‘Ik kon mijn boosheid niet goed verhullen’

Interview De mestsector heeft nu een plan tegen fraude. „Wat me opviel was de cultuur. Het afdekken, het wegkijken, het samenspannen.”

Minister van Landbouw Schouten had een ‘vrij indringend’ gesprek met de varkenssector. Foto Merlijn Doomernik

Twee weken en twee dagen was Carola Schouten minister van Landbouw toen ze zich ineens „meer in mestfraude moest verdiepen dan ik vooraf gedacht had”.

De aanleiding was onderzoek van NRC in november waaruit bleek hoe in het grensgebied van Noord-Brabant en Limburg op grote schaal gefraudeerd wordt met mest.

Veehouders mogen maar een deel van hun mest uitrijden op het eigen land. De rest moeten ze afvoeren om milieuschade te voorkomen. Dat is duur. En dus doen boeren alsóf ze mest afvoeren terwijl ze het eigenlijk uitrijden over het eigen land.

Lees hier het gehele onderzoek: Het Mestcomplot

Schouten: „We wisten natuurlijk – helaas – dat mestfraude bestaat. Maar wat mij in het artikel die zaterdag opviel was de cultuur. Het afdekken, het wegkijken, het samenspannen. Een varkensboer alleen kan niks. De transporteur moet het hebben van de mestaanvoer. Iedereen heeft elkaar nodig. Met elkaar houden ze dit in stand.”

Lees meer over het plan van aanpak van de minister: Minister Schouten komt met aanpak mestfraude

Het werd haar eerste grote dossier als minister. Kordaat riep ze de sector – de mesttransporteurs, de varkenshouders, de akkerbouwers en Rabobank als grootste financier – naar haar werkkamer. Wat gingen ze hieraan doen? Hoe dachten zíj de mestfraude op te lossen?

„De overheid heeft de neiging om bij problemen te grijpen naar meer regels. Maar als de sector zich er niet zelf diep van bewust is dat mestfraude onacceptabel is, blijf je achter de feiten aanlopen.”

Schouten noemt het gesprek met de sector „vrij indringend”. Ze had niet het idee dat de belangenbehartigers direct „de urgentie” zagen. „Ik kon mijn boosheid niet goed verhullen. Aan de ene kant willen we als kabinet ruimte geven aan boeren, aan ondernemers en weg van het verhaal dat alles wat daar gebeurt slecht is. Maar als dit dan in de krant staat en alle partijen zeggen dan nog steeds ‘ja maar, ja maar’, dan word ik boos.”

Een maand kregen ze om met een plan te komen. Dat plan ligt er nu.

We horen dat Rabobank mestklanten bezoekt, hun dossiers doorspit en hen laat verklaren niet te frauderen. Hoort dat bij het plan?

„Ja. Alle ondernemers in de mest moeten een gedragscode tekenen. In populaire bewoording staat daar: ‘ik verklaar hierbij dat ik fraudevrij ben’. Als ondernemers weigeren te tekenen of als blijkt dat ze toch frauderen, zullen gesprekken plaatsvinden. De bank kan dan niet direct de financiering stopzetten, maar het zal gevolgen hebben in de toekomst, bij een herfinanciering bijvoorbeeld.”

Staan er ook sancties op?

„Ik heb de partijen gevraagd dat uit te werken. Daar is nog wat tijd voor nodig, net als voor het instellen van een keurmerk, ook voor mestverwerkers, die niet aan tafel zaten. Wat je hoopt, is dat men elkaar gaat aanspreken. Dat druk ontstaat vanuit de sector en niemand meer zaken wil doen met een fraudeur.”

Waarom zouden ze dat doen terwijl dat nu ook niet gebeurt en er geen harde sancties op staan?

„Omdat het plan groter is dan dat. Als overheid gaan we bijvoorbeeld scherper kijken naar subsidies die we verstrekken aan bedrijven die frauderen.”

Zoals de mestbedrijven die door toezichthouder NVWA keer op keer worden betrapt, terwijl ze van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) miljoenen krijgen voor een verwerkingsinstallatie?

„Ja. Maar het gaat ook om de 200 miljoen euro die het kabinet heeft gereserveerd voor een ‘warme sanering’ van met name Brabantse varkensbedrijven. Gaat dat geld naar bedrijven die frauderen? Nee.”

Wanneer telt iemand als fraudeur?

„Er zijn natuurlijk evidente fraudeurs. Maar wat als sprake is van een administratieve verschrijving? Is dat een fout? En wat te doen bij twintig verschrijvingen? Daarover vindt nu discussie plaats.”

In het zuidelijk mestgebied zijn slechts een handvol NVWA-controleurs op de weg. Hoe gaat u de fraude constateren?

„Laten we vaststellen dat er weinig controleurs op de weg zijn, dat is zo. Maar ik las dat mestondernemers de kentekens van de controleurs aan elkaar doorgeven en zo controles weten te ontwijken. Dan kan ik daar wel honderd controleurs neerzetten, maar dat heeft geen zin. Ik wil niet achter elke vrachtwagen een controleur. Het kan ook niet. Ik wil meer doen met de middelen die we hebben. De ingewikkelde wetgeving maakt handhaving bijvoorbeeld lastig. Er bestaan uitzonderingen per soort mest of per afstand tussen zender en ontvanger. Dat kan simpeler.”

Spoor je fraude zo ook beter op?

„Het Openbaar Ministerie, de NVWA en de omgevingsdiensten gaan samenwerken in een taskforce voor mestfraude. Ieder zit nu op zijn eigen deeltje. Als de waterschappen zien dat een sloot vervuild is, weten ze dat er iets aan de hand is. Die informatie komt nu niet direct bij justitie of NVWA terecht, terwijl die juist kunnen herleiden waar de vervuiling vandaan komt. Het maakt handhaving effectiever.”

Wanneer moeten alle plannen uiterlijk zijn ingevoerd?

„We zijn nu een maand verder. Ik zal elk kwartaal met de sector om tafel zitten. Zij gaan een stuurgroep vormen en ik zal zelf zicht houden op de tijdpaden. De gedragscode voeren ze nu al in en de subsidies en overtredingen zullen wij ook snel naast elkaar leggen.”

De Europese Commissie bepaalt of Nederlandse boeren deze hoeveelheden mest mogen blijven uitrijden. Heeft u reacties gehad uit Brussel?

„Nou, ik kan wel zeggen: Brussel leest de kranten.”

Waaraan merkt u dat?

„Omdat er naar gevraagd wordt, op ambtelijk niveau. Ze vragen: ‘Wat is er aan de hand? Vertel eens’. Wij hebben er beloofd dat er een plan van aanpak komt van de sector en dat wij effectiever gaan handhaven.”

Het gevoel van urgentie dat in uw eerste bespreking met de sector ontbrak, is die er inmiddels wel?

„In de groep waarmee ik het gesprek voerde, is naar mijn idee wel iets gebeurd. Zij doen hun best hun achterban te overtuigen. Dat waardeer ik. En het is niet zo dat ze na dat eerste gesprek alleen maar zeiden: het kan niet, of het mag niet. Ze zeiden: het wordt een klus om onze achterban te overtuigen, maar wij willen dit. Dat vind ik een positief signaal.”

    • Esther Rosenberg
    • Joep Dohmen