opinie

Buitenaards leven

Breng me naar uw leider

Er werd wat lacherig over gedaan, het nieuws dat het Amerikaanse ministerie van Defensie tussen 2008 en 2011 een bedrag van 22 miljoen dollar (18,6 miljoen euro) per jaar heeft besteed aan het onderzoeken van onbekende vliegende objecten (ufo’s) en mogelijk buitenaards leven. Zeker toen ook nog bekend werd dat de politicus achter dit project Harry Reid is, de Democratische senator uit de staat Nevada. Daar bevindt zich de zogenoemde Area 51, een afgesloten gebied dat sinds jaar en dag voedsel geeft aan speculaties over een neergestorte en heimelijk verborgen gehouden ufo. De aangrenzende winkeltjes langs de passerende snelweg puilen uit van de parafernalia.

Een theoretische rekensom over de kans op buitenaardse intelligentie is vrijwel onoplosbaar. Een gemiddeld sterrenstel bevat tientallen of honderden miljarden sterren, en er zijn voor zover te observeren ook honderden miljarden sterrenstelsels in het universum. Onderzoek naar ‘exoplaneten’ wijst steeds duidelijk uit dat het voorkomen van planeten rond andere sterren dan onze zon een vrij gangbaar verschijnsel is. De ruimtetelescoop Kepler bracht er al duizenden aan het licht na zich te hebben geconcentreerd op een miniem stukje van het heelal. Opvolgers zullen beter in staat zijn de samenstelling van deze objecten te meten.

Tegenover dit overweldigend grote aantal mogelijke thuishavens voor leven staan echter ook andere, even overweldigende getallen die juist bijzonder ontmoedigend zijn. De kans op het ontstaan van leven is volgens veel biologen misschien wel uiterst klein. Vervolgens moet dat leven dan ook nog intelligent genoeg zijn om zich aan ons kenbaar te maken, laat staan te bezoeken. Daar zullen enorme afstanden voor moeten zijn afgelegd, of in een (ver) verleden signalen afgegeven. Dat laatste wijst op nóg een probleem: dat het leven elders zich, in al die miljarden jaren dat het universum bestaat, ook nog op het juiste tijdstip aan het onze zal moeten voordoen of hebben voorgedaan.

Senator Reid zei in een reactie op het nieuws zich nergens voor te schamen. En hij heeft gelijk. Daar zijn aardse argumenten voor. Piloten schijnen met regelmaat verschijnselen tegen te komen die niet direct verklaarbaar zijn. Het is niet meer dan logisch dat die worden onderzocht, omdat andere militaire mogendheden technologieën kunnen hebben ontwikkeld die Amerika en zijn westerse partners, onbekend zijn. Aangenomen wordt dan ook dat, na het officieel sluiten van het program in 2011, het onderzoek gewoon routinematig doorgaat.

En dan is er nog die kans, die ultrakleine kans, dat er tóch iets is. Sinds eind jaren vijftig wordt er met radiotelescopen ‘geluisterd’ naar signalen die op buitenaardse intelligentie kunnen duiden. Zonder bekend succes, overigens. Maar wat is erop tegen er relatief geringe bedragen aan te besteden – zeker als het hier hoofdzakelijk particulier geld betreft?

Voor sommigen zal het idee dat we alleen zijn in het universum geruststellend zijn, voor anderen onverdraaglijk. Maar tot de verbeelding spreekt het allemaal wel: The Last Jedi, de nieuwste film uit de Star Wars-reeks, bracht in het eerste weekend na zijn première vorige week ruim 450 miljoen dollar op. Het universum is springlevend, al was het maar in de verbeelding van het publiek.