Wie wil de huisarts van Balk worden?

Huisartsen in de regio

Huisarts Frits Krijnen in Balk wilde vijf jaar geleden al met pensioen. Maar aan de randen van het land is het moeilijk een opvolger te vinden. Te hoge werkdruk, een partner die de Randstad niet uit wil.

Frits Krijnen doet zijn ronde als huisarts in Balk. Foto’s Kees van de Veen

Een huisartsenpraktijk krijgen was in 1981 zoiets als een talentenshow winnen: je werd gekozen uit velen.

Hoezeer dat is veranderd, ondervindt Frits Krijnen (65) nu aan den lijve. Al tweeënhalf jaar zoekt hij een opvolger voor zijn huisartsenpraktijk in het Friese Balk. Tot nu toe zonder succes. Zelfs een oproep die zijn dochter op Facebook plaatste, bood geen soelaas, ook al werd die 1.583 keer gedeeld.

Vervelend, want Frits Krijnen had gespaard om op zijn zestigste met pensioen te gaan. Er kwam een verbouwing van de praktijk tussen, en daarna bleek het vinden van een opvolger ingewikkelder dan verwacht. Inmiddels is de huisarts bijna 66, echt een leeftijd om reisjes te maken, musea te bezoeken en de zolder op te ruimen, zoals de bedoeling was.

Balk is een dorp met vierduizend inwoners midden in het Friese merengebied. Frits en Sylvia Krijnen wonen in een statig huis dat vroeger aan de hoofdonderwijzer toebehoorde. Sylvia zit op een lichtrood bankje en Frits ernaast, op een houten stoel met hoge leuning. Hij is net de vriendelijke dokter uit een kinderboek: een witte, getrimde baard en een brilletje met dun montuur.

Sylvia was het afgelopen jaar ernstig ziek, dat maakt Frits’ pensioen extra urgent. Ze overleefde ternauwernood een lekkend aneurysma van de buikslagader. Inmiddels is ze „aardig gerepareerd”, vertelt ze, maar minder mobiel. „Nu ik ziek ben geweest, heeft Frits nog meer zoiets van: we moeten wel een keer stoppen.”

68 huisartsen nodig

Frits Krijnen is niet de enige huisarts in zijn provincie die moeite heeft met het vinden van een opvolger. 20 procent van de 340 Friese huisartsen stopt in de komende zeven jaar omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Dat betekent dat er voor 68 huisartsen een vervanger moet komen. Ook in andere landelijke gebieden hebben huisartsen moeite opvolgers te vinden. Eenderde van de 250 Zeeuwse huisartsen gaat de komende jaren met pensioen, en in Drenthe stoppen binnenkort vijftien fulltime artsen. Het huisartsentekort wordt niet in elke regio geregistreerd, maar ook landelijke delen van Limburg en Groningen zijn niet in trek bij jonge huisartsen.

De omslag kwam eind jaren negentig, vertelt Krijnen. „Toen in 1990 mijn collega overleed, waren er 45 sollicitanten, tien jaar later kregen we er drie of vier.”

Een verklaring is de gestegen populariteit van deeltijdwerk onder huisartsen. Dat komt deels doordat meer vrouwen – die vaker parttime werken – het beroep zijn gaan beoefenen. Hun aandeel is gestegen van ruim eenderde in 2007 naar meer dan de helft in 2016. Dat zal de komende tijd verder toenemen.

„Van de jonge huisartsen is 80 procent vrouw”, zegt Karin Groeneveld, huisarts in Lemmer en bestuurslid van de Landelijke Huisartsen Vereniging Friesland. Toen zij zelf twintig jaar geleden afstudeerde, was de situatie omgekeerd: 80 procent van de alumni was man. Overigens zijn ook meer mannen de laatste jaren in deeltijd gaan werken.

Ook Krijnen merkt dat huisartsen niet meer zulke workaholics zijn als vroeger. Een potentiële opvolger wilde alleen samen met een ander komen, een ander schrok terug voor de drukte. „Net in die zes weken dat hij hier op proef kwam, was het heel druk met terminale mensen. ‘Ik kom niet aan mezelf toe’, zei hij toen.”

Toen hij zelf in het vak rolde, stelden artsen minder eisen, vertelt Frits Krijnen. „Je was blij dat er een baan was, dus je accepteerde veel meer dan de artsen nu.” Inclusief een hoge werkdruk.

Frits: „Twee dagen na de bevalling van ons tweede kind ging mijn collega met vakantie, dus ik moest meer werken, ook ’s avonds laat en ’s nachts.”

Sylvia: „Er was niet veel vrije tijd. Dat heb ik wel eens jammer gevonden hoor. Was net de zak open met Sinterklaas, was er in het dorp iemand aan het bevallen.”

Frits: „Over werk moest je niet zeuren. Dat was de moraal.”

Foto Kees van de Veen

Academisch opgeleide partner

Frits en Sylvia Krijnen hebben geen moment getwijfeld toen Frits, die uit Hilversum komt, in 1981 zijn baan in Balk kreeg. Het hielp ook dat Sylvia niet wilde werken – daardoor waren ze mobieler. „Toen wij begonnen, was het heel duidelijk: de man was de kostwinner en de vrouw paste zich aan”, zegt Frits. „Bij sollicitatiegesprekken werden mijn vrouw en ik in een tweezitsbankje gezet. Aan haar vroegen ze dan: wat ziet u als uw rol in de praktijk?”

Ook wat dat betreft, is er veel veranderd: de jonge huisarts van tegenwoordig „heeft vaak een partner die ook academisch is opgeleid en qua werkzaamheden aan de Randstad gebonden is”, zegt Karin Groeneveld van de Friese huisartsenvereniging. Met andere woorden: die partner wil niet naar Friesland verhuizen.

Daar komt bij dat het voor huisartsen minder vanzelfsprekend wordt een praktijk over te nemen: de afgelopen zestien jaar groeide het aantal waarnemers (huisartsen zonder eigen praktijk die vaak als invalkracht optreden) drieënhalf keer zo hard als het aantal praktijkhoudende huisartsen. Best logisch, vindt Karin Groeneveld: veel pas afgestudeerde huisartsen wonen in stedelijk gebied omdat daar de meeste opleidingen zijn. Als zij beginnen met werken, zijn ze meestal begin dertig. „Precies de leeftijd waarop de meeste mensen kinderen krijgen. Ik kan me voorstellen dat je dan niet naar een dorp ver weg wil verhuizen om een praktijk over te nemen.”

Elke regio experimenteert

„Een veelkoppig monster”, noemt Karin Groeneveld het toenemend tekort aan huisartsen. Eén oorzaak is er niet, één oplossing evenmin: iedere regio experimenteert met eigen plannetjes. In Zeeland hebben de huisartsen samen met zorgverzekeraar CZ een promotiefilmpje gemaakt over de voordelen van Zeeland: goedkope huizen, zee en strand, bijna geen files. „Of het effect heeft, weten we nog niet”, zegt Marian van der Hooft, van Huisartsenpost Zeeland. De provincie volgde het voorbeeld van Drenthe, dat met zulke filmpjes inderdaad enkele nieuwe huisartsen wist aan te trekken.

In Zeeuws-Vlaanderen krijgen huisartsen in opleiding sinds 2012 een bonus. In 2016 werd die bonus verhoogd van duizend euro per maand voor één opleidingsjaar naar 750 euro per maand als ze hun héle driejarige opleiding in Zeeuws-Vlaanderen doen – in de hoop dat ze dan in het gebied blijven.

Plannen voor een promotiefilm zijn er in Friesland niet. „Alleen een mooi filmpje over skûtsjes op de meren en een Elfstedentocht gaat de huisarts niet naar ons toe brengen”, zegt Groeneveld. Zij denkt eerder aan bemiddeling voor partners van huisartsen, zodat zij toch een baan in de buurt kunnen vinden. „Of er moeten meer opleidingsplekken komen, zodat huisartsen daarna in de regio blijven.”

Frits Krijnen probeert zijn probleem intussen zelf op te lossen. Hij maakte een flyer die het leven in Balk aanprijst. ‘Gelegen op de Elfstedenroute in het merengebied van Zuidwest Friesland’ staat erop. En: ‘De reistijd per auto naar Amsterdam en Utrecht is ongeveer vijf kwartier.’

In april stopt hij

Vervanger of niet, in april stopt hij hoe dan ook, zegt Frits Krijnen. Zijn collega’s gaan invallers zoeken tot er iemand is die zijn praktijk wil overnemen. Dat is echt nodig, ook voor zijn vrouw. „Ik had de laatste tijd zoiets van: moet ik weer heel ziek worden, zodat hij niet werkt”, vraagt Sylvia. Vorig jaar is hij immers ook een paar maanden vervangen door waarnemers.

Maar zo’n situatie is niet ideaal, zegt Frits, anders was hij wel eerder gestopt. „Je bent geen kruideniersbedrijf en geen autohandel.” Patiënten hebben baat bij een band met hun huisarts, en een waarnemer heeft die band niet, bedoelt hij daarmee. „Laatst was er een drukke ochtend en kwam een vrouw langs voor een klein probleem. Ik had maar tien minuten de tijd, maar ik wist dat er veel zorgen in haar gezin waren. Ik kan het dan niet nalaten om te zeggen: hoe gaat het nu?”

Foto: Kees van de Veen
    • Kim Bos
    • Floor Rusman