Zoeken naar aliens kan nooit kwaad

Er wordt veel gegniffeld om het geheime ufo-project van het Amerikaanse leger. Maar onderzoek naar buitenaards leven kan best heel normale wetenschap zijn.

Met radiotelescopen zoals deze Arecibo-telescoop wordt gezocht naar signalen van buitenaards leven. TexPhoto

Deze week onthulde The New York Times dat het Amerikaanse ministerie van Defensie tussen 2008 en 2011 22 miljoen dollar uitgaf aan onderzoek naar ufo’s (unidentified flying objects) en buitenaards leven.

Een onzinnig hobbyproject?

Niet helemaal. Onderzoek naar ufo’s en buitenaards leven is niet alleen iets voor ‘true believers’, die al vooraf ervan overtuigd zijn dat intelligent buitenaards leven bestaat en dat hun ruimteschepen de aarde bezoeken. Ook serieuze wetenschappers houden zich ermee bezig.

Dat een grootmacht als de VS het luchtruim observeert is op zichzelf niet raar. „Het lijkt me heel nuttig dat ze kijken welke onbekende objecten rondvliegen en waar die vandaan komen en naartoe gaan”, zegt Simon Portegies Zwart, hoogleraar astrofysica bij de universiteit Leiden. Om in de gaten te houden of het meteoren of meteorieten, zijn of in extreme gevallen vijandige raketten of andere vliegende voorwerpen. Er zullen ook altijd waarnemingen overblijven die je niet kan verklaren.

Radiosignalen

Ook buiten onze eigen atmosfeer wordt al jaren gezocht naar tekenen van buitenaards leven. „Het SETI instituut (search for extraterrestrial intelligence) zoekt al bijna zestig jaar naar radiosignalen die door intelligent leven uitgezonden worden”, vertelt Lucas Ellerbroek, sterrenkundige aan de Universiteit van Amsterdam, aan de telefoon. „Dat onderzoek wordt niet gesubsidieerd door de overheid, maar door rijke individuen met een fascinatie voor buitenaards leven. De onderzoekers die er werken zijn experts die het naast hun andere wetenschappelijk onderzoek doen.” SETI koopt tijd bij radiotelescopen die gebouwd zijn om te kijken naar radiosignalen van bijvoorbeeld supernova-explosies en zwarte gaten.

Kijken kan geen kwaad: kort geleden werd nog bekeken of ‘Oumuamua, een langwerpige planetoïde die door het zonnestelsel scheerde, misschien radiosignalen uitzond. Er werd niets gevonden. ‘Oumuamua is ‘gewoon’ een levenloos rotsblok uit een ander planetenstelsel.

Portegies Zwart is niet verbaasd dat deze zoektocht naar radiosignalen nog niets heeft opgeleverd. „De kans dat we radiosignalen opvangen die bewust of per ongeluk zijn uitgezonden door buitenaards leven, lijkt me klein.” Daarvoor moet er intelligent leven zijn ontstaan dat in staat is om radiozenders te bouwen en daarmee op precies het juiste kosmische moment signalen uitzendt, zodat wij ze tijdens ons bestaan kunnen ontvangen. Ook Ellerbroek geeft het SETI-onderzoek niet veel kans: „Maar als we niet luisteren dan vinden we sowieso niets. Niet geschoten is altijd mis.”

Exoplaneten

„In serieus onderzoek naar buitenaards leven wordt vooral naar meer basale levensvormen gezocht”, vertelt astronoom Ignas Snellen aan de telefoon. Hij doet onderzoek naar exoplaneten. „We zoeken bijvoorbeeld naar planeten waar de omstandigheden zo zijn dat er vloeibaar water aanwezig kan zijn. Als er ook zuurstof in de atmosfeer zit, dan kan er leven zijn.”

Bekijk hier de video die NRC over exoplaneten maakte:

Nu is het nog niet mogelijk om de atmosfeer van aardachtige exoplaneten te bekijken, maar over ruim een jaar wordt de James Webb-ruimtetelescoop gelanceerd. „Daarmee kunnen we gaan kijken naar de atmosfeer van de zeven exoplaneten van ster TRAPPIST-1 en Proxima b, die om de meest nabije ster op onze zon na draait (Proxima Centauri).”

Nog dichter bij huis zijn er ook kandidaten voor leven: de ijsmaantjes van Jupiter en Saturnus. Onder het ijs bevinden zich (warme) oceanen waar microleven zou kunnen voorkomen. Maar de kans dat zulk eencellig leven in een ruimtevaartuig kruipt en dan ook nog naar de aarde komt om als ufo’s Amerikaanse straaljagerpiloten voor de gek te houden? Dat is onwaarschijnlijk.

    • Dorine Schenk