Recensie

Burger, u zoekt het zelf maar uit

Liberalisme De Britse journalist Edward Luce beschrijft overtuigend hoe de globalisering westerlingen van hun vooruitgangsgeloof heeft beroofd.

Provisorische tenten van daklozen in Los Angeles Foto: Frederic J. Brown/AFP

In de maanden voordat Donald Trump werd gekozen tot president, was er één journalist die misschien niet exact voorspelde dat het zou gebeuren, maar zijn lezers er wel doorlopend voor waarschuwde: Edward Luce, correspondent van de Financial Times. Zijn columns gingen in die periode allemaal over de erosie van de middenklasse, de hubris en zelfgenoegzaamheid van de liberale elite en de stijgende sociale kosten in een maatschappij die alles privatiseert.

De columns van Luce gingen over Amerika. Maar ze illustreerden óók een diepe politieke onderstroom in de hele westerse wereld: de clash tussen de globalisering en de democratie. Over die onderstroom heeft Luce (Sussex, 1968) nu een boek geschreven: The Retreat of Western Liberalism.

Dit is geen vrolijk boek, al suggereert het woord ‘retreat’ dat westers liberalisme nog een comeback kan maken. In vier bondige hoofdstukken beschrijft Luce waarom de globalisering veel westerlingen sinds de jaren tachtig steeds meer van hun vooruitgangsgeloof heeft beroofd.

Voor Luce (1968) ligt het keerpunt in de jaren zestig. Linkse partijen in de westerse wereld, die tot dan toe solidariteit met zwakkeren als prioriteit hadden, stortten zich toen op individuele ontplooiing en de emancipatie van vrouwen, homo’s en minderheden. In veel landen leidde dat tot heftige een interne richtingenstrijd bij links. ‘Maar,’ schrijft Luce, ‘de hippies wonnen.’ De mannelijke arbeidersklasse voelde zich daarna steeds minder politiek vertegenwoordigd; velen liepen over naar conservatieven. Dit waren de kiezers die in de jaren zeventig Thatcher en Reagan aan de macht hielpen. Vorig jaar stemden ze voor Trump en voor Brexit. Zij vormen de ruggengraat van partijen als UKIP (UK Independence Party) en het Front National.

Garanties slinken

Luce heeft een scherp analytisch oog en een vlotte pen. In één alinea schetst hij de westerse malaise als volgt: ‘Sinds de jaren zeventig hebben linkse en rechtse regeringen risico’s geprivatiseerd. Langzaam keren landen, sommigen wat meer, anderen wat minder – vooral de VS en het Verenigd Koninkrijk – terug naar de dagen van vóór de sociale zekerheid. Wat ooit gedekt werd door regering en werkgevers ligt nu op de schouders van het individu. Als mensen vroeger in de problemen kwamen, wisten ze dat er potjes beschikbaar waren. Die garanties slinken nu steeds meer. De staat trekt zich terug terwijl het karakter van werk op een revolutionaire manier verandert. Veel werk wordt uitbesteed en is tijdelijk. […] Bijna zestig procent van de Amerikaanse beroepsbevolking wordt per uur betaald en heeft geen vast jaarinkomen meer. Het gemiddelde uurloon is 15,61 dollar. Mensen maken ook geen dingen meer, maar bedienen anderen.’

Wat hier in het geding is, naast financiële of culturele zekerheid, is waardigheid: toestemming aan je baas vragen als je naar de wc wilt; overwerk dat nauwelijks wordt vergoed; twee banen hebben maar geen dokter kunnen betalen. In plaats van op Trump schelden moet de liberale elite hieraan werken, schrijft Luce. Hij bepleit een basisinkomen voor iedereen (onder voorwaarden), maar constateert dat financiële compensatie onvoldoende is. ‘De maatschappij is geen balance sheet. Mensen kijken met een morele bril op naar de wereld. Ze hebben verhalen.’ Zoals: waarom zijn banken niet gestraft voor de financiële crisis, terwijl burgers die hun vaste lasten niet meer kunnen betalen uit hun huis zijn gezet?

Ku Klux-Kardashian

Een democratie waarin mensen elkaar verachten loopt tegen de muur, waarschuwt Luce. Veel westerse landen gaan richting ‘populisme of plutocratie’. Trump ontpopt zich ‘tot een soort Ku Klux-Kardashian, die keihard pugilisme paart aan de beste postmoderne vaudeville. Alsof de Franse Bourbons terug zijn, ditmaal als 21ste-eeuwse neoliberalen.’ Zij verrijken zichzelf, hebben lak aan instituties en hitsen burgers op tegen immigranten en de liberale ‘elite’ – de ‘linkse leraren’ van Baudet, die er ook al twintig jaar lang op achteruitgaan. Veel burgers, opgejuind en bang gemaakt, stemmen intussen op partijen die het gemeenschappelijke belang – hún belang – geenszins vertegenwoordigen. Aristoteles zei eens dat rijken een groter gevaar zijn voor de samenleving dan armen: ‘Geen tiran heeft ooit een stad veroverd omdat hij arm was en honger had.’

Als Luce iemand vreest, is het niet Trump, maar degene die na hem komt. Wat als er straks geen chaotische, incompetente man in het Witte Huis zit maar een bekwame, sophisticated witte nationalist? ‘Iemand zei eens dat het verschil tussen erotica en pornografie ’m in de belichting zit. Dezelfde mistige scheidslijn zit er tussen illiberale democratie en autocratie. Tegen de tijd dat het zover is, leren we het verschil wel.’