De vrachtwagenchauffeur die het leven van een baby redde

Vrachtwagenchauffeur Op een dinsdagmiddag in mei zag vrachtwagenchauffeur Jurriën van der Pijll op de A58 dat ‘iets’ uit de auto voor hem werd geslingerd. Hij ging vol in de remmen; het bleek een baby.

‘Met zijn linker voorwiel reed ’ie zo de middenberm in. Hij raakte een stuk vangrail en ging schuivend over de rijbaan van links naar rechts tweemaal in de rondte. Ik zag het pal voor me gebeuren en dacht: wat de fuck is dít joh! Een vrouw vloog uit het autoraam en kwam vijf meter verderop neer. De kofferbak sprong open door de klap. Uit de auto vloog een tas. En nog iets. Een baby. Maar dat wist ik op dat moment nog niet.”

Vrachtwagenchauffeur Jurriën van der Pijll (31) vertelt erover op zijn sokken in de bestuurskamer van een groot transportbedrijf in Zwaagdijk. Op tafel staat een fles whisky voor de zakenrelaties en in de hoek een hondenmand voor de labrador van de baas. Het is eind van de middag en op de vraag waar hij precies geweest is vandaag moet de 31-jarige ‘Jur’ even denken. „Ehm… vanochtend gelost in Beverwijk. Toen eh… óh ja Texel. Daarna Harlingen, Wieringerwerf en zo nog effe lossen hier.” Al sinds zijn achttiende zit hij vijf dagen per week achter het stuur.

Wie bij een transportbedrijf denkt aan een garageloods riekend naar olie heeft het mis. De bestuurskamer van Van Straalen de Vries Transport biedt uitzicht op een soort state-of-the-art beursvloer vol met computerschermen. Van hieruit sturen ‘controllers’ dagelijks een wagenpark van 350 vrachtwagens het land door. Via boordcomputers zien ze precies waar de chauffeurs zijn.

Het was ook deze combinatie van mens en techniek die op dinsdag 16 mei het leven van een baby heeft gered. Toen vrachtwagenchauffeur Jur op de A58 ter hoogte van Breda de auto voor zich tegen de vangrail zag klappen trapte hij met 25 ton spaanplaat aan boord vol in de remmen en eindigde op enkele meters afstand van een kind, tien maanden jong. ‘Trucker redt baby’ stond de volgende dag in de krant. Maar eerlijk is eerlijk, het hypersonische remsysteem van zijn Volvo-vrachtwagen, met een sensor vóór die in zulke situaties reageert, heeft óók bijgedragen. „We deden het samen”, knipoogt Jur.

Zat zeker te slapen

Met zijn rechtervoet trapt hij wel vaker vol in de remmen. Je moest eens weten wat je allemaal tegenkomt als je zoveel uren op de weg zit. Genoeg automobilisten die zich als „gekken” gedragen in het verkeer. Vanuit zijn cabine twee meter boven het asfalt kan hij alles overzien. Hij ziet mensen diagonaal over de rijbaan schieten, hij ziet ze bellen, appen, zich scheren in de file. Ongelukken ziet hij wekelijks, variërend van lichte blikschade tot taferelen waar je liever niet naar kijkt.

Is er een vrachtwagen bij betrokken, dan weet Jur al wat de reacties zijn. ‘Wat een ellendeling. Zat zeker te slapen.’ De vrachtwagen heeft het in de ogen van andere weggebruikers al-tijd gedaan, dat is de beeldvorming. Ze vallen op ja. En ze zijn wat sloom. Het zijn de mammoeten op de weg. Maar zonder vrachtwagen is er geen eten, geen werk. „Zonder transport staat heel Nederland stil.”

Over zijn vak wordt op verjaardagen wel eens neerbuigend gedaan. ‘Joh, beetje dom zitten de hele dag.’ Maar het is helemáál geen dom werk. Je bent 16,75 meter lang, vier keer de lengte van een personenauto. Je moet ontzéttend opletten als chauffeur, komt soms ogen tekort. Want als trucker heb je in het verkeer met iederéén te maken en aan het eind van de dag ben je écht wel moe.

Eigenlijk zou elke rijschool zijn leerlingen verplicht twee uurtjes in een vrachtwagen moeten laten rijden. Dan pas zouden ze werkelijk begrijpen wat een dooie hoek is en waarom een truck zoveel ruimte nodig heeft voor een bocht. Ze zouden ook eindelijk beseffen hoe irritant juist automobilisten voor vrachtwagens kunnen zijn. Regelmatig wordt Jur ingehaald door auto’s die pal voor zijn neus terug naar rechts duiken. Dan moet hij vol de remmen in.

Het ruikt naar ‘new car’

Op de ochtend van het ongeluk had Jur een vracht hout geladen in België. De nacht had hij doorgebracht in zijn cabine. Hij heeft er een bed en een koelkast en aan de wand hangt een foto van zijn kinderen. Het ruikt er naar ‘new car’. Lemon of lavendel zijn ook lekker, maar de geur van een nieuwe auto is „onovertroffen”.

Op weg naar Noord-Holland had Jur rond 14.40 uur de gebruikelijke filevorming bij Ulvenhout achter de rug toen hij weer 80 reed. Als hij op dat moment nét opzij had gekeken, of in zijn spiegels had geloerd naar zijn lading of naar achterliggend verkeer, of aan de knoppen van zijn radio had gezeten, standaard ingesteld op 538, dan was het misschien anders afgelopen.

Je bent gewoon met je vak bezig

Jurriën van der Pijll

Maar nu keek hij recht vooruit en zag hij de auto voor hem door onbekende oorzaak botsen tegen de vangrail. In het besef dat er geen vrachtwagen achter hem zat drukte Jur met volle kracht de rem in en met twee handen stevig aan het stuur hing hij voorover in de gordels, de kracht van de lading stuwend in zijn rug. De truck kwam tot stilstand en toen pas zag hij op het asfalt de baby liggen. Vijf meter zat ertussen. Hij zag de vrouw, eveneens eruit geslingerd, kruipen naar het kind en het oppakken. Ook Jur stapte uit. Hij belde 112 en gaf de vrouw een flesje water uit zijn koelkast. Haar auto stond verkreukeld verderop, er stapte nog een man uit. Er was niemand zwaargewond.

‘Held’ werd Jur in de media genoemd. Ook omdat hij zijn vrachtwagen schuin tot stilstand had weten te brengen, zodanig dat de plek van het ongeval direct was afgeschermd. Hoe hij dat deed? „Op het laatst éven de rem los, dan laat je ’m een stukkie weglopen. En dan geef je ’m een slingertje, een tikkie naar rechts.”

Misschien is het zijn West-Friese nuchterheid, maar Jur zelf vindt niet dat hij iets bijzonders heeft gedaan. „Je bent gewoon met je vak bezig.” De meeste interviews heeft hij afgeslagen. De enige die hij nog doet is voor Volvo Nederland. Ter promotie van het remsysteem.

    • Freek Schravesande