Foto Frank Ruiter

Theo Hiddema: ‘Nu zit ik daar met die Baudet’

Tweede Kamerlid

Ook tot zijn eigen verbazing heeft Theo Hiddema lol in zijn nieuwe baan: „Een beetje treiteren haalt het beste uit je opponenten.”

Decennialang speelde Theo Hiddema zijn vaste personage: de dandyeske en reactionaire strafadvocaat. Nooit te beroerd om te lekken uit een spraakmakend rechtbankdossier of een citaat te leveren over zijn sympathie voor Pim Fortuyn en Geert Wilders. Maar sinds maart treedt Hiddema op in de Tweede Kamer, voor de nieuwe partij Forum voor Democratie. Een rol waar hij door voorman Thierry Baudet op het allerlaatste moment voor gecast werd, maar op geen enkele manier op was voorbereid.

Hij voelt zich een soort Alice in Wonderland. „Pardoes vind ik mijzelf terug als Tweede Kamerlid”, zegt hij daar tijdens een eerste ontmoeting in het voorjaar over. „Het is een omwenteling van jewelste.”

Met zijn komst naar Den Haag begon meteen de speculatie over zijn vertrek. Hiddema (73) zou niet geschikt zijn voor het politieke vak en te veel een einzelgänger zijn om zich te conformeren aan fractiediscipline – hoe klein die fractie ook is. Geen gekke aannames, zegt Hiddema zelf. „Het was een groot risico, want ik heb nog nooit in een groep gefunctioneerd.” Niet sinds de Friese kostschool waar zijn autoritaire vader hem als kind naartoe stuurde.

„Nu zit ik daar met die Baudet. Dat had in mijn geval op de geringste details helemaal mis kunnen lopen. Ik kan me gaan ergeren aan een slechte adem of een pukkel in zijn nek die maar groter wordt. Het is een klein wonder dat dat niet gebeurt. Ik heb met Baudet iets wat ik nog nooit met iemand heb gehad: ik vind hem aandoenlijk, met zijn ongebreidelde enthousiasme, slimheid en gedrevenheid. Hij is in zijn milieutje een soort master of the universe.”

Lees ook het interview met Thierry Baudet: ‘Premier worden interesseert me totaal niet, maar het moet’

Bovendien, zegt Hiddema, heeft hij veel plezier in de politiek en voelt hij zich aan de 45.000 mensen die op hem stemden verplicht in de Kamer te blijven.

Tijdens zijn eerste optreden voelde hij „groot ontzag voor het hoogste podium dat je als redenaar kunt bereiken”. Maar het Kamerwerk zelf kan hem niet boeien. Hij neemt ongeveer eens per maand deel aan een plenair debat. Regelmatig loopt hij naar buiten om een mentholsigaretje te roken. Zijn afwezigheid „kan het landsbelang wel hebben”, constateerde hij op het congres van zijn partij.

De beuk erin

Algemene overleggen (AO’s), zoals de overgrote meerderheid van de debatten in kleinere zaaltjes heten, slaat hij over. „Ik ben een keer bij een AO naar binnen geweest. Daar belandde ik in procedurele rimram en een gemiezemuis met de minister waar de wereld echt niet van zal opkijken. Het is een aanslag op mijn humeur. Je moet ook je arbeidsvreugde bewaken.”

Liever manifesteert hij zich bij FvD-bijeenkomsten in het land. Of in filmpjes die door de partij worden verspreid op sociale media. „Buiten de deur de beuk erin is 80 procent van mijn werk. Ik blijk mensen te kunnen begeesteren.”

Foto Frank Ruiter

Hiddema en Baudet zijn ervan overtuigd dat de groei van hun partij buiten Den Haag moet gebeuren. „Wij gaan hier met twee zetels niet meer klaarspelen dan zorgen dat we in beeld zijn, zodat we bij de volgende verkiezingen vijftien zetels halen.” Voor dat theater is de acteur Hiddema uiterst geschikt. „Maar wanneer we die zetels hebben, kunnen we niet meer alleen de boel oppoken. Dan zullen we ook worden afgerekend op prestaties in de Tweede Kamer.”

Negen maanden na zijn Haagse entree oogt Hiddema nog steeds verdwaald in het parlement. Hij loopt net een beetje langzamer en praat net een beetje archaïscher dan andere Kamerleden. Op zijn houten bureau staat geen computer, maar een volle asbak. Aan de muur hangt een portret van zijn partijleider, een Rembrandt-replica met het gezicht van Baudet, dat op hem neerkijkt. „Met dwingende blik.”

Zijn voicemail zegt nog steeds „Hiddema, advocaat” en hij is naast zijn baan als Kamerlid blijven pleiten. „In de rechtszaal kunnen je argumenten echt de doorslag geven. Daar gaat het voor het individu over leven en dood, vrij of zitten.”

De manier waarop hij in de Kamer kwam is volgens de ongelovige Hiddema „voorzienigheid” geweest. Na te hebben gestemd op „modieuze kinderfranje” van de PSP en D66 was hij voor Fortuyn gevallen. De laatste jaren stemde hij op Wilders. „Drie of vier jaar geleden ben ik eens bij hem op de koffie geweest in die afgezonderde, naargeestige bezemkast waar hij wordt bewaakt. Toen heb ik hem gezegd dat ik nooit de politiek in zou gaan.”

Maar daarna overkwamen hem twee dingen. Hiddema ontmoette Thierry Baudet, die vlak bij zijn Amsterdamse kantoor de denktank FvD opzette. En zijn vrouw Gerrie overleed in april 2016.

Als hij over haar praat, wordt Hiddema emotioneel. „Zij had zoveel allure, maakte me zo trots, dat ik toen zij wegviel niet meer wist wat ik met mijzelf aan moest. In die periode begon Thierry mij te besnuffelen. De allerlaatste dag [van kandidaatstelling voor de verkiezingen, red.] ben ik erin gesprongen.”

Een bijna religieus moment

Baudet zocht hem eind december op om er nog één keer op aan te dringen dat Hiddema zijn nummer twee op de lijst zou worden. Op het moment dat Baudet voor de deur stond, belde de zus van Hiddema’s overleden vrouw én klonk op de radio een Duits lied waarvan Hiddema de tekst op haar rouwkaart had gebruikt. „Het was een bijna religieus moment.”

Waar Baudet volgens Hiddema de komst naar Den Haag ziet als „de climax voor zijn grote idealen”, ziet hij zelf meer een mooie plek om af en toe „een steen in de vijver” te gooien. Door in een plenair debat „neger” te zeggen, of te pleiten voor „rassenvermenging tussen de lakens”. Dat creëert dan precies de ophef die Forum voor Democratie wil. „Provocatie is onderdeel van mijn stijl. Een beetje treiteren haalt het beste uit je opponenten.” En dat kan in de Kamer en vooral bij mediaoptredens uitstekend. „Ik wil niet zeggen dat politiek therapie is, maar dit heeft me wel enige verlichting gebracht.”