Poldervonnis dat gemoederen over dood Henriquez tot bedaren brengt

De rechtbank in Den Haag houdt de twee vervolgde agenten verantwoordelijk voor de dood van Mitch Henriquez, maar daarvoor hoeven ze niet de cel in.

De moeder (R) van Mitch Henriquez bij het verlaten van de rechtbank na de uitspraak in de strafzaak tegen de agenten die betrokken waren bij de dood van Henriquez. Robin van Lonkhuijsen

Opluchting en teleurstelling – bij beide betrokken partijen in de rechtszaak rond de dood van Mitch Henriquez.

De Haagse rechtbank, die donderdag het finale oordeel in de zaak geeft, vindt dat de twee vervolgde agenten schuldig zijn aan mishandeling met de dood tot gevolg. Die duidelijke constatering lucht de nabestaanden van de Arubaan, die op 27 juni 2015 overleed na zijn arrestatie in Den Haag, zichtbaar op.

Het tweede deel van het vonnis zal de beide agenten opluchten. De rechtbank houdt hen weliswaar verantwoordelijk Henriquez’ dood, maar daarvoor hoeven ze niet de cel in. De twee, wegens bedreigingen aan hun adres aangeduid met de namen DH01 en DH02, krijgen zes maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 1 jaar.

Met die straf hebben de nabestaanden moeite, laten ze kort na de uitspraak weten. „Het is een goede beslissing dat de agenten verantwoordelijk worden gehouden voor hun handelen”, verwoordt advocaat Richard Korver het gevoel van de nabestaanden die hij heeft bijgestaan. „Maar dat een dergelijk zwaar incident wordt afgedaan met een voorwaardelijke straf, vinden we niet terecht.” Teleurstelling dus over de strafmaat.

Verrassing

De grootste verrassing is waarschijnlijk dat de rechtbank het niet nodig heeft gevonden de doodsoorzaak van Henriquez vast te stellen. De deskundigen zijn het niet met elkaar eens, heeft de rechter vastgesteld. Dat na de behandeling van de zaak, twee weken geleden, in radioprogramma Argos kritiek is geuit op de conclusies van sommige deskundigen, doet daar niets aan af. Andere experts bestreden daarin dat Henriquez is gestorven aan de gevolgen van een acuut stresssysdroom, wat ter zitting juist was aangevoerd. Extra onderzoek zal dat meningsverschil niet oplossen.

Dat de rechtbank de doodsoorzaak negeert, leidt hier en daar tot verbazing. De vaststelling dat de bij Henriquez aangelegde nekklem de enige vast te stellen doodsoorzaak is, heeft juridische consequenties. Nu de doodsoorzaak onduidelijk blijft, kan alleen maar worden gesproken van mishandeling met de dood tot gevolg, en niet van doodslag. En dat is een zwaarder vergrijp, waar een hogere straf op staat.

In een gevoelige zaak als deze had de rechtbank die cruciale vraag nader kunnen onderzoeken. Dat vindt de Haagse rechtbank niet nodig. Het past bij de kloeke conclusies die de rechters in deze complexe zaak hebben getrokken. Ze stellen onomwonden dat sprake is geweest van een terechte arrestatie van een man die zich daartegen onterecht heeft verzet. Dat verzet was zo stevig dat het gebruik van geweld noodzakelijk was. Ook daarover geen misverstand.

Ook stelt de rechtbank vast dat een nekklem is gebruikt, wat gezien de omstandigheden „niet disproportioneel” was. Bovendien, aldus de rechtbank, is dit geweld gebruikt door agenten van wie wordt verwacht dat ze ingrijpen en de situatie oplossen. Weglopen is voor hen geen optie.

Kans op ernstig letsel

Door die nekklem heel lang vol te houden. is wel het risico genomen dat Henriquez ernstig letsel zou oplopen. Dat wist agent DH01, de agent die de klem aanlegde. Omdat zijn collega DH02 Henriquez tegelijkertijd sloeg en pepperspray in zijn ogen smeerde, houdt de rechtbank ook hem verantwoordelijk voor de gevolgen van die nekklem. De agenten zijn zich bewust geweest van de mogelijke gevolgen, en daarom houden de rechters hen ook verantwoordelijk voor de dood van Henriquez. In juridische termen: mishandeling met de dood tot gevolg.

En dat is strafbaar, ook voor agenten die in functie zijn en gezien de omstandigheden geweld mogen gebruiken – ook al hoeven de agenten niet de cel in. Advocaat Gerard Roethof spreekt dan ook, namens de nabestaanden, van „een poldervonnis”. Misschien was het daarom wel zo stil tijdens het voorlezen van het vonnis.

Na de dood van Henriquez en tijdens de behandeling van de zaak liepen de emoties hoog op. De rechtbank zelf vatte de spanning samen in een kraakhelder voorgedragen vonnis: „De maatschappij mag van de politie verwachten dat zij zal optreden als dat nodig is en mag daarbij geweld gebruiken. Maar aan het gebruik van geweld zijn wel grenzen verbonden.”

    • Jan Meeus