30 jaar bodemdaling in de Waddenzee pakt prima uit

Ameland

Door gasboringen onder Oost Ameland is de ‘bodemdalingsschotel’ van 12 kilometer doorsnee in het midden in dertig jaar bijna veertig centimeter gezakt. De natuur maalt er niet om, zo blijkt uit uitvoerig onderzoek.

Luchtopname van Oost-Ameland. Foto: ANP Photo / Your Captain / Irvin van Hemert

„Pas op, het is hier dieper dan je denkt.” Ecoloog Johan Krol steekt een kleiige kreek over, het water staat bijna tot aan de laarsrand. Hij loopt soppend verder over de kwelder, aan de zuidoostkant van Ameland. Het is hoog water. De slenken – de natuurlijke kweldersloten richting Waddenzee – zijn ruimschoots overstroomd. Laag zonlicht weerspiegelt overal op de natte kwelder. Her en der zingen veldleeuweriken. Krol, die al bijna 30 jaar bij het Natuurcentrum Ameland werkt, is in zijn element. Hij bukt en wrijft het blad van een geurende plant tussen zijn vingers. „Kijk, zeealsem. En daar: zeekraal en zoutmelde. Hier zie je duidelijk een kwelder die verjongt.”

Sinds 1986 exploiteert de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een gasveld vanaf de oostpunt van Ameland. Een controversiële zaak, in het kwetsbare Waddengebied. Een van de heikele punten is bodemdaling. Door de gaswinning is deze kwelder al ongeveer 20 centimeter gedaald, zo vertelt Krol. Voor een deel wordt de daling gecompenseerd doordat het zeewater steeds nieuw slib op de kwelder afzet. Daarom groeien hier weer pionierplanten, zoals zeekraal. Maar de opslibbing kan de bodemdaling niet helemaal bijhouden. De kwelder loopt steeds vaker onder water.

Uitgebreide rapportage

Wat doet die bodemdaling met de eilandnatuur? Wetenschappers houden dat al 30 jaar nauwlettend in de gaten: van de plantengroei tot de kweldervogels en van de wadplaten tot het grondwater. Naast het Natuurcentrum Ameland zijn verschillende Wageningse instituten betrokken, plus Sovon Vogelonderzoek, waterinstituut Deltares, de Rijksuniversiteit Groningen en de NAM zelf. In september publiceerden zij samen een uitgebreide rapportage. Donderdag verschijnt daarvan een evaluatie door de Waddenacademie (zie kader). De voornaamste conclusie van beide rapporten: de natuureffecten van de gaswinning zijn grotendeels verwaarloosbaar.

Dat is verrassend. Want de ‘bodemdalingsschotel’ onder Oost-Ameland, met een doorsnede van zo’n twaalf kilometer, is in het midden maar liefst 38 centimeter diep. Er komt waarschijnlijk nog een decimeter bij, tot de winning rond 2030 op haar eind loopt. Zelfs een krappe halve meter kan voor een Waddeneiland bepalend zijn. Stel je voor dat wadplaten zoveel dalen. Dan zou een deel ervan bij laag water niet meer droogvallen. Dat zou enorme invloed hebben op bodemleven en wadvogels. „Maar dat is niet gebeurd”, zegt Krol stellig, terwijl we de stuifdijk beklimmen. „Onder invloed van zeestroming en getijden wordt er steeds zand en slib in de Waddenzee afgezet. Die afzetting heeft de bodemdaling precies gecompenseerd.”

Het wad daalt dus netto niet, maar de kwelders wel. En ook de duinvalleien, wijst Krol vanaf de stuifdijk. Daar is helemaal geen opslibbing, dus de valleibodems komen steeds dichter bij het grondwater te liggen. Daardoor zijn ze nu vochtiger. Wilgen en duindoorn maken plaats voor de typische vegetatie van natte duinvalleien, met veel kruiden en zeggen. „Hier komt een paar keer per jaar zeewater naar binnen”, vertelt Krol. „Dat gebeurt nu niet vaker dan vroeger, maar het blijft wel langer staan. Soms staat zo’n vallei nu een paar maanden onder water.” Het resultaat is een brakke vallei met een wisselend zoutgehalte.

Ach, wat is erg

Is dat erg? „Ach, wat is erg”, zegt Krol. „De diversiteit is nu niet minder, wel anders. Dit is óók een type duinlandschap dat we allemaal erg mooi vinden. Vooral als er bijzondere soorten groeien, zoals parnassia en groenknolorchis. Die zie je hier nu weer meer.”

Een Waddeneiland, zo benadrukt Krol, is van nature heel dynamisch. Kwelders slibben op of kalven weer af, duinen verwaaien of stuiven juist op, de oostpunt van het eiland wordt langer en korter met een vaste regelmaat. „Daarbij vergeleken doet die bodemdaling niet zoveel”, meent Krol. „Het aanleggen van deze stuifdijk, in de jaren zestig, díe heeft het eiland pas totaal veranderd. Zonder die stuifdijk was deze hele kwelder er niet geweest.” Hij schenkt thee uit zijn thermos en wijst even naar een jagende blauwe kiekendief. In de verte klinkt de ijle roep van een tureluur. „Dus ja, wat is erg. Niks is erg. Alles heeft z’n voors en z’n tegens.”

Wegspoelende legsels

Eén punt baart de onderzoekers wel zorgen: de broedvogels op de kwelder. Spoelen hun legsels nu niet sneller weg? Een noordelijk dagblad berichtte dit jaar dat de lepelaars achteruitgaan door de bodemdaling. „Dat is grote onzin”, zegt Krol. „De lepelaars gaan fantastisch. Er zijn een paar jaar geleden wel wat nesten weggespoeld aan de kwelderrand. Maar diezelfde vogels begonnen een nieuw nest, hogerop, en brachten alsnog jongen groot.” Er is een verschuiving opgetreden, vertelt hij. „Een leereffect. Alle lepelaars beginnen nu metéén hogerop te broeden. Dit jaar hadden we 180 paar.”

Voor sommige vogelsoorten ligt het anders. Scholeksters kunnen bijvoorbeeld niet zomaar verhuizen. Zij bewonen jaren achtereen dezelfde territoria, met agressieve buren die opschuiven niet toestaan. Door de bodemdaling is de kans dat hun nestplek overstroomt, nu zo’n 10 tot 50 procentpunt groter, afhankelijk van hun plek op de kwelder. „Dat kan wel een verschil maken”, zegt Krol. „Sovon gaat dat vanaf dit jaar onderzoeken.”

Nul jongen voor de scholeksters

Ondergelopen land op Oost-Ameland. Foto Jaap de Vlas

Tot slot toont Krol de uiterste oostpunt van het eiland. „Dit is het enige écht natuurlijke stukje Ameland”, vertelt hij vanaf een hoge duintop. „Sinds 2007 begon de zeereep hier opeens te groeien. Niemand weet waarom. Sindsdien zie je hier op het strand een prachtige ontwikkeling van nieuwe duinen. Kijk daar eens, wat een mooie stuifkuilen. Over een paar jaar breekt daar de zee misschien wel weer doorheen.”

Wat de gaswinning doet, concludeert Krol, is de dynamiek een beetje versterken. „Ik houd wel van dynamiek”, zegt hij. „Begrijp me goed, ik ben ook ecoloog. En ik heb zonnepanelen op mijn dak. Maar je moet het in perspectief zien. Je moet álle menselijke invloeden op een rij zetten en dan wegen welke de meeste invloed hebben.” Tot voor kort waren dat de kokkel- en mosselvissers, voordat zij werden uitgekocht – met geld uit de aardgasbaten. „Nu zou ik zeggen: de stikstof uit onze landbouw, die hier met elke regenbui naar beneden komt. Die heeft een enorme impact op de duinvalleien. Véél meer dan die hele gaswinning.”

En vergeet ook niet de zeespiegelstijging, benadrukt hij. „Wat we hier zien is een voorproefje van wat ons te wachten staat. De zeespiegel is al zes centimeter gestegen sinds 1986. Aan het eind van deze eeuw zitten we wel op een meter.” Hij kijkt uit over het stuivende duin, waarboven een ruigpootbuizerd bidt. „Mooi toch: Ameland als proeftuin voor heel Nederland.”

    • Nienke Beintema