Foto Paola de Grenet

Lieke Martens: ‘Ik heb bij Oranje echte vriendinnen’

Profvoetballer

Lieke Martens werd Europees kampioen en beste voetbalster van de wereld. Nu is ze aanvaller bij FC Barcelona.

Alles viel voor Lieke Martens (25) in 2017 op zijn plaats. Europees kampioen met Oranje, verkozen tot ‘beste voetbalster van Europa’ én de wereld en een lucratieve transfer naar FC Barcelona. Martens is de eerste Nederlandse wereldster in een sport met tot nu toe nauwelijks bekende spelers. „Een jaar geleden had ik niet voor mogelijk gehouden dat dit allemaal zou kúnnen gebeuren”, zegt ze op het trainingscomplex van de Catalaanse voetbalgrootmacht. „Als ik nu terugkijk dan ben ik super trots op mezelf.”

Lieke Martens is het boegbeeld van een generatie die het vrouwenvoetbal langzaam maar zeker professionaliseert. En een voorbeeld voor vele meisjes die zelf ook profvoetballer willen worden. „Mijn toekomst was altijd onzeker. De grote voorbeelden waren mannen. Clubs als Ajax en Barcelona hadden helemaal geen vrouwenelftallen.” Zelf heeft ze alles gedaan om toch zover mogelijk te komen. In 2008 was ze een van de eerste speelsters die het fulltime topsportprogramma van het Centrum voor Topsport en Onderwijs volgde. Daarvoor moest ze van het Limburgse Nieuw-Bergen naar Amsterdam verhuizen. „Het is echt niet gemakkelijk om op je vijftiende het huis uit te gaan. Het was een vrije keuze. Maar ik zag het als de enige manier waarop ik verder kon. In 2014 ben ik als prof in Zweden gaan spelen. Al die ervaringen maakten me als voetballer beter en als mens rijker.”

Oranjegekte

De aanvaller stond afgelopen zomer samen met haar ploeggenoten aan de basis van een ware Oranjegekte rondom de nationale vrouwenploeg. „Ik weet niet of we geprofiteerd hebben van het verval van het Nederlandse mannenvoetbal. Het was wel een perfect moment om te pieken. Ik denk dat mensen het mooi vonden om te zien dat we alles voor elkaar over hadden. Als je dan kampioen wordt, komt er van alles los. We waren opeens bekende namen en gezichten geworden.”

Ricky van Wolfswinkel keerde terug bij zijn oude club Vitesse, werd topscorer, won de bekerfinale en vertrok weer: “Vitesse was een andere club geworden”

De status van de nationale vrouwenploeg is sindsdien veranderd. De afgelopen maanden onderhandelden de spelers met de bond over een verhoging van de premies. In december kwamen beide partijen tot een akkoord. „Over de details kan ik niets zeggen. Maar er spreekt waardering uit van de KNVB. We hebben ook gekeken naar onderhandelingen bij andere landen. Dat ging er soms hard aan toe. Maar we wilden absoluut niet staken zoals de Denen hebben gedaan.”

De samenvatting van de EK-finale tussen Nederland en Denemarken in Enschede. De 2-1 kwam van Lieke Martens.

Oranje speelt nu de kwalificatiewedstrijden voor het WK van 2019 in volle stadions. „We moeten het succes nu voortzetten. Aan de gevolgen van een uitschakeling wil ik niet eens denken.”

Toegang is gratis

De belangstelling voor de competitie vormt nog altijd een schril contrast met die voor Oranje. De beste spelers vertrekken net als Martens noodgedwongen naar het buitenland. In Engeland, Frankrijk, Duitsland en Spanje wordt geïnvesteerd in clubvoetbal. „Als je echt profvoetballer wilt zijn, dan kan je er geen baan bij hebben. Bij FC Barcelona verdien ik goed en kan ik me helemaal focussen op voetbal. De club vindt het belangrijk om ook een goed vrouwenelftal te hebben. Daarin willen ze ook de beste van de wereld worden. Dat sprak mij aan.”

Het vrouwenelftal van FC Barcelona speelt zijn wedstrijden niet in het grote Camp Nou-stadion, maar in het Mini Stadion ernaast of op het trainingscomplex in San Joan Despí. De toegang is gratis. „Waar ze mij van betalen weet ik niet”, zegt Martens. „Natuurlijk moeten ook hier nog stappen worden gezet. De club wil in eerste instantie dat er zoveel mogelijk mensen komen kijken. Het zou mooi zijn als Real Madrid ook met een vrouwenploeg komt. Zodat je een vrouwenversie van El Clásico krijgt.” Ook in Nederland is het wachten op meer topclubs. „Zoals Feyenoord.” Die club heeft geen vrouwenelftal, in tegenstelling tot Ajax en PSV.

Balbehandeling

Martens arriveerde in Catalonië in een zeer roerige periode. Vlak voor haar komst vond een aanslag plaats op de Rambla. Vervolgens kwam ze middenin de hectische onafhankelijkheidsstrijd terecht. „Op de dag dat de mensen gingen stemmen [voor het referendum over onafhankelijkheid van 1 oktober] bleven we uit voorzorg thuis. Op de televisie zag ik hoe agenten ingrepen en mensen wegsleepten. Dat zag er niet best uit.”

Net als clubgenoot Lionel Messi houdt ze zich het liefst verre van politieke kwesties. Ze is dan ook niet van plan om Catalaans te leren. „Nee, ik ben bezig met Spaans. Dat gaat best aardig. Ik heb wel een talenknobbeltje”, zegt ze in de persruimte waar profs standaard hun interviews geven. Martens is de tel van het aantal vraaggesprekken al lang kwijt. „Ik ben heel blij dat ik een zaakwaarnemer heb die alles voor me regelt. Hij kan veel beter ‘nee’ zeggen dan ik.”

Lieke Martens met Barcelona-ster Lionel Messi in een tweet van Barcelona.

Vrouwen zullen volgens Martens in het voetbal nooit helemaal dezelfde status krijgen als de mannen. Daar is het haar ook niet om te doen. „Mannenvoetbal is de grootste sport op aarde. Dat is een totaal andere wereld. Ik heb in mijn jeugd altijd met jongens gevoetbald, wat heel goed is geweest voor mijn ontwikkeling. Vanaf een jaar of zestien is het anders. Jongens worden dan vaak fysiek sterker en sneller. Maar als het gaat om balbehandeling en inzicht zouden er echt geen verschillen hoeven te zijn.”

Wel ziet ze teamspirit als een extra kracht van vrouwenteams. „Zo heb ik bij Oranje echte vriendinnen. We gunnen elkaar alles en respecteren iedereen zoals die is. Homoseksualiteit is binnen het vrouwenvoetbal geen enkel probleem. Ik heb een vriend. Maar ik ken ook meiden met een vriendin. Mij maakt dat helemaal niets uit. Ik vind het geen enkel probleem om met elkaar onder de douche te staan. Bij mannen is dat anders. Daar lopen vast ook homoseksuelen tussen, maar die durven dat niet te zeggen. Misschien heeft dat met een bepaald haantjesgedrag te maken. In 2017 zou daar niet eens meer over gesproken moeten worden.”