Foto Merlijn Doomernik

Ahmed Marcouch : ‘Ik heb Wilders van harte welkom geheten in Arnhem’

Burgemeester van Arnhem Ahmed Marcouch stond door het enorme zetelverlies van de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart onverwachts op straat. In september werd hij de nieuwe burgemeester van Arnhem.

Het kleine persvak in de raadszaal van het Arnhemse stadhuis zit bomvol. Buiten draaien de camera’s van de NOS, binnen opgewonden geroezemoes.

Het is 30 oktober en vanavond praat de gemeenteraad met het college van burgemeester en wethouders over de ‘verziekte bestuurscultuur’ in de hoofdstad van Gelderland. In een paar jaar tijd klapten hier twee coalities en stapten vier wethouders op.

Dieptepunt: Een onderzoeksrapport van hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen dit najaar dat gehakt maakt van de omgangsvormen. Beledigingen, „opgestoken middelvingers”, „Bokito-gedrag” en intimidatie zijn normaal. En de rol van de burgemeester werd „gemarginaliseerd”.

Van de in september aangetreden nieuwe burgemeester, voormalig PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch, wordt iets verwacht. Uit het rapport: „Er is nu een unieke mogelijkheid om de nieuwe burgemeester een betekenisvolle rol te geven en vooral ook te laten nemen in het bewaken van de politieke mores.”

Die nieuwe burgemeester pakt deze avond de handschoen op. Hij zit kaarsrecht op zijn stoel. Vertrekt geen spier.

Totdat raadsleden door elkaar gaan praten. Dan klinkt het streng: „Wilt u via de voorzitter spreken?” En als iemand te lang van stof is: „Wat is uw vraag?”

Hoe later op de avond, hoe vaker hij ingrijpt:

„Een interruptie moet kort zijn!”

„Niet op de persoon alstublieft, op de inhoud.”

„Korter, korter! To the point, alstublieft.”

Een politieagent, concludeert een van de raadsleden. „Dat hebben we hier nodig.”

„Dacht u niet: waar ben ik beland?”, vraag ik na afloop. Brede grijns. „Nee hoor, ik ben wel wat gewend.”

Ahmed Marcouch (48) komt van ver. Zijn leven klinkt als een sprookje – met een treurig begin.

Hij wordt geboren in 1969 in Beni Bouyafar, een Marokkaans dorpje aan de Middellandse Zee. Geen stromend water, geen elektriciteit. Een hard en armoedig bestaan, schrijft Marcouch in zijn boek Mijn Hollandse droom. Zijn moeder gaf hem de naam van een drie jaar eerder overleden broertje. Hij krijgt ook zijn papieren en blijft op papier dus altijd drie jaar ouder dan hij in werkelijkheid is.

Zijn moeder overlijdt als Ahmed bijna drie is. Het gezin heeft dan negen kinderen. Zijn vader, gastarbeider in Amsterdam, komt over, hertrouwt met een vrouw uit „een dorp verderop” en vertrekt weer naar Nederland.

Als Marcouch tien jaar is, komt hij met stiefmoeder en broertjes en zusjes ook naar Nederland. „Uit het stenen tijdperk zo de moderne wereld in.” Hij kan niet lezen en schrijven, maar is slim, leergierig en ambitieus. „Fred Emmer van het Achtuurjournaal was mijn voorbeeld. Zo wilde ik ook spreken.”

De jonge Marcouch werkt zich op van schoonmaker tot politieagent en stadsdeelvoorzitter van de Amsterdamse wijk Slotervaart. De afgelopen zeven jaar zat hij voor de PvdA in de Tweede Kamer.

Ik kom van buiten: het duurt even voor deze stad in mijn haarvaten zit

Ahmed Marcouch

Buiten wordt de laatste hand gelegd aan een verbouwing van het plein rond de Eusebiuskerk en het Arnhemse stadhuis. Binnen laat Marcouch de burgemeesterskamer zien in het monumentale Duivelshuis. Op het bureau een glas melk en een bos bloemen.

Hij opent de balkondeuren: „Hier gaan we staan als Vitesse kampioen wordt.”

Het is 30 november en zijn eerste honderd dagen als burgemeester zitten er bijna op. Kent hij de stad al een beetje? Natuurlijk niet, zegt Marcouch. „Ik heb de wijken gezien, maar de buurten nog niet allemaal. Ik kom van buiten: het duurt even voor deze stad in mijn haarvaten zit.”

De Arnhemmers lijken hem wel te kennen. „Als ik hier op straat loop, willen mensen met me op de foto. Ze heten me welkom.” Heel prettig, vindt hij. „Ik wil benaderbaar zijn. Het gezicht van de stad.”

Zijn benoeming bleef niet onopgemerkt. Geert Wilders zelf komt op 5 juli met een spandoek – ‘Geen Arnhemmistan! We raken ons land kwijt’ – naar het plein voor het Arnhemse stadhuis. Marcouch zou „meer geschikt zijn als burgemeester van Rabat dan van Arnhem”, twittert de PVV-voorman.

Vervelend? Ach, zegt Marcouch. „Je weet dat dit soort krachten loskomen. Dat hij een opvatting heeft over mij of andere mensen met een islamitische achtergrond, is bekend. Ik heb hem van harte welkom geheten in mijn stad. Ik ben trots om te leven in een land waar je in vrede kunt protesteren.”

De PVV doet dit voorjaar mee aan de gemeenteraadsverkiezingen in Arnhem. Stel dat ze hier de grootste worden?

„Ik hoop dat Arnhemmers straks massaal gaan stemmen, lós van op welke partij. Als de PVV hier de grootste wordt, zullen ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Ik wil een bestuur dat de stad centraal stelt. A priori heb ik geen opvatting over de partijen – ook niet over de PVV.”

Zelfs als die partij u niet als burgemeester accepteert?

Fijntjes: „Dat zal wel moeten als ze in de gemeenteraad zitten. Want ik bén burgemeester.”

Gespannen gezichten in wijkcentrum De Klup in Presikhaaf, een van de probleemwijken van Arnhem. Hoge werkloosheid, veel criminaliteit en armoede. Buurtwerkers, wijkagenten, vrijwilligers en bewoners wachten op de burgemeester die vandaag hun wijk bezoekt.

Marcel van Roosmalen schreef een column over Marcouch toen hij burgemeester werd: “Eerste gedachte: die kent de stad niet

En paar minuten te laat loopt hij ontspannen en handenschuddend het gebouw binnen. Spijkerbroek, jasje, pretogen. „Laten we er een lekker informeel gesprek van maken. Dat zou ik fijn vinden.” En als een van de genodigden aarzelt: „Zeg wat je te zeggen hebt. Voel je vrij om te praten!”

De bewoners vertellen over de overlast van voetballende jongens. „Het is strijden voor een stukje respect. Als ik er wat van zeg, gaan ze schelden in het Turks.”

Marcouch: „U scheldt niet terug in het Hollands?” Bevrijdend gelach.

De Turks-Nederlandse Taha (14) zit er namens de jongeren uit de wijk stilletjes bij.

Wat vindt hij van de problemen die over tafel gaan, vraagt Marcouch.

Stilte.

Nieuwe poging: „Wat zou je doen als je burgemeester was?”

Taha haalt zijn schouders op. „Gewoon. Niet meer zo brutaal doen tegen ouderen.”

Als wijkagent Richard Buyl aan de beurt is, krijgt hij een spervuur van vragen van de burgemeester.

„Wat zijn je grootste problemen?”

„Inbraken, drugsoverlast, hennepkwekerijen”, somt Buyl op.

Marcouch: „Weet je wie het zijn? Kom je binnen?”

Hans van Dulkenraad en Gerie Wolkenfelt, allebei bewoner en vrijwilliger in Presikhaaf, zien het wel zitten met Marcouch.

Hij laat z’n gezicht tenminste zien in de wijk, zegt Wolkenfelt. „Voordat hij officieel burgemeester werd, was hij al bij de Ome Joop’s Tour” – een wielertocht voor kinderen uit achterstandswijken.

Van Dulkenraad: „Van de zomer heeft-ie de hele stad al doorgefietst.”

Hanina Ajarai verloor dit jaar haar plek in het AD na haar column over MH17: ‘Ik had ook moeten zoeken naar een antwoord’

Een paar weken later. Marcouch heeft een optie genomen op een nog te bouwen huis in zijn nieuwe stad. In Klarendal; een wijk die de afgelopen jaren werd omgetoverd van achterstandswijk naar hipsterparadijs.

Het duurt nog even voor het af is. „Hebben we iets meer tijd om ons huis in Almere te verkopen. Daar wonen we nog geen jaar.”

Foto Merlijn Doomernik

Burgemeester worden zat niet in de planning, wil hij maar zeggen. Hij zou doorgaan als Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Stond „welbewust” op nummer 13 en had geen moment het idee dat de verkiezingen op 15 maart roet in het eten zouden gooien. „Dat we zetels zouden verliezen, oké. Een halvering? Misschien. Maar zóveel? Ik dacht: Dit kan niet waar zijn!” En na de eerste schok: „Oké, ik moet wat anders, wat kan ik doen?” De PvdA vroeg hem een gooi te doen naar het lijsttrekkerschap voor de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Maar Marcouch zei nee. Om de huidige lijsttrekker Marjolein Moorman niet voor de voeten te lopen („Zij doet het hartstikke goed”), maar ook vanwege het nieuwbouwhuis in Almere („We zaten middenin de verhuizing!”).

En toen was daar die vacature in Arnhem, waar burgemeester Herman Kaiser (CDA) door ziekte voortijdig stopte. Marcouch kende de stad een beetje („Leuk, mooie natuur, pittoresk”) en besloot te solliciteren. Zenuwslopende weken volgden. Gesprekken met de Commissaris van de Koning, met de vertrouwenscommissie bestaande uit afgevaardigden van alle partijen. En eindelijk het verlossende telefoontje, ’s avonds om 11 uur. „Ik zat de hele avond mijn telefoon te checken of ik wel bereik had, haha.”

Geen spijt, ook niet gezien de bestuurlijke omgangsvormen hier?

„Zeker niet. Veel van wat nu Arnhems genoemd wordt, is heel gewoon voor veel gemeenteraden. Dat stond ook in het onderzoeksrapport van Frissen.”

Maar Frissen zei ook: „Het komt niet meer goed in Arnhem.”

„Dat was een beetje een gekke opmerking. Ik geloof wél dat het goed kan komen. De raad en het college hebben echt de ambitie om het beter te maken. ”

Door soms als een politieagent op te treden?

„Mijn taak is om te zorgen dat de vergadering goed verloopt. Ik merkte dat in debatten soms erg op de man wordt gespeeld. Dat wil ik niet. Ik zeg: zacht op de mens hard op de zaak.”

Zijn installatie, op 1 september (toevallig ook de tweede verjaardag van jongste zoon Adam), wordt verstoord door anti-islambeweging Pegida. Tijdens de plechtigheid staan twee mannen en een vrouw op uit het publiek, blazen op fluitjes en roepen „Marcouch wegwezen”. Onder luid boe-geroep worden ze de zaal uitgezet.

Hij laat z’n gezicht tenminste zien in de wijk

Gerie Wolkenfelt, Arnhemmer

Deden ze niet zo handig, zegt Marcouch achteraf. „Er zaten veel politiemensen in de zaal. Deels oud-collega’s uit Amsterdam; niet de minsten. Ze zaten precies in dat hoekje, dus het protest duurde niet lang, haha.”

U keek er onbewogen naar, glimlachend zelfs. Was dat een houding of raakte het u echt niet?

„Misschien is dat de politieman in mij die altijd eerst even de situatie taxeert. Wat is er aan de hand, wat gebeurt er?”

Hij heeft „nogal wat hufterigheid” gezien, zegt hij, als politieman, als stadsdeelvoorzitter van Slotervaart én als lid van de Tweede Kamer. „Verdachtmakingen, beschimpingen, bedreigingen. Het is altijd de kunst om je niet te verlagen tot dat niveau. Je weet dat je een strijd voert en dat je daarmee door moet gaan.”

Wat voor strijd?

„Die tegen de polarisatie in de samenleving. En voor veiligheid en vrijheid. Dat moeten we verdedigen, ook als mensen anders in het leven staan. Ik vind elke discriminatoire uiting verwerpelijk. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich kunnen ontplooien.”

Als puber hield Marcouch er zelf nogal radicale ideeën op na over homo’s en vrouwen. „Volgens onze logica”, schrijft hij in zijn biografie, „was het (…) niet goed een vrouw een hand te geven, laat staan met een vrouw in één kamer te zitten.”

Mohammed Anfal stapte dit jaar over van Leefbaar Rotterdam naar een op de islam geïnspireerde partij: ‘De fractie had een hekel aan buitenlanders’

Het is dezelfde Marcouch die zich jaren later de woede van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap in Slotervaart op de hals haalt door de Gay Pride te laten beginnen in zijn stadsdeel.

U heeft ooit gezegd: het scheelde niet veel of ik was ook een Samir A. geworden. Wat weerhield u daarvan?

„Onderwijs, dat was cruciaal. Lezen, lezen, lezen. En verstandige mensen om me heen. Een omgeving die je leert om anders te kijken. Mijn broer studeerde en zo kwam ik zonder zelf student te zijn in een studentenomgeving terecht. Ik kreeg ambitie. Leerde om humanistischer, humaner naar de wereld te kijken in plaats van strikt naar de regeltjes. De scherpte ging eraf.”

Een van de problemen in Arnhem is dat er een relatief grote groep Marokkaans-Nederlandse jongeren is geradicaliseerd. Tien van hen reisden af naar Syrië. Begrijpt u dat vanuit uw eigen verleden?

„Ik begrijp door mijn eigen ontwikkeling hoe dat dénken in elkaar zit. Maar ik weet daardoor ook dat je kunt veranderen. Dat is wat ik wil uitdragen: de wereld is niet zwart-wit. En je kunt vrijheid niet alleen voor jezelf claimen.”

Hij zag het pas nog voor zijn ogen gebeuren, vertelt hij. Op een school in Presikhaaf. „Kinderen in groep 7 en 8 die niet geloven dat ze iets van hun leven kunnen maken, omdat ze een Marokkaanse of Turkse achtergrond hebben.”

Zijn boodschap: zorg dat je goed Nederlands leert spreken! Ga lezen! Maak werk van je toekomst! „Ik ben me ervan bewust dat die kinderen me zien als een rolmodel en wil ze hoop geven. Je kunt van een dubbeltje een kwartje worden, kijk maar naar mij.”

    • Patricia Veldhuis