „De drugs werken stigmatiserend. Dat moet eruit.” Of dat gaat gebeuren, dat is uiteindelijk aan de leden – de straat beslist.

Lahey: „Toen August en Johan 40 jaar geleden begonnen, zat er een principe achter: dit is de groep die door iedereen uitgekotst wordt, en zij gaven er een stem aan. Dat vind ik hier nog steeds terug. De mensen die hier komen, zien wij als mens.”

Correctie (25 december 2017): In een eerdere versie van dit stuk werd gesproken van de Schuimstraat. Dat moest de Spuistraat zijn. Hierboven is dat aangepast.

    • Philippus Zandstra