Met zijn sensatiebrein kan puber juist goed leren

Hersenwetenschap

Verhoogde breinactiviteit in het striatum werd bij pubers altijd in verband gebracht met risicogedrag. Maar er zijn ook positieve kanten.

Lerende puber. Foto iStock

Het puberbrein is misschien wild en impulsief, maar dat maakt het ook juist goed in leren. Dat concluderen onderzoekers Sabine Peters en Eveline Crone van de Universiteit Leiden in een dinsdag verschenen artikel in het bladNature Communications. De onderzoekers ontdekten op hersenscans (fMRI) van jongeren tussen de 8 en 29 jaar dat activiteit in het striatum, een diep gelegen hersengebied, betrokken is bij het leren.

Het was al bekend dat het striatum, het beloningscentrum van het brein, actiever is bij adolescenten tijdens het ontvangen van geldbeloningen. Dat werd vaak in negatief daglicht gesteld: het zou pubers gevoeliger maken voor verslaving en sensatiezoekend gedrag. Maar het helpt hen ook nieuwe dingen beter te onthouden zeggen Peters en Crone nu.

„Het wordt tijd dat we ook de positieve kanten van het puberbrein onderkennen”, zegt Peters in een telefonische toelichting. „Het striatum is ook het gebied dat het belang van prikkels uit de omgeving inschat. De extra activiteit in dit gebied bij adolescenten maakt het voor hen makkelijker te leren.”

De onderzoekers maakten meer dan 700 fMRI-scans van de hersenen van vrijwilligers die ondertussen een soort memory-spelletje van drie kaarten moesten uitvoeren. Zo konden de onderzoekers zien welke hersengebieden actief werden tijdens feedback op deze taak. De feedback geeft een reactie in het striatum. Dit hersengebied maakte bij jongeren tussen de 17 en 20 jaar oud het beste onderscheid tussen leerzame en niet-leerzame feedback .

In eerder onderzoek hadden de Leidse wetenschappers al laten zien dat de prestatie op het eenvoudige memorytestje voorspellend is voor de lees- en rekenprestaties van kinderen twee jaar later. En nu bleek dat een verhoogde activiteit in het striatum gepaard ging met verhoogde activiteit van de frontale schors.

Het is voor het eerst dat dezelfde proefpersonen (over een periode van vijf jaar) op verschillende tijdstippen zijn gemeten. Dat maakt de resultaten sterker. Wel kampte het onderzoek met een hoge uitval: meer dan tien procent kon niet voor een tweede of derde keer worden gemeten omdat de jongeren een beugel hadden gekregen. Daarmee mag je niet in een MRI.

Volgens Peters zouden scholen van de nieuwe kennis kunnen profiteren. „Dat is nog een beetje speculatie, maar de gevoeligheid voor beloningen zou je kunnen inzetten om kinderen effectiever te laten leren.”

    • Sander Voormolen