Traditie en talenten

NRC in 2017

Hoe maak je dat een krant die haar wortels diep in de 19de eeuw heeft, relevant blijft voor haar lezers in de 21ste eeuw? Dat is een van de belangrijkste vragen die NRC elke dag probeert te beantwoorden. De geschiedenis van onze krant, die terug reikt tot Amsterdam in 1828 (Algemeen Handelsblad) en Rotterdam in 1844 (Nieuwe Rotterdamsche Courant), mag inderdaad iets zijn waar we bijzonder trots op zijn, het is de toekomst die ons dagelijks bezighoudt.

Het antwoord op de vraag is even simpel als ingewikkeld: de krant is enkel relevant indien we die voortdurend aanpassen aan de behoefte van onze lezer en aan haar positie in het hele medialandschap. Toen de NRC en het Handelsblad in 1970 fuseerden tot NRC Handelsblad, zag dat Nederlandse medialandschap er vanzelfsprekend totaal anders uit dan nu. Maar ook toen al probeerden we op een grondige, genuanceerde en heldere manier Nederland en de wereld te duiden, te analyseren en te becommentariëren voor onze lezer. Bijna een halve eeuw later is die opdracht enkel urgenter en belangrijker geworden. In een wereld van Twitter en fake news, van snelle live duiding en lekkere soundbites, probeert NRC het nieuws zo te brengen, te duiden en te analyseren dat de lezer in een jungle van feiten en meningen zijn of haar mening kan vormen over de onderwerpen die er echt toe doen. Het klimaat, de rechtsstaat, het onderwijs, internationale betrekkingen, belangrijke culturele fenomenen en duurzaamheid zijn thema’s die in het bijzonder onze aandacht krijgen. Dat is de definitie van NRC-journalistiek zoals we die al vele jaren hanteren op onze redactie.

Die journalistiek vindt plaats op drie verschillende NRC-podia: op papier in de ochtend (nrc.next) en de middag (NRC Handelsblad) en steeds meer digitaal op nrc.nl. Een groot deel van onze lezers schakelt al vele jaren moeiteloos over van het ene podium naar het andere. Zo zien we dat voor veel abonnees de combinatie van nrc-digitaal in de week en nrc-papier in het weekend een erg geliefde formule is. Het betekent tot onze vreugde dat we ook dit jaar meer digitale lezers dan ooit telden en dat onze papieren weekendkrant in 2017 weer meer mensen bereikte dan vorig jaar.

Op die drie podia gebruiken we al vele jaren een veelheid aan journalistieke middelen: nieuwsberichten, columns, analyses, reportages, interviews, portretten, foto’s, graphics, columns, opiniestukken… Het zijn journalistieke instrumenten die we in de loop van de voorbije tientallen jaren hebben geslepen en verfijnd en tot de onze hebben gemaakt. Maar NRC probeert ook nieuwe formats uit. Het voorbije jaar bijvoorbeeld hebben we ambitieus ingezet op video en experimenteerden we met podcasts. Vanuit Den Haag en Washington vertelden onze collega’s in hun podcasts hoe ze de wereld van Rutte en van Trump zagen. En in korte video’s legden andere collega’s uit waarom Assad nog aan de macht is in Syrië, wat de uitdagingen zijn voor de NAVO en waarom een basisinkomen al dan niet een goed idee is. Voorzichtig maar vol enthousiasme proberen we aldus of we de kwaliteit en nuance van NRC met bewegend beeld en met audio kunnen verbinden.

Nieuwe ‘formats’ betekent ook nieuwe talenten ontwikkelen. Meer dan ooit heeft NRC het voorbije jaar geprobeerd om het talent op de redactie te diversifiëren en de bestaande redactie nieuwe journalistieke technieken aan te reiken. We hebben een talentenprogramma gelanceerd waarbij we jonge mensen aantrekken met een andere achtergrond dan een journalistieke (de gamewereld bijvoorbeeld) die we koppelen aan meer klassiek opgeleide journalisten. Een interne academie biedt collega’s de mogelijkheid tot voortdurende bijscholing aan. Op de redactie zijn inmiddels functies ontstaan (liaison-journalisten die papier en digitaal verbinden; lezersdesk-journalisten die de verspreiding van onze stukken helpen bevorderen) waarvan we enkele jaren geleden het bestaan nog niet vermoedden.

Maar of onze journalistiek nu digitaal gebeurt of op papier, of we nu kiezen voor een interview of voor een podcast, of het stuk nu van een jonge of een ervaren collega is, al onze journalistiek moet altijd beantwoorden aan de hoge eisen die we daaraan stellen. Die normen hebben we vastgelegd in een stijlboek (nrc.nl/stijlboek) dat we, ook dit jaar weer, op verschillende vlakken hebben aangescherpt en bijgepunt. Betrouwbaarheid is ons echte kapitaal. Daar morsen we niet mee.

Ik besluit: ook het voorbije jaar hebben we geprobeerd om twee essentiële waarden te combineren. Aan de ene kant willen we bewust, in een wereld waarin de journalistiek meer en meer onder vuur ligt, zo dicht mogelijk bij onze journalistieke basisprincipes blijven. Gedegen bronnenonderzoek, hoor en wederhoor, transparantie en zelfkritiek maken daar een belangrijk deel van uit.

Aan de andere kant willen we NRC voortdurend aanpassen en vernieuwen door nieuwe talenten te werven, nieuwe journalistieke technieken toe te passen en te experimenteren met nieuwe verspreidingsvormen.

Dat alles doen we met één doel voor ogen: u, de lezer, zo goed en genuanceerd mogelijk informeren. In dit journalistieke jaarverslag leggen we daar nu voor het vierde jaar op rij verantwoording voor af. Die verantwoording is per definitie ongetwijfeld onvolmaakt en minder exact dan het financiële jaarverslag dat NRC Media elk jaar neerlegt. De ombudsman, die ons elke week een soms confronterende spiegel voorhoudt, schreef voor dit jaarverslag een samenvattend stuk. En de Lezersdesk vertelt op pagina C6 hoe NRC de lezer het voorbije jaar steeds meer bij de journalistiek heeft betrokken.

Ik bied u, in naam van de hele redactie, dit jaarverslag aan. Omdat u, beste lezer, onze echte opdrachtgever bent.

, hoofdredacteur NRC
    • Peter Vandermeersch