De badmeester moet zelf meer nadenken

Zwemveiligheid

Twee jaar geleden verdronk een Syrisch meisje bij het schoolzwemmen. Nu passen zwembaden het toezicht aan.

Zwemles voor vluchtelingen in Deventer. Begeleiders moeten kinderen die het Nederlands nog niet machtig zijn extra in de gaten houden. Foto Bram Petraeus

„Wie wil er naar het diepe?” Badmeester Martijn Noordberger staat, in duikpak, tussen twaalf leerlingen van de islamitische basisschool Ikra in het kinderbadje. Ze hebben net geoefend met de rugslag en onderwaterzwemmen, en roepen nu allemaal: „Ik! Ik! Ik!”

Daar gaan ze dan, in de rij, op weg naar het grote bad. Eenmaal daar is het enthousiasme wat minder: veel kinderen blijven dralen bij de deur, starend naar dat grote water. Een Turks-Nederlands jongetje – hij moet als eerste – staat te twijfelen op de kant en springt dan, plons, met zijn buik vooruit in het water. Huilend en naar adem happend komt hij boven. „Wat is er nou?”, vraagt Noordberger, terwijl hij zijn hand naar hem uitsteekt. „Schrik je van de kou of van het diepe?” Het jongetje grijpt de kant vast, komt op adem en brengt dan uit: „Allebei!”

Het is deze donderdagochtend tijd voor schoolzwemmen in de Sportboulevard in Dordrecht. Exploitant van dit zwembad is Optisport, waar ook zwembad ’t Gastland in Rhenen onder valt. Daar verdronk twee jaar geleden tijdens schoolzwemmen een Syrisch meisje, de 9-jarige Salam. Ze was nog maar kort in Nederland, sprak de taal niet en ging zonder dat iemand het zag het diepe in. Nadat de zwemles was afgelopen, zag een badmeester haar op de bodem liggen.

Drie van haar zwemleraren zijn deze zomer door de rechter veroordeeld tot zestig uur taakstraf. Ze zouden te routinematig gehandeld hebben, te weinig hebben gecommuniceerd. De zwemleraren zijn in hoger beroep gegaan. Journalisten zijn nog altijd niet welkom in ’t Gastland: dat is te stressvol voor de medewerkers.

Bijzondere aandacht

Wegens de verdrinking van Salam wil de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) het protocol rond schoolzwemmen zo snel mogelijk aanpassen. „Het hoger beroep loopt weliswaar nog”, zegt directeur André de Jeu, „maar we nemen de uitspraak van de rechter heel serieus”.

Op dit moment is het zo dat de medewerkers van de school en de badmeesters aan het begin van het schooljaar bespreken wie bij het zwemmen bijzondere aandacht nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld een kind zijn dat geen Nederlands spreekt. De rest van het jaar is het neuzen tellen.

Maar een meisje als Salam, kind van vluchtelingen, kan ook middenin het schooljaar in een klas belanden. „Daarom zeggen we nu: de medewerkers van de school én van het zwembad moeten voor elke les even nagaan wie er nieuw is, en of er nog bijzonderheden zijn”, zegt De Jeu. „Dat lijkt overdreven, maar je ziet hoe het kan lopen. Als het tot een rechtszaak komt, wil je kunnen aantonen dat al het noodzakelijke besproken is.”

Aansprakelijkheid

De VSG heeft het nieuwe protocol vorige maand opgesteld en aan alle betrokken scholen en zwembaden voorgelegd. Met ingang van het komende schooljaar, 2018-2019, wil de VSG het nieuwe protocol doorvoeren. Dan moet iedereen hebben ondertekend.

Noordberger, bij de Sportboulevard ook teamleider van de zwemleraren, is alvast voorstander. Sterker nog: hij gaat vanaf 1 januari zelf al een systeem invoeren waarbij vóór elke schoolzwemles een lijst met namen moet worden afgevinkt.

„Als ik ze dan bij de douche overneem van de leerkracht, gaan we samen even alle kinderen langs”, zegt Noordberger. „Dan dragen we samen de verantwoordelijkheid voor hun veiligheid.”

Veel scholen willen – wegens de risico’s die aan zwemmen vastzitten – zo veel mogelijk af van die aansprakelijkheid, merkt hij. De twee leraren die bij het schoolzwemmen van Salam aanwezig waren, zijn door de rechter vrijgesproken. Zij wisten niet dat zij ook een rol hadden in het toezicht tijdens de les.

Naast het extra toezicht bij de overdracht stelt het nieuwe protocol van de VSG ook meer ‘maatwerk’ per zwembad voor. De Jeu legt uit dat de omgang met het protocol tot nog toe rigide is. Het moet elk jaar opnieuw worden ondertekend, en vervolgens mocht er niet meer van worden afgeweken. In het nieuwe protocol wordt afwijken waar nodig juist aangemoedigd.

Het is nu bijvoorbeeld standaardpraktijk dat de badmeester de leerlingen voor het schoolzwemmen ophaalt bij de douche. „Maar”, zegt De Jeu, „wat nou als die kinderen vanuit de kleedkamer, op weg naar de douche, langs een subtropisch zwemparadijs moeten en een whirlpool?” Dat zijn plekken die kinderen aantrekken als een magneet. „Dan moet de badmeester dus al begeleiden vanaf de kleedkamer.”

Kijk, zegt De Jeu, het blijven natuurlijk kinderen, en schoolzwemmen is niet zonder risico’s. „Wil je helemaal zeker weten dat er niets gebeurt, dan kan je schoolzwemmen beter gewoon afschaffen.”

Hand in hand

Intussen is in de Sportboulevard iedereen in het diepe gesprongen. Sommige alleen, sommige samen met Noordberger – hand in hand. Zijn mantra: samen kunnen we alles. „Ik ging helemaal naar beneden!”, roept het jongetje dat eerder moest huilen, in een mix van trots en verbazing tegen de juf die de hele les heeft zitten kijken. „En daarna weer omhoog!”

Na nog wat spetteren in het kinderbadje gaan de leerlingen weer naar de douche. „Fijne Kerst!”, roept Noordberger. „O nee, dat vieren jullie niet, toch?” „Wel oud en nieuw”, stelt de juf gerust. „Dan is het goed”, zegt Noordberger.