Opinie

Svp even geen nieuwe ideeën voor Europa

Nu het economisch meezit, regent het grootse plannen voor de EU. Maar vindt het belangrijker te verdedigen wat er al is bereikt: „conservatisme (met een kleine c).”

Een demonstrant tijdens een protest in Brussel om aandacht te vragen voor het Europese besluit voor schone energie-wetten. Foto Getty Images

”Waarom praten ze zoveel?” Dat zei een Indiase commentator bij het bezoek van een groep EU-leiders aan Delhi. Tja, waarom? In de politiek zijn er altijd meer woorden dan daden, maar nergens zoveel meer dan bij de Europese Unie. Mijn boekenkast kreunt onder veertig jaar aan toespraken, pamfletten en boeken met uitvoerige nieuwe plannen voor ons oude continent. En ik kreun zelf ook, terwijl veel van mijn mede-Europeanen niet eens meer de fut hebben om te kreunen.

Vandaar een bescheiden voorstel: onze leiders zouden een ‘Europees Jaar van de Stilte’ moeten afkondigen. Met Kerstmis 2018 kunnen ze ons vervolgens één rapport geven waarin helder wordt verwoord wat ze nu echt hebben bereikt.

Het gaat er niet alleen om dat de EU-leiders zich te veel bezondigen aan hoogdravend gewauwel en meer beloven dan ze waarmaken – al zien de Europese burgers ook deze gapende kloof tussen retoriek en realiteit en ligt mede hierin de verklaring van hun onvrede. Maar al deze toespraken, pamfletten en rapporten geven ook blijk van een rationalistisch Verlichtingsverlangen dat de Europese Unie een logisch, samenhangend, duidelijk en aangeharkt geheel moet zijn – zoals de tuinen van Versailles.

Vandaar het eeuwige gepraat over de Europese architectuur en geometrie. In zijn persoonlijke manifest ter omvang van een boek, met de veelzeggende titel Révolution, voorziet de Franse president Emmanuel Macron het komend jaar in de hele EU een brede democratische overlegronde, uitmondend in één ‘Plan voor Europa’. Ja, hoor, daar zit Europa nu echt op te wachten – een nieuw plan.

De leider van de Duitse sociaal-democraten, Martin Schulz, gaat nog een stap verder en heeft verklaard dat we ‘uiterlijk’ in 2025 een Verenigde Staten van Europa moeten hebben.

In deze donkere tijden zou het al een enorme prestatie zijn om simpelweg te behouden wat er sinds 1945 is opgebouwd

Politici en schrijvers hebben gelijk met hun diagnose van een diepe, meervoudige crisis in het Europese project. Maar kijken we naar hun voorstellen tot hervormingen, dan zien we versnipperde antwoorden op de problemen van de eurozone, het Schengengebied, het democratisch tekort, de sociale bescherming, enzovoort. En als de concurrerende voorstellen eenmaal door de worstfabriek van de EU-besluitvorming zijn gegaan, zullen de daden waartoe ze leiden nog complexer zijn.

Het is veelzeggend dat een ‘positief antwoord’ op Macron over Europa volgens Schulz ‘het kernelement’ zal zijn in de onderhandelingen van zijn partij over de toetreding tot een grote coalitie onder bondskanselier Angela Merkel. Toch zullen Merkels christen-democraten de Franse president niet ver tegemoet willen komen in zijn visie op een federale – of tenminste federaliserende – eurozone en al helemaal passen voor Schulz en zijn versnelde Verenigde Staten van Europa, die Jens Spahn, Merkels mogelijke opvolger, als ‘dagdromerij’ heeft omschreven. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 25 andere lidstaten. Dus waarom nu bij voorbaat onvrede wekken met het zoveelste futuristische plan dat nooit zal worden waargemaakt?

Op een reeks supertoppen, tussen december en juni volgend jaar, willen EU-leiders de euro oppoetsen en versterken. Lees ook: Voorbereiden op de volgende crisis.

Niet dat we ons moeten terugtrekken in een pragmatisme van alleen maar kleine stapjes. Ik pleit eerder voor een filosofische verschuiving: van futurisme naar conservatisme (met een kleine c). Zie het politieke project ‘Europa’ niet als iets wat altijd vooruitkijkt naar een rationeel systematische constructie in de toekomst, maar beschouw het als iets wat zich richt op het behoud, de verdediging en de verbetering van het gezamenlijke Europese huis dat we inmiddels hebben gebouwd.

Bijna veertig jaar geleden deed de conservatieve filosoof Roger Scruton lichtelijk meewarig over elke vorm van ‘Euro-conservatisme’. Conservatisme behelsde volgens hem de wens tot het behoud en de verbetering van een bestaande sociale orde, geen internationale abstractie. Maar tegenwoordig komt de Europese Unie dicht in de buurt van de sociale orde zoals Scruton die beschreef. We hebben een aantal gedeelde instellingen die verder teruggaan dan die van menige nationale staat. De meeste Europeanen hebben een ingewortelde gewoonte om samen te werken en hebben belangrijke waarden gemeen. De meesten willen deze unie behouden, en ook de vrijheid om overal daarin te werken, te studeren, te reizen en te wonen.

De Europese sociale banden zijn misschien niet zo hecht als die van een oude staat, maar ze zijn al veel hechter dan die van enige internationale organisatie. En ze zijn organisch gegroeid. Als de conservatieve denker Edmund Burke nog eens zijn geboortestad Dublin zou bezoeken, zou hij zelfs vaststellen dat de complexe instellingen en praktijken van de huidige Europese Unie meer weghebben van het inmiddels vervallen Verenigd Koninkrijk dan van de keurige constitutionele structuren van de Bondsrepubliek Duitsland.

Veel Europeanen zijn al tamelijk behoudend over deze sterk ‘Burkeaanse’ unie. Ze willen haar verdedigen tegen de huidige golf van populistisch-nationalistische aanvallen. Ze willen het ouderlijk huis verzorgen, het sanitair van de eurozone opknappen en een beter Schengen-hek neerzetten, maar ze willen niet het hele huis opnieuw ontwerpen. En in deze donkere tijden zou het al een enorme prestatie zijn om simpelweg te behouden wat er sinds 1945 is opgebouwd.

Dus leve de nieuwe tijd van Euro-conservatisme. Ik kijk uit naar het rapport van volgend jaar december over het behoud van ons gezamenlijke Europese huis. Intussen zeggen daden meer dan woorden.

Lees ook: Voorbij crisissfeer, het elan is terug in Junckers Europa.